Toppers zijn nooit erg geliefd. Neem nu de tweede speler van de wereld, de Amerikaan Phil Mickelson. De andere spelers verwijten hem geregeld dat hij te egocentrisch is. Golf is dan ook een heel individuele sport, waarin het altijd een beetje één tegen allen is. Profspelers blijven eindeloos zoeken naar de perfecte swing, en dat doen ze alleen. Sommigen aarzelen niet om een beroep te doen op de wonderen der technologie. Op dat terrein heeft Phil Mickelson een straatlengte voorsprong op zijn collega's. Zo verklapte hij on...

Toppers zijn nooit erg geliefd. Neem nu de tweede speler van de wereld, de Amerikaan Phil Mickelson. De andere spelers verwijten hem geregeld dat hij te egocentrisch is. Golf is dan ook een heel individuele sport, waarin het altijd een beetje één tegen allen is. Profspelers blijven eindeloos zoeken naar de perfecte swing, en dat doen ze alleen. Sommigen aarzelen niet om een beroep te doen op de wonderen der technologie. Op dat terrein heeft Phil Mickelson een straatlengte voorsprong op zijn collega's. Zo verklapte hij onlangs dat hij een tiental wedges had uitgeprobeerd en uiteindelijk had gekozen voor een model van 64 graden. "Ik wil vertrouwen hebben in de loft en de shaft, alles moet perfect beantwoorden aan de specificaties. Ik wil de juiste bounce, de goede grooves en een kop die de perfecte vorm heeft." In 2006 won Phil Mickelson de Masters, zijn recentste van drie overwinningen in de Grand Slam. Hij gebruikte toen twee drivers, eentje voor de fade en een andere voor de draw. Dat gebeurt zelden. Op het gebied van materieel is de nummer twee van de wereld een pietje-precies. "Pas als ik op de driving range sta, kan ik beslissen welke club het beste is. Je moet daar je tijd voor nemen, heel voorzichtig je keuze maken. Op een range kun je verder of net minder ver slaan. Of de bal kan op een heel andere manier op het gras botsen, afhankelijk van hoe hij erop terechtkomt. Ik wil echt dat alles tiptop in orde is, voor het toernooi begint. Op die manier kun je immers behoorlijk wat frustratie vermijden." Ernie Els, vierde speler in de internationale hiërarchie, heeft ook al drie majors op zijn palmares. Zijn collega's bekijken hem helemaal anders, ze vinden hem zelfs sympathiek. En als het op materieelkeuze aankomt, is de Zuid-Afrikaan ook een absolute tegenpool van de Amerikaan. Mickelson is altijd uiterst secuur als hij van club moet veranderen, terwijl Els daar veel lichter over gaat. "Ik verander doorgaans snel van club. Ik voer er drie swings mee uit en dan vind ik hem goed of niet goed. Dat geldt voor het lange spel. Voor de approaches en de putting ligt het iets moeilijker. Vooral wat de keuze van de putter betreft, want die kan in grote mate afhankelijk zijn van het toernooi." Nick Rafaele is een van de topmensen bij het merk Callaway, dat beide spelers onder contract heeft. Hij is goed geplaatst om de houding van beide heren te vergelijken. "Ze moeten spelen en winnen, maar dat doen ze op een heel verschillende manier. Phil zou bij momenten iets minder veeleisend kunnen zijn, en Ernie zou af en toe misschien wat meer tijd kunnen stoppen in tests van nieuw materieel." John Baete