Gisteren, 5 november, ontving George W. Bush de Congolese president Joseph Kabila één uur lang in het oval office van het Witte Huis, een eer die geen enkele Belgische regeringsleider te beurt is gevallen.
...

Gisteren, 5 november, ontving George W. Bush de Congolese president Joseph Kabila één uur lang in het oval office van het Witte Huis, een eer die geen enkele Belgische regeringsleider te beurt is gevallen. Washington is zich bewust van het belang van stabiliteit in Centraal-Afrika na zijn desastreuze Kabila-strategie (met Laurent-Désiré). Het eindrapport van het VN-panel, met zijn aanbevelingen voor deugdelijk bestuur in de exploitatie van Congo's grondstoffen, vormt daartoe het ideale opstapje: het land heeft de grootste wereldreserves aan kobalt, diamant, de rijkste goudvoorraden en een ondergrond vol speciale mineralen voor de aanmaak van ruimtevaart- en telecommunicatietechnologie. Kortom, de ingrediënten om de opkomende superstaat, China, van antwoord te dienen. En perfect aansluitend bij olieland Angola. De eerstvolgende jaren ziet het er immers niet goed uit op de as Palestina-Irak-Afghanistan. Washington kan gerommel in het hart van Afrika, waar de islam oprukt, missen als kiespijn. De Belgen spelen in dit scenario een figurantenrol: Thank you mister Louis Michel ( MR) voor uw diplomatieke rondjes, maar feitelijk zal de VS de marsrichting bepalen. Gefrustreerd voelen ze dat in Brussel ook wel aan op Buitenlandse Zaken, bij het Verbond van Belgische Ondernemingen en de Belgisch-Afrikaanse Kamer van Koophandel. De krampachtige reflex is dan: rangen sluiten! Zeker wanneer Belgische bedrijven door het VN-panel met de vinger worden gewezen. Een kleine garnaal als Cogecom mag worden doorverwezen naar het gerecht - we moeten toch iets doen - terwijl de Groupe Forrest met alle middelen wordt afgeschermd. Laten we duidelijk zijn: Trends heeft het altijd opgenomen voor Belgische ondernemers in Congo. Ook voor Forrest. Omdat de tot mijnuitbater omgeturnde aannemer een rol te spelen heeft. Precies daarom zou de Groupe Forrest een voorbeeldfunctie moeten hebben. Het VN-panel vraagt de Belgische regering "welwillend" een oogje in het zeil te houden naar naleving van de Oeso-gedragsregels door Forrest. Maar de manier waarop een parlementaire onderzoekscommissie weinig geloofwaardig te werk ging en dit complexe dossier nu wordt opgevolgd door het Nationaal Contactpunt bij Economische Zaken - met andere woorden: door welgeteld één man en één vrouw - is een misplaatste grap. België noch Forrest hebben daar belang bij. Als er fouten zijn gemaakt - en daar zijn ernstige aanwijzingen voor - dan wordt er best bijgestuurd. Dat is belangrijk omdat België, ondanks de Amerikaanse ambities, in brede bevolkingslagen van Congo wordt gewaardeerd voor zijn inzet en oprechtheid. Grotendeels onterecht en naïef, want behalve wanneer het op sensatie aankomt, zijn de politici noch de publieke opinie geïnteresseerd in het lot van de Congolezen. Geen twee parlementsleden kennen de VN-dossiers ten gronde; geen drie kennen het Congo-dossier tout court, want daarmee raap je geen stemmen. Nochtans heeft Louis Michel van Centraal-Afrika de speerpunt gemaakt van de Belgische diplomatie. Terecht. Bij de heropbouw kunnen honderden bedrijven aan de slag en jonge Belgen expat-ervaring opdoen. Zeker, Azië is belangrijker, maar nog altijd draaien in Antwerpen de haven, diamant, het Tropisch Instituut en de landbouwfaculteiten op onze expertise in Afrika. Dat zou overmorgen ook kunnen, als we een oprechte langetermijnstrategie ontwikkelen naar een subcontinent zo groot als West-Europa - een subcontinent waar België het verschil kan maken. Erik Bruyland