Welk statuut krijgen de koeriers van Deliveroo, dWe chauffeurs van Uber en de pakjesbehandelaars van bol.com en Coolblue? Die langlopende twistpunten wil de federale regering binnenkort beslechten. Het gaat telkens om de vraag hoe we technologische verandering combineren met bescherming op onze arbeidsmarkt. Dat is een belangrijke problematiek, waarin we een evenwicht moeten vinden tussen innovatie, kansen en rechten.
...

Welk statuut krijgen de koeriers van Deliveroo, dWe chauffeurs van Uber en de pakjesbehandelaars van bol.com en Coolblue? Die langlopende twistpunten wil de federale regering binnenkort beslechten. Het gaat telkens om de vraag hoe we technologische verandering combineren met bescherming op onze arbeidsmarkt. Dat is een belangrijke problematiek, waarin we een evenwicht moeten vinden tussen innovatie, kansen en rechten. E-commerce wordt voor onze arbeidsmarkt stilaan wat kernenergie is voor onze elektriciteitsvoorziening. De discussie over een beperkte versoepeling van de regels voor nachtarbeid sleept al zo lang aan dat we intussen afhankelijk zijn van internetbedrijven net over de grens in Nederland en Duitsland. Dat is niet het Wilde Westen en daar zijn vele duizenden banen geschapen, ook voor laaggeschoolden die in ons land amper aan werk geraken. Of de regering nu wel of niet toelaat of zonder vakbondsveto en veel extra kosten sommige werknemers deels na 20 uur aan de slag mogen zijn: de trein van de e-commerce is grotendeels gepasseerd. Er komt geen Belgisch Amazon. Wat nu nog pakjesbehandelaars en bestelwagens zijn, worden uiteindelijk vooral robots, drones en software voor 3D-printers, met een waardeketen van technologie en IT, buiten onze grens. Die toekomst hebben we opgegeven alvorens ze kon worden gemaakt. In ons verzet tegen flexibeler avondwerk hebben we impliciet beslist: liever werklozen en armen dan deze banen. Gaan we hetzelfde doen met koeriers die maaltijden en boodschappen aan de deur bezorgen, of met Uber-chauffeurs die de publieke vijand zijn voor de taxilobby? Ze zijn zichtbaar in onze straten maar een marginaal fenomeen in onze werkgelegenheid, met vooral occasioneel en kortdurig bijklussen. Wie voor een lange termijn en als hoofdactiviteit platformwerk verricht, is een zeldzame uitzondering, luttele procentpunten van de totale werkgelegenheid. Dat maakt faire arbeidsvoorwaarden geen detail. Het moet ons wel doen nadenken over waar we de focus leggen. Platformwerk is drempelverlagend. Mensen die anders niet de kwalificaties of de tijd zouden hebben voor regulier werk, kunnen via een app klussen, verdienen of bijverdienen wanneer ze dat willen. Op een gepolariseerde arbeidsmarkt als de onze, waar hoge loonlasten en zware arbeidsregels een ravijn scheppen tussen gelukkige insiders en uitgesloten outsiders, is dat een zegen. Kunnen we geen volwassen debat voeren over hoe we met nieuwe technologie de gemarginaliseerde niet-actieven naar werk kunnen beleiden? Kunnen we in tijden van knelpuntberoepen en openstaande vacatures internetplatformen niet als springplanken gebruiken richting regulier werk? Maar de energie gaat dus naar het sociaal statuut: zelfstandigen of werknemers? Dat onderscheid is zoals het onderscheid tussen arbeiders en bedienden: het dateert van vroeg in de vorige eeuw en is ingehaald door de realiteit in de economie, in het personeelsbeleid en in commerciële relaties. Per saldo zijn veel werknemers veel onafhankelijker dan vroeger, en veel zelfstandigen veel afhankelijker. Vandaar ook de wankele sofismen die rechters wereldwijd moeten uitvinden om platformwerkers ergens bij te plaatsen, terwijl ze eigenlijk nergens thuishoren. De beste oplossing is een gemeenschappelijke sokkel van arbeidgerelateerde rechten en plichten, ongeacht het statuut in de sociale zekerheid, minstens in relaties van economische afhankelijkheid. Dat gezonde eenheidsstatuut is helaas politieke dromerij. Dan maar rechten verbinden aan platformwerk van een minimale omvang en duur. Zo gooi je alvast het kind niet volledig met het badwater weg. Maar de boodschap blijft: laten we nieuwe technologie vooral slim mobiliseren, eerder dan ze weg te reguleren.