We krijgen na de federale verkiezingen van 13 juni een grote staatshervorming. Het tegendeel zou sterk verwonderen, want de Franstaligen zeggen daartoe bereid te zijn. Eindelijk. Tien jaar lang reageerden ze op de communautaire verzuchtingen van de Vlamingen, de meerderheid der Belgen, met het zinnetje: "Wij vragen niets."
...

We krijgen na de federale verkiezingen van 13 juni een grote staatshervorming. Het tegendeel zou sterk verwonderen, want de Franstaligen zeggen daartoe bereid te zijn. Eindelijk. Tien jaar lang reageerden ze op de communautaire verzuchtingen van de Vlamingen, de meerderheid der Belgen, met het zinnetje: "Wij vragen niets." Het zou goed zijn, als we deze keer komen tot de 'moeder van alle staatshervormingen'. Met oplossingen voor de faciliteitengemeenten, een nieuwe financieringswet met meer fiscale verantwoordelijkheid voor de deelstaten, een betere bevoegdheidsverdeling, een doorzichtige solidariteit, een beslissing over wat we nog samen willen doen. Nu ja, onze staatshervorming is een organisch proces dat wellicht nooit zal eindigen. Kunnen we in Zwitserland de mosterd halen voor onze nieuwe staatsarchitectuur? Zeker. Het Alpenland heeft heus wel meer in petto dan bergen, bankiers, horlogemakers, chocolade en raclette. Zwitserland ligt op het kruispunt van de Duitse, Franse, Italiaanse taal en cultuur. Een nog ingewikkelder toestand dan in België. Het Zwitserse model vloeit voort uit een eeuwenlange evolutie van nader tot elkaar komen van kantons. Het Belgische federalisme resulteert uit een sinds decennia uit elkaar drijven van zijn delen. Dat scheelt een hele slok op de borrel. Kennen de Zwitsers meer taalconflicten dan de Belgen? Neen, want hun taalgebieden lopen niet gelijk met de grenzen van de 26 kantons die het land telt. Je hebt er een-, twee- en zelfs drietalige. Overal geldt het territorialiteitsprincipe, ook in de kantons. Een Franstalige die bijvoorbeeld naar een Duitstalig gebied verhuist, aanvaardt dat de bestuurstaal er het Duits is en dat het openbaar onderwijs in het Duits wordt gegeven. Overigens, de kantons zijn verantwoordelijk voor het onderwijs, waardoor Zwitserland 26 onderwijssystemen heeft. In de kantons zijn het gemeenten die het openbare onderwijs beheren. De kantons leggen de taalgrens vast. Tussen 1860 en 2000 veranderden 83 gemeenten van taalregio. In sommige taalgrensagglomeraties is er sprake van tweetaligheid. Voeg daarbij dat Zwitsers een groot nationaal gevoelen hebben. Het maakt van het taalgebruik nog minder een issue. Geld is de zenuw van de oorlog. Ook in de communautaire onderhandelingen die op til staan, wordt het de moeilijkst te kraken noot: de financieringswet, die de financiële middelen over de verschillende overheden verdeelt. De Franstaligen hebben schrik om met minder achter te blijven. Het is geen toeval dat Waals minister-president Rudy Demotte in Trends zei dat over alles te praten valt behalve over de solidariteit. In Zwitserland ligt het grootste deel van de belastingen en uitgaven bij de kantons en gemeenten. Het federale niveau vertegenwoordigt er slechts een tiende van het totaal. Dat brengt fiscale competitie mee. Kantons en gemeenten verlagen hun belastingen om rijke Zwitsers te lokken en economische groei te stimuleren. Het verplicht de overheden zuinig met hun middelen om te springen. Het zuiden van België vreest fiscale concurrentie. Het Zwitserse model doet onwillekeurig denken aan de verlaging van de registratie- en successierechten in Vlaanderen. Die belastingen brachten paradoxaal genoeg nadien meer op. De Zwitsers ervaren hun fiscale concurrentie niet als een groot probleem. Dat enkele rijke families hun fiscale woonplaats verhuisden, veroorzaakte wel tandengeknars, zegt Giuliano Bonoli, professor aan de universiteit van Lausanne en gespecialiseerd in sociale politiek. Alle kantons verlaagden hun belastingen in de jaren voor de economische crisis. De economische groei lag hoog en de overheidsbudgetten vertoonden een surplus. De federatiebegroting had zelfs vorig jaar een fiks overschot. Het is uitkijken hoe het