Volgende week gaat het academisch jaar van start. In Leuven weet men dat toekomstige studenten vooral hun mama om raad vragen. Advies uit het beroepsleven wordt amper gevraagd.
...

Volgende week gaat het academisch jaar van start. In Leuven weet men dat toekomstige studenten vooral hun mama om raad vragen. Advies uit het beroepsleven wordt amper gevraagd.Waarom kiezen eerstejaars voor deze of gene richting en door wie worden ze in die keuze beïnvloed ? Vragen uit een onderzoek naar de studiekeuze bij eerstejaars, uitgevoerd door Marlies Lacante, docente psychologie bij de KU-Leuven. 4309 studenten deden mee aan de bevraging waaruit alvast blijkt dat de overgrote meerderheid eerstejaars voor het bepalen van hun studiekeuze eerst praat met de ouders, daarna met vrienden, leraren, klasgenoten en PMS-adviseurs. Negen van de tien studenten leggen eerst en vooral het oor te luisteren bij moeder, iets meer dan acht op tien eerstejaars willen horen wat papa er over denkt. Zet een student uiteindelijk dan toch de stap om iemand te raadplegen die al jaren in het vak staat waarvoor hij zich interesseert, dan zal zij of hij er zich ook sterk door laten beïnvloeden. Anders gezegd : als de toekomstige student iemand met beroepservaring raadpleegt, spelen de meningen van ouders, leerkrachten en vrienden meteen een minder belangrijke rol. Alleen : amper vier op tien studenten doet een beroep op zo'n soort bron.Eerstejaars, zo concludeert het onderzoek, grijpen te weinig de brede waaier van mogelijkheden aan om zich te informeren omtrent hun toekomstige job. Toch menen de meeste eerstejaars dat ze wel degelijk de juiste keuze hebben gemaakt. Dat komt, zo meent het onderzoek, omdat de student anno 1996 zijn studierichting niet kiest via eliminatie : hij kiest op een positieve manier. Hij wil, via zijn studies, later een beroep uitoefenen dat hem boeit. Jongens kiezen vooral voor "harde" richtingen zoals economie en wetenschappen ; meisjes opteren eerder voor humane wetenschappen : letteren, psychologie of geneeskunde. Jongens laten zich bij hun studiekeuze meer leiden door materiële overwegingen, sociaal aanzien, carrièremogelijkheden en het verwerven van welstand ; meisjes daarentegen willen zich inzetten voor anderen.Eén op vier scholieren weet al op het eind van het eerste trimester van het laatste jaar secundair wat hij aan de universiteit gaat studeren ; één op vijf hakt die knoop pas door tijdens de grote vakantie. En, opmerkelijk toch, de geslaagde eerstejaars blijken vaak vroege beslissers te zijn ; de gebuisden twijfelaars. Het geluk is dus toch voor de rappen ? EERSTEJAARSSTUDENTEN Amper vier op tien laten zich leiden door iemand met beroepservaring.