Regelgeving en ondernemen. Het is niet het meest geslaagde huwelijk. Ondernemen is per definitie niet gediend met een diarree aan regels, een overvloed aan wetten en een daaraan automatisch gekoppelde administratieve (trage) molen. In de praktijk leidt dat tot een enorme papierberg zonder enige meerwaarde. Dit is geen pleidooi voor een vrijstaat voor ondernemers of een naïef geloof in een zelfregulerend kader. Maar als de kredietcrisis van de voorbije maanden iets heeft aangetoond, dan wel dat er geen gebrek is aan regeltjes, maar dat er een manifest gebrek is aan controle. Er waren alarmsignalen, tekens aan...

Regelgeving en ondernemen. Het is niet het meest geslaagde huwelijk. Ondernemen is per definitie niet gediend met een diarree aan regels, een overvloed aan wetten en een daaraan automatisch gekoppelde administratieve (trage) molen. In de praktijk leidt dat tot een enorme papierberg zonder enige meerwaarde. Dit is geen pleidooi voor een vrijstaat voor ondernemers of een naïef geloof in een zelfregulerend kader. Maar als de kredietcrisis van de voorbije maanden iets heeft aangetoond, dan wel dat er geen gebrek is aan regeltjes, maar dat er een manifest gebrek is aan controle. Er waren alarmsignalen, tekens aan de wand en allerhande knipperlichtsynoniemen die de financiële wereld, de toezichthouders en de centrale bankiers aan het denken zetten. Maar niemand voelde zich geroepen om het innovatieve fetisjisme van de financiële spitstechnologie tegen het licht te houden. Het systeem ontwikkelde zich sneller dan de capaciteit om aan goed risicobeheer te doen, stelt Peter Praet, directeur bij de Nationale Bank. Op vraag van de Europese Commissie gaan de toezichthouders nu elke zes maanden een rapport opstellen over de risico's bij de banken, de verzekeraars en de effectenhandelaars. Nóg een rapport dus. Intussen klagen de banken dat de IFRS-boekhoudnormen te streng zijn. Die schrijven voor dat alle financiële activa tegen marktwaarde in de boeken moeten worden opgenomen. Alles boeken tegen marktwaarde terwijl er in wezen geen markt meer is, veroorzaakt een enorme volatiliteit in de resultaten. Daarvan kan je je afvragen in hoeverre ze nog een economische realiteit weerspiegelen. De Europese effectentoezichthouders gaan nu - terecht - onderzoeken hoe ze met deze gewijzigde marktomstandigheden rekening kunnen houden. Hadden de controlemechanismen gewerkt, dan moest het allicht nooit zover komen. Nog dichter bij huis wil ook Euronext werken aan nieuwe maatregelen om het beurssegment voor de kmo's, de Vrije Markt, transparanter te maken. De regels om er een notering aan te vragen, zijn veel soepeler dan die voor een andere beursnotering. Zo zijn er geen directe verplichtingen voor de marktkapitalisatie of voor het percentage aandelen dat op de markt moet worden gebracht. De bedrijven hoeven ook geen kwartaalresultaten of andere periodieke informatie te verstrekken. Ze staan wél onder het toezicht van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA). Dat men nu aan meer transparantie wil werken, is een goede zaak. Alleen een beetje te laat. Er noteren tal van bedrijven op dit marktsegment die daar helemaal niet rijp voor zijn en een loopje nemen met de elementaire beleefdheid om te communiceren met hun aandeelhouders. Iedereen herinnert zich het fiasco van het kledingbedrijf ZNJ dat amper een jaar na zijn beursdebuut failliet ging. Wie in die dagen naar de CBFA of Euronext belde, kreeg het laconieke antwoord dat men niet bevoegd was om het bedrijf aan te zetten tot communicatie. Een professionalisering van de Vrije Markt is een goede zaak. Een controleorgaan dat effectief optreedt, is nog beter. (T)Door Lieven Desmet