Je kon er gif op innemen: zodra staalreus Mittal Steel een bod had uitgebracht op zijn Luxemburgse sectorgenoot Arcelor, rees in Europa een golf van verontwaardiging op. Een van de belangrijkste Europese bedrijven dreigde in Aziatische handen te vallen en dat mocht niet. De top van Arcelor, geruggensteund door een aantal Europese toppolitici, weerde zich als een duivel in een wijwatervat. Op persconferenties werd zelfs schuttingtaal gebezigd. Vooral in Frankrijk waren de protectionistische reflexen - als vanouds, zouden we kunnen zeggen - zeer sterk. De boodschap was duidelijk: Arcelor stond op zijn onafhankelijkheid.
...

Je kon er gif op innemen: zodra staalreus Mittal Steel een bod had uitgebracht op zijn Luxemburgse sectorgenoot Arcelor, rees in Europa een golf van verontwaardiging op. Een van de belangrijkste Europese bedrijven dreigde in Aziatische handen te vallen en dat mocht niet. De top van Arcelor, geruggensteund door een aantal Europese toppolitici, weerde zich als een duivel in een wijwatervat. Op persconferenties werd zelfs schuttingtaal gebezigd. Vooral in Frankrijk waren de protectionistische reflexen - als vanouds, zouden we kunnen zeggen - zeer sterk. De boodschap was duidelijk: Arcelor stond op zijn onafhankelijkheid. Intussen weten ze bij Arcelor goed genoeg hoe de zaken ervoor staan. Eigenlijk is het zeer moeilijk geworden om een vuist te maken tegen Mittal. En als het vijandige bod dan toch wordt afgewend, zal het wel een katalysatorfunctie hebben gehad. De consolidatie waar de sector al jaren naar snakt, zal nu in versneld tempo plaatsvinden. En dat is meer dan nodig, willen de staalbedrijven zich handhaven in een steeds competitievere markt. Dat die consolidatie zo lang op zich liet wachten, is niet te verwonderen. Overal ter wereld, maar vooral in Europa, wordt de staalsector nog altijd als een strategische of zogenaamd 'nationale' sector beschouwd. Ze was namelijk cruciaal voor onder meer de defensie-industrie. De afwezigheid van een staalsector betekende een aantasting van de nationale onafhankelijkheid. Gevolg was dat de overheid de sector lange tijd controleerde. Die participaties werden pas in de loop van de jaren tachtig met mondjesmaat afgebouwd. Bovendien leverde de sector een belangrijke bijdrage tot de tewerkstelling en werden herstructureringen pas na moeizame onderhandelingen doorgevoerd. Die factoren hebben meegebracht dat de sector zich slechts langzaam door de regels van de vrijemarkteconomie liet sturen. Met de toenemende globalisering kunnen ze echter niet meer anders. En Mittal speelt daarin een voortrekkersrol. Het verplicht de andere spelers om ook hun strategie aan te passen. Arcelor beschikt weliswaar over een aantal sterke punten zoals een productengamma van hoge kwaliteit, maar heeft bijvoorbeeld wat de toelevering van ijzererts betreft een zelfvoorzieningsgraad van amper 10 %. Bij Mittal is dat 40 %. Dat komt dankzij een systeem van verticale integratie dat Mittal heeft ingevoerd en dat gerust als benchmark kan dienen. Terwijl in het verleden verschillende staalbedrijven hun activa in de mijnsector afbouwden, deed de Indiër net het omgekeerde. Daardoor kon hij zich indekken tegen de sterke stijging van de grondstoffenprijzen. Hij heeft zelfs participaties in de maritieme transportsector. Ander niet onbelangrijk element: qua management hanteert Mittal Steel een tamelijk vlakke structuur, plus een zeer sterke graad van decentralisatie. Een novum voor een staalbedrijf. Arcelor is altijd sterk gecentraliseerd geweest. Dat zorgt bij fusies en overnames uiteraard voor de nodige spanningen. In een sector waar overnames de komende jaren de toon zullen aangeven, kunnen de concurrenten van Lakshmi Mittal misschien bij de Indiër te rade gaan. Alain Mouton Alain Mouton