De Franse schilder Edgar Degas was een fervente cultuurconsument. Hij ging soms wel drie keer per week naar een voorstelling. Wie het repertoire van de Opéra Garnier in Parijs volgt, die op 5 januari 1875 werd ingehuldigd, herkent in het werk van Degas zowat alle producties die er geprogrammeerd stonden: van Faust tot Don Juan. Heel zijn carrière was de Franse schilder gefascineerd door de microkosmos van de Parijse zaal, waar naast opera's ook concerten en balletvoorstellingen plaatsvonden. Hij schilderde talloze balletscènes en portretteerde al sinds de jaren 1860 muzikanten, dirigenten, galante toeschouwers en acteurs op scène of in de coulissen.

Het valt op dat hij in zijn composities als perspectief vaak voor de blik van de toeschouwer in de zaal kiest. De tentoonstelling in het Musée d'Orsay bewijst nog maar eens hoe Degas de opwinding en de efemere sfeer van zo'n avondje uit als geen ander op doek of op papier wist te zetten. Hij beschilderde zelfs waaiers, die de toeschouwers vaak bij zich hadden. De theatrale ambiance inspireerde hem ook om te experimenteren met bijzondere standpunten, cadrages en lichtcontrasten: technieken die hij ontleende aan de prille fotografie.

Zijn composities zijn gestolen momentopnames van opperste concentratie op of achter de scène. Maar net door de anekdotiek uit te gommen, zijn ze uitgegroeid tot symbolen van universele elegantie, finesse en vrouwelijkheid.

Degas à l'opéra, tot 19 januari in Musée d'Orsay in Parijs