Als er één ding is waar ik verzot op ben, dan is het wel een uitgebreide brunch. Omdat het soms ook wat meer mag zijn dan huisgemaakte pannenkoeken en een zachtgekookt ei, boekte ik twee weken geleden tickets voor een Koreaanse brunch op Sonmat Festival. Terwijl mijn lief en ik onze smaakpapillen lieten verrassen, vroeg hij wat ik van de soepaanval op Van Goghs Zonnebloemen vond.
...

Als er één ding is waar ik verzot op ben, dan is het wel een uitgebreide brunch. Omdat het soms ook wat meer mag zijn dan huisgemaakte pannenkoeken en een zachtgekookt ei, boekte ik twee weken geleden tickets voor een Koreaanse brunch op Sonmat Festival. Terwijl mijn lief en ik onze smaakpapillen lieten verrassen, vroeg hij wat ik van de soepaanval op Van Goghs Zonnebloemen vond. Ik moest toegeven dat de stunt van Just Stop Oil me vooral had teleurgesteld. In mijn ogen had de actiegroep het wel heel gemakkelijk gemaakt om klimaatactivisten, behalve als geitenwollensokken en bakfietsmoeders, nu ook als cultuurbarbaren af te schilderen. Een extra stereotype is niet iets waar de klimaatbeweging op zit te wachten. Ik plaatste ook vraagtekens bij de effectiviteit van de actie. Een blik soep over een internationaal monument gooien, kan voor sommigen een ontlading van frustraties zijn, voor anderen is het net een bron van dezelfde gevoelens. De actie leek dan ook meer te verdelen dan te verenigen, terwijl een wereldwijd probleem als de klimaatverandering net om eendracht vraagt. Gelukkig was mijn lief even kritisch voor mijn standpunt als ik voor de actie van Just Stop Oil. Als beroepsmatig marketingverantwoordelijke vond hij de soepaanval vooral een staaltje van effectieve pr. De actiegroep was erin geslaagd dagenlang internationale persaandacht te krijgen. Was dat niet het voornaamste doel geweest? Op mijn argument dat het werk van Just Stop Oil vooral mensen had verdeeld, stelde hij me de vraag of dat bij een mildere actie anders zou zijn geweest. Toen Greta Thunberg in 2019 voor de Europese Commissie in tranen uitbarstte, waren critici er inderdaad ook als de kippen bij om haar te bestempelen als een mentaal onstabiele alarmist. In vergelijking met de aanval op Van Gogh is een huilend meisje nochtans allerminst radicaal. Wie bekend is met het werk van Daniel Kahneman of Per Espen Stoknes, weet dat mensen veelal geneigd zijn hun beeld van anderen en de wereld in stand te houden. Vooral wanneer het over complexe problemen, zoals de klimaatverandering gaat. Geconfronteerd met ambigue informatie ("twee activisten hebben opzettelijk schade toegebracht aan een door glas beschermd schilderij") zullen we die informatie eerder gebruiken om ons wereldbeeld te bevestigen dan om het tegen te spreken. Een radicale held blijft een held. Een menselijke tegenstander blijft een tegenstander. De mediastorm na de actie van Just Stop Oil bevestigde nogmaals de robuustheid van het fenomeen. Van vraagtekens bij de authenticiteit van de activisten tot theorieën over relaties tussen de actiegroep en de fossielebrandstofindustrie: alle lijken moesten uit de kast, al was het maar om een punt te maken. Ook toen woordvoerder Miranda Whelehan eerder dit jaar werd uitgenodigd op Good Morning Britain, konden haar kalmte en eloquentie de interviewer er niet van weerhouden haar als een hypocriet te bestempelen, omdat haar kleding volgens hem toch ook ooit door een dieselwagen was vervoerd. Wereldwijde bezorgdheden uiten, autoriteiten ter discussie stellen en opkomen voor hogere belangen kost ongetwijfeld bakken energie. Misschien moeten we activisten niet ook nog eens vragen dat zo mild mogelijk te doen. Misschien moeten activisten helemaal niet mee- maar net tegenwerken. Misschien moet activisme wringen in plaats van verenigen. Prikkelen in plaats van paaien. Net zoals uw lief u af en toe moet tegenspreken, en je op een Koreaanse brunch vooral gepekelde tempé en geen boterkoeken moet eten.