De auteur is sinds 1990 European Affairs Officer bij een multinational en was voordien actief in de pers en de financiiële wereld.
...

De auteur is sinds 1990 European Affairs Officer bij een multinational en was voordien actief in de pers en de financiiële wereld.Nu Kim Clijsters nummer 1 is van het vrouwentennis, Club Brugge en Anderlecht uitsluitsel krijgen over deelname aan de Champions League en netbeheerder Elia ons heeft verzekerd dat een stroompanne zoals in de VS bij ons onmogelijk is - tenzij het nogmaals in Doel en Verbrande Brug zou foutlopen of de Nederlanders te veel stroom uit Frankrijk willen - kunnen we met het ernstige werk beginnen. Meer jobs. De ministers hebben even mogen verpozen in het buitenland, maar nu worden concrete maatregelen verwacht die de economie weer op het goede spoor moeten zetten. In door hen gekozen eenvoudige woorden betekent dat: het scheppen van 200.000 banen. Als dat lukt, zijn alle problemen van de baan, worden wij de referentie in Europa, kunnen we de vergrijzing zonder moeite opvangen, blijft er ruimte voor belastingverlagingen en bijkomende uitgaven voor een groter maatschappelijk welzijn en zijn de regeringspartijen zeker van een overwinning bij de volgende regionale verkiezingen. De taak is even eenvoudig als enorm. De basis waarvan we vertrekken, is zwakker dan een paar maanden geleden. Het vertrouwen in een betere toekomst is verminderd. Het uitzicht op een stijgend inkomen is aangetast door een verhoogd risico van jobverlies. Het geloof dat de overheid een afdoende oplossing heeft voor het pensioenprobleem wordt ondermijnd omdat het aantal mensen dat er voortijdig de brui aan geeft - of móét geven - blijft stijgen. En omdat het er zo weinig rooskleurig uitziet, wordt de spaarzin aangewakkerd - ook al vindt de burger dat zijn spaargeld niets meer opbrengt - en wordt er minder geld in de economie gepompt. Dit zorgt dan weer voor verminderde activiteit in de bedrijven, die als ze ook op de uitvoer zijn gericht, last krijgen van lagere dollars, yens en ponden. Terugvallen op succesformules uit het verleden kan niet. Er bestaan er geen. Er is weliswaar een groot aanbod geweest van banenplannen, maar daarvan is alleen met zekerheid geweten wat ze hebben gekost. De resultaten, uitgedrukt in duurzame tewerkstelling, zijn twijfelachtig. De werkgelegenheidsgraad van ongeschoolde mannen is sinds 1999 gedaald van 62 % naar 60,8 % en zelfs die van de hooggeschoolden is licht gezakt. Voor vrouwen zijn de percentages in alle compartimenten gestegen, behalve bij de ongeschoolden, waar het cijfer tot 44,2 % is afgenomen. Volgens de gegevens van het Centre for European Policy Studies (Ceps) blijft de Belgische werkgelegenheidsgraad ook in de toekomst (60,5 % in 2010 en 60,2 % in 2020) onder het gemiddelde van de EU-15 en ver beneden de 70 % die destijds tijdens de Europese Top van Lissabon was vastgelegd voor 2010. Verhofstadt is zich bewust van de omvang van de uitdaging en heeft dan ook maar meteen het welslagen of mislukken van de te nemen maatregelen tot een collectieve verantwoordelijkheid gemaakt van zowel regering als oppositie, vakbonden als patroons, federale als regionale regeringen. Dat is handig en verstandig, maar het maakt de kansen op succes niet groter. Met de eerste affiches over de inzet van de sociale verkiezingen nu al in het straatbeeld is de kans gering dat de vakbonden de soepele regeling voor brugpensioenen zullen willen opgeven - ze worden daarin trouwens veelal gesteund door de bedrijfsleiders. Ook de in Duitsland voorgestelde maatregel om de periode van werkloosheidsvergoeding drastisch te verkorten en de strafmaatregel bij weigering van een werkaanbieding zullen onverteerbaar blijken. Lagere loonlasten. De werkgevers zullen het standpunt blijven verdedigen dat er geen vooruitgang kan worden geboekt zonder een substantiële verlaging van de lasten op arbeid. Maar een algemene verlaging zit er niet in nu de regering te krap bij kas zit. Het lijdt ook geen twijfel dat de ondernemers zich niet zullen laten vastpinnen op een resultaatverbintenis. Te veel bedrijven zijn nog volop bezig met het consolideren van de recente neergang van de economie. Bovendien is de toekomst te onzeker. Het is politiek onhaalbaar om een verlaging van de loonlasten te financieren met een verhoging van de belastingen. Want hoewel de regering erop blijft hameren dat er wel degelijk een belastingverlaging werd doorgevoerd, overheerste het gevoel dat ondanks alles de belastingdruk is gestegen. Het is net als met de invoering van de euro: ook toen haastte de gouverneur van de Nationale Bank zich om te zeggen dat de euro de prijzen niet deed stijgen, terwijl iedereen ervan overtuigd was dat alles duurder was geworden. Een nieuwe verlaging van de belastingen om de consumptie aan te zwengelen is eveneens ondenkbaar. De restaurant- en caféhouders verwachten dan wel een BTW-verlaging, maar zoiets wordt alleen gedaan om een verkiezingsbelofte na te komen. Uit onderzoek van de Europese Commissie is immers gebleken dat dergelijke initiatieven geen effect hebben op de 'officiële' tewerkstelling in die sector, tenzij de restaurantkosten weer volledig aftrekbaar worden, maar zo'n maatregel zou de schatkist dan weer te veel kosten. Hoewel men het misschien zou willen, kan er geen overleg worden gevoerd zonder de actieve deelname van de regio's. En aangezien de verdeling van de lasten voor het nakomen van de Kyoto-verdragen door de Vlaamse onderhandelaars ongemoeid werd gelaten tijdens de besprekingen voor de federale regering, móéten ze nu wel aan bod komen. Als Wallonië van geen solidariteit met Vlaanderen wil horen, zullen de extra kosten de industriële basis van Vlaanderen aanzienlijk ondermijnen. Cynisch zou je kunnen stellen dat het Kyoto-probleem meteen is opgelost als er maar voldoende industrie uit Vlaanderen wegtrekt. En dan is er nog de oppositie. Totnogtoe heeft die zich beperkt tot gemaakt-kluchtige commentaren op de regeringsvoorstellen. Alleen maar zeggen dat de regering het beoogde resultaat niet heeft bereikt, zal gezien de ernst van de toestand onvoldoende zijn om bij de volgende verkiezingen het verschil te maken. Huib CrauwelsVoor zijn '200.000 nieuwe jobs' kan Verhofstadt niet terugvallen op succesformules uit het verleden. Die bestaan niet.