Na het concept hyperconcurrentie van de Amerikaanse docent bedrijfsstrategie Richard D'Aveni, pakt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk uit met de term hyperpolitiek. Hij maakt er een alarmkreet van.
...

Na het concept hyperconcurrentie van de Amerikaanse docent bedrijfsstrategie Richard D'Aveni, pakt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk uit met de term hyperpolitiek. Hij maakt er een alarmkreet van.Schijnbaar hebben het verhitte managementboek Hypercompetition, dat bedrijven aanspoort slank en snood te worden om de internationale concurrentie aan te kunnen, en de intelligente state of the world van Peter Sloterdijk niets met elkaar te maken. Onder het vergrootglas stapelen de overeenkomsten zich echter op. Dat heeft veel te maken met de briljante pen en het temperament van de bezielde kritische Duitser. Sloterdijk is niet de zoveelste stroeve onbegrijpelijke muurbloempjesfilosoof. Hij verwierf het statuut van Bekende Europeaan, verguisd door de ene, op handen gedragen door de andere, én wordt gretig gelezen. In 1983 maakte hij, lang voor de brave versuikering à la De wereld van Sofie, van authentieke complexe filosofie weer een bestseller. In zijn doorbraakturf Kritiek van de cynische rede legde hij het cynisme van de moderne mens bloot. Als remedie riep hij op tot kynisme, tot een soort schalks verzet. GLOBAL VILLAGE.D'Aveni'sHypercompetition en Sloterdijks In hetzelfde schuitje liggen ook in de tijd dichter bij elkaar. De pas uitgebrachte vertaling van Im selben Boot komt immers een paar jaar na het origineel. In zekere zin zagen beide auteurs de globalisering onvermijdelijk en genadeloos uit de startblokken schieten. Ze verwoordden er de gevolgen van, D'Aveni op het bedrijfsmatige en geo-economische vlak, Sloterdijk op het maatschappelijke en politieke terrein. Beide auteurs gaven zelfs een antidotum mee tegen de dreiging die ze schilderen. Die dreiging neemt bij Sloterdijk danteske en apocalyptische afmetingen aan. Hij trekt de economische zee vol bloeddorstige haaien van D'Aveni door naar de politiek-maatschappelijke arena. Ruw samengevat, concludeert hij dat de economische globalisering en de onbegrensde communicatiemiddelen leiden naar een eendimensionale global village. Dat dorp wordt geen kleurrijke smeltkroes van culturen en politieke systemen, maar een spectrum van grijstinten. In zo'n mondiale economie is er zelfs geen ideologische wedijver meer. Na de val van de Muur en de geleidelijke bekering van de Chinese communisten, wordt er enkel nog eenheidsworst gedraaid. Zo'n monochrome mentaliteit past de mens niet. Daar ontspint zich de tragedie. We hebben een houvast verloren dat ons zou kunnen binden. Dat verlies leidt finaal naar een Joegoslavische verkramping, maar dan uitvergroot over de hele wereld. De smeltkroes trekt krom tot kruitvat. Gelukkig kan de politiek de lont uit het kruitvat halen en de mens weer een richting bezorgen. Als Belg zouden we echter beter moeten weten. De politieke klasse verloor haar legitimiteit. Dat is niet eens een lokaal probleem, het duikt in steeds meer landen op.TOREN VAN BABEL.Moeten we dan toch maar een beroep doen op de godsdienst of ideologie ? Met het oprukkende fundamentalisme lijkt dat voor de hand te liggen. Maar Sloterdijk schrapt ook die uitweg. De mens blijft verweesd achter. De natie-staat dan maar als aloude bron omarmen, desnoods tegen heug en meug ? Dat werkte in de vorige fase, maar die zijn we nu net aan het verlaten, pareert Sloterdijk. De informatiewaterval spoelt de laatste grenzen weg en sleurt daarmee ook de bijhorende mythes en nationale fata morgana's mee. Sloterdijk deelt de geschiedenis in drie grote fasen in. Eerst was er de paleopolitiek van de kleine prehistorische gemeenschappen. Het was de leerschool om samen te leven. De rollen werden vastgesteld, net als de "regels met betrekking tot het verkeer tussen mensen en vreemden." Pakweg vanaf het Oude Egypte tot zowat vandaag strekt de tweede fase zich uit, de fase van de natie-staat, van de politiek die opgebouwd wordt rond een grotere gemeenschappelijke band. Desnoods werd het wel algemeen belang genoemd. Nu we de derde fase intreden, hebben die banden hun betekenis verloren. Ze werden verzwolgen door de postmoderne ironie van het calculerende individu. Helaas kent dat liberale sprookje geen happy end, waarschuwt Sloterdijk. Alle technologie en communicatiehoogstandjes ten spijt, belanden we na zoveel duizenden jaren weer in de Toren van Babel, met alle verwarring, desoriëntatie en finale uiteenspatting tot gevolg. Sloterdijk gooit wel nog een reddingsboei uit. Om aan de universele Joegoslavische deemstering te ontkomen, moeten we terug naar de kleine leefgemeenschappen. Hij spreekt het niet met zoveel woorden uit, maar het lijkt op een diep-ecologisch sprookje. Die romantiek klinkt vreemd. Na zoveel gevatte kritiek op allerhande mythische misbruiken, zoekt hij een uitweg in de idylle. Als hij dan toch in het positieve elan van de mens wil geloven, waarom dan niet in de kracht van de Rijnlandse liberale orde, waarin individu en gemeenschapszin permanent op zoek zijn naar een leefbare consensus ?LUC DE DECKER Peter Sloterdijk, In hetzelfde schuitje. Arbeiderspers, 91 blz., 499 fr.