Haaien, sprinkhanen, zwerfkapitalisten, stropers - het zijn slechts enkele van de koosnaampjes voor durfkapitalisten. In 2006 bereikten hun activiteiten een voorlopig hoogtepunt. Maar de opmars kan in 2007 onverstoord verder gaan, dankzij de combinatie van lage rentevoeten en sterke bedrijfswinsten. Zolang de durfkapitalisten zich kunnen financieren tegen gemiddeld ongeveer 4 % en aan een overname een rendement van gemiddeld 7 % overhouden, zullen ze de jacht verderzetten. Mogelijk nemen ze in 2007 grotere prooien in het vizier, zoals Bel20'ers, Colruyt of Belgacom.
...

Haaien, sprinkhanen, zwerfkapitalisten, stropers - het zijn slechts enkele van de koosnaampjes voor durfkapitalisten. In 2006 bereikten hun activiteiten een voorlopig hoogtepunt. Maar de opmars kan in 2007 onverstoord verder gaan, dankzij de combinatie van lage rentevoeten en sterke bedrijfswinsten. Zolang de durfkapitalisten zich kunnen financieren tegen gemiddeld ongeveer 4 % en aan een overname een rendement van gemiddeld 7 % overhouden, zullen ze de jacht verderzetten. Mogelijk nemen ze in 2007 grotere prooien in het vizier, zoals Bel20'ers, Colruyt of Belgacom. De kritiek in de buurlanden zal niet verstommen, al bleef die in België vrij stil. Kritiek? Enkel een financiële meerwaarde zou tellen, niet een industriële strategie. De overnemer zou het bedrijf vooral kopen via schuldfinanciering. Een aantrekkende rente zou leiden tot een molensteen rond de nek van de schuldenaar - zeker als die niet kan beantwoorden aan de hoog gespannen verwachtingen van de overnemer. Sommige durfkapitaalfondsen beloven jaarrendementen van 20 % tot 25 %. Herman Daems, voorzitter van Gimv, sust: "Buy-outfondsen die bedrijven leegzuigen? Dat is een goed borrelverhaal. Een fonds streeft een meerwaarde na én heeft er dus geen belang bij om een bedrijf kapot te maken. De durfkapitalisten leveren een gezonde bijdrage aan de Europese economie."ABX, Aliplast, Aviapartner, Biac, Ontex - het zijn indrukwekkende namen van bedrijven die werden overgenomen door durfkapitalisten. Er heerst ook nogal wat hebberigheid bij potentiële verkopers. Steeds meer kenners wijzen op de overdreven prijzen die vandaag worden betaald. Wie aan de verkoperskant staat, mag zich misschien opmaken voor alweer gouden tijden in 2007. Het aantal bedrijven dat het voorbije jaar koos voor een strategische partner op de langere termijn blijft beperkt. De West-Vlaamse specialist in raamprofielen Deceuninck opteerde voor Sofina als strategische partner. De producent van petflessen Resilux ging in zee met Bois Sauvage, dat een obligatielening op termijn kan omzetten in een belang van 8 %. "Beide bedrijven hadden geen interesse om te verkopen," duidt volkskapitalist en beursgoeroe Etienne Cooreman. "Resilux zocht een partner voor de lange termijn. Het bedrijf blijft Belgisch én in familiale handen." Opgelet: Cooreman pleit daarom niet noodzakelijk tegen winsten op de korte termijn van sommige durfkapitaalfondsen. "Dat is niet noodzakelijk een probleem. Zo werkt de vrije markt. Men moet dat niet afremmen. Waarom wil de familiale aandeelhouder verkopen? Is hij ziek? Heeft hij geen opvolger? Is hij moe? Is hij het beu? Ik zie deze activiteiten niet als een teken van een Belgische uitverkoop. Er zijn ook Belgen die overnemen in het buitenland."Beschermingsconstructies tegen eventuele vijandige overnames worden door menige observator in twijfel getrokken. "Ik geloof er niet in," laat Etienne Davignon verstaan. "Ze zijn niet wenselijk, gezien de bestaande wetgeving." Herman Daems zit op dezelfde golflengte: "Beschermingsconstructies hebben maar zin als ze ervoor zorgen dat er bij een vijandige overname de juiste overnameprijs wordt betaald. Maar de meeste buy-outs zijn niet vijandig en gebeuren nu tegen relatief hoge prijzen."Aan die wetgeving wordt nochtans gesleuteld. De parlementaire "commissie belast met de problemen inzake handels- en economisch recht" buigt zich al geruime tijd over het thema meervoudig stemrecht. Er is daarom niet meteen een verband met het werk van de sprinkhanen. Maar een handvol parlementsleden wil een meervoudig stemrecht voor sommige categorieën aandeelhouders. In essentie komt het erop neer dat een referentieaandeelhouder voldoende extern kapitaal aantrekt, zonder dat daarbij het eigen meerderheidsbelang al te zeer verwatert. De kans dat de wetsvoorstellen nog vóór de federale verkiezingen van 2007 worden gestemd, is evenwel beperkt. Want de echte debatten in de commissie moeten nog volgen. Het Belgian Governance Institute ontwikkelde alvast enkele voorstellen die het korte-termijndenken kunnen afremmen. Aandeelhouders die aandelen ten minste twee jaar houden, zouden een dubbel stemrecht krijgen. Daarnaast zou een bepaald soort referentieaandeelhouders nog meer stemrechten per aandeel kunnen uitoefenen. Het moet een verwatering van het belang van de referentieaandeelhouder verzoenen met de zoektocht naar voldoende extern kapitaal, die het bedrijf verder doet groeien. Een serieuze drempel is hier echter de algemene vergadering. Een bijzondere meerderheid zou het licht op groen moeten zetten voor het bijzondere meervoudige stemrecht. En een nóg sterkere spelbreker zou wel eens Charlie McCreevy kunnen zijn. De Europese commissaris voor de interne markt en diensten is gewonnen voor het principe één aandeel, één stem. Alle lidstaten, behalve België, hebben afwijkingen. De kans dat een richtlijn met die bepaling wordt doorgedrukt, is beperkt. Wolfgang Riepl