Veel koppels die getrouwd zijn of samenwonen, kopen of bouwen een woning. Bij een scheiding moet die woning doorgaans worden verdeeld, omdat iedere partner gelijke rechten heeft op het goed. Voor getrouwde stellen is er een wettelijke regeling die bepaalt hoe de verdeling van eigen en gemeenschappelijke goederen moet gebeuren. Dat is niet het geval voor koppels die wettelijk of feitelijk samenwonen. Een eenvoudige verklaring voor de burgerlijke stand volstaat om de wettelijke samenwoning ongedaan te maken.
...

Veel koppels die getrouwd zijn of samenwonen, kopen of bouwen een woning. Bij een scheiding moet die woning doorgaans worden verdeeld, omdat iedere partner gelijke rechten heeft op het goed. Voor getrouwde stellen is er een wettelijke regeling die bepaalt hoe de verdeling van eigen en gemeenschappelijke goederen moet gebeuren. Dat is niet het geval voor koppels die wettelijk of feitelijk samenwonen. Een eenvoudige verklaring voor de burgerlijke stand volstaat om de wettelijke samenwoning ongedaan te maken. Bij de verdeling wordt de woning vaak gekocht door een van de ex-partners. "Hij moet een registratierecht op de waarde van de woning betalen -- het zogenoemde verdeelrecht", zegt Stephanie Gabriël, advocaat bij Tuerlinckx Advocaten. "In Wallonië en Brussel bedraagt het tarief 1 procent. Dat was ook in Vlaanderen het geval, maar op 1 augustus 2012 is het daar opgetrokken tot 2,5 procent." Het verdeelrecht is een zware financiële belasting. Bovendien is bij de aankoop of de bouw van de woning al een registratierecht van 10 procent (12,5 procent in Brussel en in Wallonië) of btw betaald. De Vlaamse Regering heeft ingezien dat ze mensen in een moeilijke positie, met het verdeelrecht -- ook weleens een 'miserietaks' genoemd -- niet bijkomend mag belasten. Voor scheidende partners werd een vrijstelling van de belastbare grondslag van 50.000 euro ingevoerd -- het abattement. Dat komt neer op een vermindering van 1250 euro. Dat voordeel werd opgetrokken voor koppels met kinderen. Het abattement is van toepassing voor koppels die een verdelingsovereenkomst hebben afgesloten vóór 1 januari 2015, maar waarvan de echtscheiding na 1 januari 2015 wordt uitgesproken. Maar die mildering van het abattement bleek niet voldoende om de financiële problemen bij een scheiding op te vangen. Voor echtscheidingen die vanaf dit jaar worden uitgesproken en voor nieuwe verdelingsovereenkomsten is het verdeelrecht teruggebracht van 2,5 naar 1 procent. Het abattement en de tariefverlaging gelden enkel voor getrouwde en wettelijk samenwonende koppels die uit elkaar gaan. Feitelijk samenwonenden kunnen er geen aanspraak op maken. De motivatie is dat getrouwde en wettelijk samenwonende stellen hun samenleving hebben geformaliseerd en daardoor wederzijdse rechten en plichten hebben vastgelegd. De Raad van State vond die verantwoording onvoldoende en vroeg het Grondwettelijk Hof te beoordelen of er sprake is van discriminatie. Voorlopig wordt de maatregel niet geschorst. Als blijkt dat feitelijk samenwonende koppels worden gediscrimineerd, kunnen ze de belasting die ze te veel hebben betaald, terugvorderen. In het regeerakkoord van de Vlaamse Regering staat dat de ongelijkheid moet worden opgeheven. Voorlopig wachten de meerderheidspartijen de uitspraak ten gronde van het Grondwettelijk Hof af. Een voorstel van oppositielid Bart Van Malderen (sp.a) om het verdeelrecht ook voor feitelijk samenwonende partners te verlagen naar 1 procent, werd verworpen in de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement. Johan Steenackers