Ik woonde op het non-fictieboekenfestival FAAR in Oostende een lezing door Lode Lauwaert bij over 'wij robots'. Ik las ook dat men aan de KU Leuven een robot heeft gemaakt die schrijft als Annelies Verbeke, writer in residence aan diezelfde universiteit. De doet het niet slecht, maar produceert nog geen literaire hoogstandjes. Wat een troost voor mij: na drie jaar literaire opleiding en zowat 2.000 columns produceer ook ik nog geen literaire hoogstandjes. Hoewel 'mijmerend in een tandartsstoel' toch best in de buurt komt.
...

Ik woonde op het non-fictieboekenfestival FAAR in Oostende een lezing door Lode Lauwaert bij over 'wij robots'. Ik las ook dat men aan de KU Leuven een robot heeft gemaakt die schrijft als Annelies Verbeke, writer in residence aan diezelfde universiteit. De doet het niet slecht, maar produceert nog geen literaire hoogstandjes. Wat een troost voor mij: na drie jaar literaire opleiding en zowat 2.000 columns produceer ook ik nog geen literaire hoogstandjes. Hoewel 'mijmerend in een tandartsstoel' toch best in de buurt komt. Vreemd, die houding tegenover artificiële intelligentie. Het heeft de mens tienduizenden jaren gekost om een beetje redelijk te schrijven. En nu nog klagen pedagogen steen en been: de jeugd kan niet meer schrijven. Wat een contrast met de eerste robot die men voedt met teksten van Annelies Verbeke: die doet het nog niet zo slecht. Hij mist wat overzicht, wat samenhang. Net een masterthesis van zowat de helft van de studenten. Voed die robot met nog wat teksten van Willem Elsschot, wat columns van Geert Noels, wat speeches van Alexander De Croo, en hij schrijft beter dan 95 procent van onze studenten. En we staan maar aan het prille begin van zijn opleiding. Laten we zeggen dat we de schrijfprestaties van iemand uit de laatste kleuterklas aan het vergelijken zijn met Shakespeare. Kan een robot creatief zijn? Dat is een gewaagde vraag! Hij componeert al muziek die nauwelijks te onderscheiden is van de echte Bach, schildert perfect in de stijl van de oude meesters en schrijft opiniestukken in kwaliteitskranten. In Londen woonde ik ooit een niet onaardige musical bij, samengesteld met algoritmes. Neen, nog geen West Side Story, maar beter dan zowat de helft van de menselijke producties. Maar het systeem moet gevoed worden! Robots vinden zelf niets. Alsof de echte oude meesters niet gevoed werden toen ze naar Italië reisden, alsof journalisten niet jaren opgeleid worden, alsof musicalcomponisten niet stelen als de raven. Vraag maar aan Andrew Lloyd Webber. Aan deze en nog vele andere dingen lag ik te denken in de tandartsstoel. Niet leuk als een tandwortel afbreekt. Zo'n stoel is voor mij een goede plaats om mijn meditatieve competenties te testen. Ik oefen daar mijn ' default mode network', de onderbouw van het betere mijmerwerk. En plots besefte ik: die man zijn job zal niet snel bedreigd worden door robots. Ik vroeg het hem na afloop van de ingreep. Hij had het snel bij het juiste eind: het is de combinatie van focus, wat denkwerk, bestuderen van de context en de fijne motoriek die het werk nog altijd beschermt tegen robotisering. Vreemd genoeg is ons denkwerk het meest bedreigd, daar kunnen we echt niet meer onderuit. Zoals hierboven al even gewaarschuwd: denk niet dat creativiteit zo uitzonderlijk menselijk is dat ze niet aangeleerd kan worden aan neurale netwerken. Maar onze ambachtelijke inspanningen blijven een grote uitdaging voor de heer en mevrouw robot. Als fijne motoriek gecombineerd moet worden met wat denken en misschien een vleugje creativiteit, dan zit je nog voor vele jaren safe. Toen vroeg ik natuurlijk waarom het zo moeilijk is om nog tandartsen te vinden. Het antwoord verraste mij niet: de numerus clausus zat er volkomen naast. Als volleerde Oost-Duitse communisten, zonder enig vertrouwen in de arbeidsmarkt én in de polyvalentie van dokters en tandartsen, hebben we een planeconomie ingevoerd: zoveel tandartsen tegen dat jaar, leve de toelatingsproeven, enzovoort. Je kan de beste robotten inzetten, maar voorspellen hoeveel artsen, dierenartsen, of advocaten we nodig zullen hebben in 2035, is koffiedik kijken. Opleidingen al te eng maken zodanig dat de afgestudeerden perfect voorbereid zijn op de arbeidsmarkt van vandaag, is bovendien slechte koffie maken.