die fiscale concurrentie vergaat in deze economisch moeilijke tijden, in het bijzonder in de kantons Zürich en Genève. Zij hebben een grote financiële sector en zagen hun inkomsten fiks dalen. Boloni legt uit dat alleen de pensioenen de exclusieve bevoegdheid zijn van de Zwitserse federatie. Die draagt ook de verantwoordelijkheid over werklozen zolang ze niet langer dan anderhalf jaar zonder werk zitten. Nadien worden de kantons bevoegd. Federatie en kantons zijn bevoegd voor de gezondheidsverzekering en het gezinsbeleid. Zwitserland verplicht zijn burgers zich te verzekeren en de kantons leggen vast hoeveel hun inwoners daarvoor moeten betalen. De Franstalige kantons geven meer geld aan gezondheidszorg uit dan de Duitstalige. Het systeem in het Alpenland doet denken aan het model dat destijds door sp.a-kopstuk Norbert De Batselier werd gelanceerd. De man is ondertussen directeur van de Nationale Bank en koos, in een notendop, voor het federaal houden van uitkeringen die het inkomen vervangen, zoals pensioenen en werkloosheid. De kostenopvangende uitkeringen zoals de kinderbijslag hevelde hij over naar de deelstaten. De Batselier waakte er daarbij over dat de solidariteit niet in het gedrang kwam. De Franstaligen blokten vooralsnog elke stap af die nog maar hypothetisch zou kunnen neigen naar het aantasten van het Belgische karakter van onze sociale zekerheid. Zwitserland leert dat hoe directer de democratie, hoe lager de belastingen en hoe gezonder de overheidsfinanciën. Referenda zitten in het Zwitserse DNA. België beschouwde die lange tijd als een virus. Vooral na het debacle van het referendum in de koningskwestie, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Vlamingen en Walen kwamen tegenover elkaar te staan en er vielen doden. Leopold III, die van de meerderheid van de Belgen mocht terugkeren, ruimde uiteindelijk plaats voor Boudewijn I. De voorzichtige stappen om volksraadplegingen nieuw leven in te blazen, moeten worden aangemoedigd. Het referendum over de Lange Wapperbrug geldt als het recentste voorbeeld in onze regio. Maar goed, ons land heeft er geen traditie in. Wij moeten het meer hebben van een representatieve democratie waarbij de beslissingsmacht op het meest geschikte en zo laag mogelijke niveau komt te liggen. Het subsidiariteitsprincipe, dat een wezenskenmerk is van een federale staat. Velen bewijzen het lippendienst, maar macht afstaan blijft een moeilijke keuze voor politici. Kijk maar naar de interne Vlaamse staatshervorming, die een herschikking moet brengen tussen gemeenten, provincies en deelstaat. Ze wordt al lang in het vooruitzicht gesteld, maar blijft dode letter. De directe democratie gaat heel ver in Zwitserland. Het kanton Obwalden bijvoorbeeld, dat 31000 inwoners telt, besliste niet zo lang geleden bij referendum de vlaktaks in te voeren. De rechtstreekse uitspraak door de bevolking gebeurt op elk niveau en soms wordt zelfs bij referendum beslist over elke uitgave die een bepaald bedrag overschrijdt. Het referendum bestaat in sommige kantons als sinds 1291. Bij referendum werd de werkweek, opmerkelijk genoeg, van 40 op 42 uur gebracht. Het kanton Jura kwam er na lokale, kantonale en federale referenda in 1974 en 1975. Voordien vormde het Franstalige en katholieke gebied een geheel met het Duitstalige en protestantse Bern. De splitsing gebeurde op vreedzame wijze. Het parlement moet debatteren over een voorstel om de grondwet te herzien wanneer honderdduizend Zwitsers, van de 3,5 miljoen stemgerechtigden, hun handtekening zetten onder de vraag. In de kantons gebeurt hetzelfde, uiteraard zijn de aantallen kleiner. Meestal komt de parlementaire assemblee met een alternatief op de proppen. Alle burgers spreken zich dan uit voor het oorspronkelijke voorstel of het parlementaire initiatief. Ze kunnen ook beslissen de grondwet niet te veranderen. Door boudewijn vanpeteghem, illustratie debora lauwersEen Franstalige Zwitser die naar een Duitstalig kanton verhuist, aanvaardt er de Duitse bestuurstaal.Federatie en kantons zijn verantwoordelijk voor de sociale zekerheid.