In wat wel eens het mededingingsproces van de eeuw wordt genoemd, wordt het meest innovatieve en meest succesvolle bedrijf van onze tijd, Microsoft, aangevallen door de Amerikaanse mededingingsautoriteiten. Het wordt ervan verdacht, misbruik te maken van zijn dominante positie op de markt voor besturingssystemen door zijn Internet Explorer in Windows te integreren en gratis van de hand te doen.
...

In wat wel eens het mededingingsproces van de eeuw wordt genoemd, wordt het meest innovatieve en meest succesvolle bedrijf van onze tijd, Microsoft, aangevallen door de Amerikaanse mededingingsautoriteiten. Het wordt ervan verdacht, misbruik te maken van zijn dominante positie op de markt voor besturingssystemen door zijn Internet Explorer in Windows te integreren en gratis van de hand te doen. De zaak is niet alleen juridisch complex, dat is ze ook vanuit economisch oogpunt. De meningen van economen over hoe effectief het is wanneer mededingingsautoriteiten ingrijpen, zijn dan ook uiteenlopend. Behartigt de overheid de belangen van de consument? Of grijpt ze bijvoorbeeld in om de concurrentie te beschermen tegen het meest innovatieve bedrijf?De markten hebben in elk geval weinig vertrouwen in de mededingingsautoriteiten. Dat blijkt uit een onderzoek van Bittlingmeyer en Hazlett, beiden verbonden aan de Universiteit van Californië, waarin ze concluderen, dat de markt verwacht dat ingrijpen eerder schaadt dan baat. Voor een groot aantal nieuwsfeiten over antitrustacties tegen Microsoft uit de periode 1991-1997 bestudeerden ze de koersreacties van computerbedrijven. Negatief nieuws voor Microsoft (het ingrijpen van de autoriteiten dreigt) pakt negatief uit voor de koers van Microsoft. De 28 gevallen waarin de autoriteiten met actie dreigden, leverden Microsoft een negatief, abnormaal rendement op van 1,2%, gedurende de drie dagen rond de dag waarop het nieuws werd bekendgemaakt. Positief nieuws (de dreiging vervalt) leverde Microsoft een positief abnormaal rendement op van 2,36%. Als de markt het overheidsingrijpen als effectief beschouwt, dan zou de koersbeweging van andere computerbedrijven tegengesteld moeten zijn aan die van Microsoft. Dan kunnen die concurrenten immers gemakkelijker concurreren. In de praktijk blijkt echter precies het omgekeerde van kracht: bij positief mededingingsnieuws voor Microsoft, hebben andere bedrijven in de computersector een extra positief rendement van 1%, bij negatief nieuws hebben zij een negatief extra rendement van 0,71%. Omdat de verschillen significant zijn, moet de effectiviteit van het overheidsingrijpen worden verworpen. Wat de financiële markten overtuigend aantonen, is dat de gecombineerde hypothese, dat het gedrag van Microsoft anticompetitief is én dat mededingingsbeleid een geschikte remedie is, niet houdbaar is.De auteurs stellen dat beleid niet op theoretische merites moet worden beoordeeld, maar dat het een kosten-batenanalyse met succes zou moeten doorstaan. Of hoe de markt zich moeilijk de wet laat spellen.I.G. Bittlingmeyer en T. Hazlett, DOS Kapital: Has antitrust action against Microsoft created value in the computer industry? Discussion Paper, University of CaliforniaInfo: Tel. (00-1) 510.642.4247.