Blind bezuinigen kan averechts werken in deze tijden van lage groei. Schuldafbouw via besparingen is daarom een kwestie van zorgvuldige design. Dat is, in een notendop, de boodschap van de nota Dealing with high debt in an era of low growth van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Enkele IMF-onderzoekers stelden de nota onlangs voor op een bijeenkomst van de Brusselse denktank Bruegel.
...

Blind bezuinigen kan averechts werken in deze tijden van lage groei. Schuldafbouw via besparingen is daarom een kwestie van zorgvuldige design. Dat is, in een notendop, de boodschap van de nota Dealing with high debt in an era of low growth van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Enkele IMF-onderzoekers stelden de nota onlangs voor op een bijeenkomst van de Brusselse denktank Bruegel. Besparingen zorgen voor een kluwen van tegengestelde effecten op de schuldgraad, de verhouding van de overheidsschuld tot het bruto binnenlands product (bbp). Het begrotingstekort daalt, waardoor de overheid minder moet lenen, wat goed is voor de schuldgraad. Maar de lagere overheidsuitgaven kunnen de groei van het bbp drukken, wat dan weer slecht is voor de schuldgraad. Lagere groei verlaagt ook de belastingontvangsten, wat het begrotingstekort hoger duwt, zodat de overheid meer moet lenen. Vinden de financiële markten de overheidsinspanningen geloofwaardig, dan zal de rente dalen. Dat vermindert de rentelasten en dus het begrotingstekort. De lagere rente is ook goed voor de groei, wat de belastingontvangsten hoger stuurt. Maar of die lagere rente de besparingspijn volledig zal neutraliseren, is verre van zeker. Onmogelijk is de schuldafbouw niet, volgens het IMF. De nota telt 26 gevallen sinds 1980 waarbij ontwikkelde landen hun schuldgraad gevoelig konden verminderen door besparingen. Elk land vertrok van een schuldgraad van meer dan 50 procent. Maar toen waren er wel stevige rugwinden. In de jaren voor de ommekeer van de schuldgraad steeg de export, en daalde zowel de korte- als langetermijnrente. Het gevolg was een groeisprong van 2 procentpunt in het jaar van de schuldommekeer. Dat zette aan tot nog grotere besparingen, met gunstige gevolgen voor het begrotingstekort. Vandaag liggen de kaarten anders. Ten eerste haalt de overheidsschuld in de ontwikkelde landen historische hoogtepunten. De mediane schuldgraad bedroeg 74 procent in 2012, een niveau dat niet meer gezien is sinds de jaren kort na de Tweede Wereldoorlog. Ook dit en volgend jaar verwacht het IMF pieken in de schuldgraad. Ten tweede zal de redding niet van de groei komen. Als gevolg van de crisis bouwen ook de gezinnen, de bedrijven en de banken hun schulden af. Daardoor zal de gemiddelde groei in de ontwikkelde landen tussen 2013 en 2018 blijven hangen rond 2 procent, flink lager dan de 3,3 procent tussen 1980 en 2007. De krimp van de actieve bevolking zal de groei ook na 2018 drukken, met lagere belastingontvangsten en oplopende begrotingstekorten als gevolg. De afbouw van de schuldgraad dreigt dus een calvarietocht te worden. Vluchtwegen zijn er niet of nauwelijks. De beleidsrente zit dicht tegen nul, schulderosie door inflatiecreatie is riskant, en privatiseringen zullen niet veel opbrengen door het slechte economische klimaat. Structurele ingrepen, zoals een arbeidsmarkthervorming, verhogen de groei, maar dat effect vergt tijd. Het enige wat een overheid op korte termijn kan doen, is een geloofwaardig besparingspad vastleggen, en daarna volhouden. Uitgaven met sterke groei-effecten, zoals infrastructuurwerken, moeten zo veel mogelijk buiten schot blijven. Gezien de makke economie, is een aanvankelijke stijging van de schuldgraad niet uitgesloten. Een zondagswandeling wordt het in geen geval.JOZEF VANGELDER