Dat onder het regime van Jozef Stalin miljoenen doden vielen, is genoegzaam bekend. Niet enkel schrijvers en intellectuelen waren vogelvrij, alle lagen van de samenleving kreunden onder de communistische dictatuur. Ook de muziekwereld. Maar Russische componisten bevonden zich in een bijzonder positie, leert een boek van Michel Krielaers, voormalig Rusland-correspondent voor NRC-Handelsblad. In De klank van de heilstaat toont hij aan dat bekende componisten als S...

Dat onder het regime van Jozef Stalin miljoenen doden vielen, is genoegzaam bekend. Niet enkel schrijvers en intellectuelen waren vogelvrij, alle lagen van de samenleving kreunden onder de communistische dictatuur. Ook de muziekwereld. Maar Russische componisten bevonden zich in een bijzonder positie, leert een boek van Michel Krielaers, voormalig Rusland-correspondent voor NRC-Handelsblad. In De klank van de heilstaat toont hij aan dat bekende componisten als Sergej Prokofjev en Dmitri Sjostakovitsj door het regime gewantrouwd werden, maar tegelijk in de watten werden gelegd. Ze werden ertoe aangezet muziek te componeren die de arbeiders en de boeren verheerlijkte. Geen troostende en ontspannende muziek meer, maar stukken die de socialistische revolutie moesten ondersteunen. Geen eenvoudige melodieën, maar met elementen uit de volksmuziek, het geluid van fabrieksmachines en uiteraard de namen van Lenin en Stalin. Prokofjev (1891-1953) kreeg de ene opdracht na de andere. Hij schreef een cantate ter ere van Stalin, maar toch raakten zijn stukken niet altijd door de censuur. Dat leidde tot spanningen en angst bij de componisten. Sjostakovitsj (1906-1976) dacht maandenlang dat hij zou worden opgepakt omdat zijn symfonieën te veel in strijd waren met de visie van het regime op de muziek en de kunsten. Ook minder bekende musici passeren de revue. Zoals componist Vsevolod Zaderatski, die voor de tsarenfamilie had gewerkt en als 'bourgeois' en 'reactionair' naar een strafkamp werd verbannen en daar composities schreef op wc-papier. De componist Moisej Vajnberg was persona non grata wegens zijn Joodse afkomst. In 1948 laaide in Rusland het antisemitisme op. Familieleden van Vajnberg werden geëxecuteerd, hij ontsnapte wellicht aan de doodstraf door het overlijden van Stalin op 5 maart 1953. Vladimir Kozin werd dan weer naar de goelag gestuurd vanwege zijn homoseksualiteit. Pianist Sjvatoslav Richter werd gewantrouwd wegens zijn Duitse afkomst. Een speciale vermelding verdient de cellist Mstislav Rostropovitsj (1927-2007). Hij was bevriend met dissidenten als Alexander Solzjenitsyn, wat hem vaak in de problemen bracht. Rostropovitsj ging eind jaren zeventig in ballingschap naar de Verenigde Staten. Zijn cello-uitvoering aan de Berlijnse Muur op 10 november 1989, één dag na de val, werd wereldberoemd.