De klacht van de Amerikaanse federale justitie en twintig staten tegen Microsoft laat zich lezen als een studie van de informaticamarkt in de jongste tien jaar (zij het dat Microsoft het uiteraard niet eens is met het gezichtspunt).
...

De klacht van de Amerikaanse federale justitie en twintig staten tegen Microsoft laat zich lezen als een studie van de informaticamarkt in de jongste tien jaar (zij het dat Microsoft het uiteraard niet eens is met het gezichtspunt). Justitie werpt Microsoft verschillende dingen voor de voeten:Het bundelen van de Internet Explorer met Windows als een poging om de markt van de Internet-browsers te monopoliseren, "wat een substantiële hoeveelheid handel in de Internet-browsermarkt (verder) dreigt uit te sluiten en aan consumenten de voordelen van faire en sterke Internet-browsercompetitie dreigt te ontzeggen".Internet-browsers kunnen, vooral in combinatie met de Java-taal van Sun, een soort middleware vormen waarop toepassingen kunnen werken zonder gebonden te zijn aan een bepaald besturingssysteem, legt de klacht geduldig uit. Toen Microsoft dat half 1995 doorhad, poogde het eerst tot een marktverdeling met browserfabrikant Netscape te komen, stelt Justitie: de Windows-markt voor Microsoft, de rest ( Unix en Macintosh) voor Netscape. Toen Netscape dat weigerde, begon Microsoft volgens Justitie te werken aan een strategie om zijn Windows-monopolie uit te breiden naar de browsermarkt. Behalve dat Microsoft zijn Internet Explorer weggaf, werkte het Netscape vooral tegen via zijn akkoorden met pc-leveranciers (OEM's), Internet Service Providers (bijvoorbeeld EUnet en UUnet in België) en on line-diensten (zoals America Online). Akkoorden met inhoudsleveranciers (zoals CNN) hielden bijvoorbeeld in dat deze concurrerende browsers niet zouden promoten en in ruil een "platinum"-status zouden krijgen in de "actieve kanalen" op Internet Explorer. Behalve deze overeenkomsten in de browsermarkt viseert Justitie echter nog Microsofts macht in andere toepassingen.De markt voor kantoorprogramma's, waar Microsoft door een systeem van licenties "per systeem" pc-fabrikanten "dwong" om Office mee te leveren op hun computers. "Systeem" wordt hier begrepen als een hele pc-productlijn, niet als een afzonderlijke pc, waarvoor Microsoft merkelijk hogere "per copy"-licenties verkocht.De e-mailprogrammamarkt, waarin Microsoft Outlook Express bundelt met Windows. De pc-markt, waarin de licenties vanaf minstens 1986 aan pc-fabrikanten verhinderden om hun opstartschermen aan te passen aan wat de consument zou vragen en hen verplichtte om alleen het Windows-scherm te tonen, alle iconen incluis. Daardoor konden de fabrikanten zich ook niet onderling differentiëren wat de keuze voor de consument, nog steeds volgens Justitie, beperkte.