In 2013 heeft de regering-Di Rupo een aantal wijzigingen aangebracht in de regelgeving voor de toegestane arbeid voor gepensioneerden. Het doel is mensen die met pensioen zijn aan te moedigen om te werken. Een van de maatregelen is dat de grensbedragen voor toegestane inkomsten uit arbeid worden geïndexeerd vanaf 1 januari 2014. Vroeger werden die bedragen niet geïndexeerd.
...

In 2013 heeft de regering-Di Rupo een aantal wijzigingen aangebracht in de regelgeving voor de toegestane arbeid voor gepensioneerden. Het doel is mensen die met pensioen zijn aan te moedigen om te werken. Een van de maatregelen is dat de grensbedragen voor toegestane inkomsten uit arbeid worden geïndexeerd vanaf 1 januari 2014. Vroeger werden die bedragen niet geïndexeerd. Gepensioneerden die 65 jaar zijn en een beroepsloopbaan van 45 jaar hadden, kunnen sinds begin dit jaar onbeperkt bijverdienen. Voor gepensioneerden die geen 65 jaar zijn en geen loopbaan van 45 jaar hebben, zijn er nog altijd beperkingen. Die hangen af van hun statuut (werknemer of zelfstandige), het soort pensioen dat ze krijgen en of ze nog kinderen ten laste hebben. De grenzen worden jaarlijks aangepast (zie tabel Werken als gepensioneerde). Verdient een gepensioneerde meer dan is toegestaan, dan wordt het pensioen verminderd met een percentage dat gelijk is aan het percentage van de overschrijding. Verdient hij meer dan 25 procent boven het grensbedrag, dan wordt zijn pensioen geschorst gedurende heel het jaar van de overschrijding. Het inkomen uit een bijverdienste wordt voor een werknemer berekend op basis van het bruto-inkomen. Er wordt geen rekening gehouden met het dubbele vakantiegeld. Voor een zelfstandige is het nettobedrijfsinkomen de basis. Gepensioneerden die jonger zijn dan 65 jaar, een rustpensioen hebben en bijwerken als werknemer, mogen jaarlijks tot 7793 euro bijverdienen. Hebben ze een of meer kinderen ten laste, dan is dat 11.689 euro. Voor wie een overlevingspensioen krijgt, stijgen die bedragen tot 18.144 en 22.680 euro. Een werkloze met bedrijfstoeslag -- zo heet een bruggepensioneerde tegenwoordig -- moet in principe elke beroepsactiviteit stopzetten. Maar op die regel bestaan een aantal uitzonderingen. Hij mag nog wel prestaties voor zichzelf leveren. Zo mag hij verfraaiings- en verbouwingswerken uitvoeren aan zijn huis, zelfs als de waarde van zijn woning daardoor stijgt. De voorwaarde is dat hij dat niet doet met een winstoogmerk, bijvoorbeeld om het onroerend goed later te verhuren of te verkopen. Hij mag ook onbezoldigde prestaties leveren voor familieleden tot in de tweede graad en voor vzw's met een cultureel, sociaal of humanitair doel. Werkt hij gratis voor iemand anders -- bijvoorbeeld een ver familielid of een vriend -- dan kan hij problemen krijgen. Er bestaat dan een vermoeden dat hij wordt betaald voor die prestaties. Een bruggepensioneerde mag ook iets bijverdienen, maar de voorwaarden zijn strenger dan voor gepensioneerden. Hij moet zijn bijverdienste in de week uitoefenen, en dat voor 7 en na 18 uur. Hij moet die activiteit aangeven aan zijn uitbetalingsinstelling. Niet alle activiteiten zijn toegestaan. Zo is werken in de horeca of als nachtwaker uitgesloten. Een bruggepensioneerde mag de inkomsten van die activiteit ook maar beperkt cumuleren met zijn uitkering. Bovendien kan de directeur van het werkloosheidsbureau zijn uitkering intrekken als het aantal arbeidsuren te hoog oploopt, waardoor het niet meer het karakter van een nevenactiviteit vertoont, of als het inkomen te hoog is. Beslist de bruggepensioneerde het werk te hervatten, dan behoudt hij de bedrijfstoeslag, maar verliest hij het deel dat de uitbetalingsinstelling uitkeerde. Werkt hij onregelmatig of occasioneel -- hij geeft bijvoorbeeld nu en dan les -- dan verliest hij voor die dag het recht op een uitkering. Hij moet zijn uitbetalingsinstantie op voorhand verwittigen of het vakje voor die dag op zijn controlekaart zwart maken. Voor mensen die al enkele jaren met brugpensioen zijn, kunnen andere regels gelden. Voor werklozen zijn de regels nog strenger. Een werkloze mag enkel activiteiten doen die behoren tot het normale beheer van zijn vermogen. Hij mag bijvoorbeeld geen zaakvoerder of bestuurder van een vennootschap zijn. Hij mag ook zijn huis niet verbouwen. Zijn huis schilderen of opnieuw behangen mag wel. Bij twijfel kan hij contact opnemen met de directeur van het werkloosheidsbureau en hem vragen schriftelijk te bevestigen of de activiteit toegelaten is. De RVA gaat ervan uit dat elke activiteit die een werkloze voor een derde doet, een loon oplevert, tenzij de werkloze het tegendeel bewijst. Voor die dagen heeft hij geen recht op een uitkering. Bij een occasionele activiteit die verder reikt dan het gewone beheer van zijn vermogen en als de werkloze een bezoldigde activiteit voor een derde verricht, moet hij vooraf op zijn controlekaart het vakje voor die dag zwart maken. Zijn uitkering wordt dan verminderd. Doet hij dat te vaak, dan kan de RVA beslissen dat de arbeid niet occasioneel is, maar als een bijberoep moet worden beschouwd. Dat kan een grote invloed hebben op zijn uitkering. Een werknemer die een ziekte-uitkering krijgt, mag werk doen dat is aangepast aan zijn gezondheidstoestand. Dat moet hij vooraf aangeven aan zijn ziekenfonds. Hij moet ook toestemming vragen van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds. Hij kan daarvoor een formulier invullen dat ter beschikking is bij het ziekenfonds. Zodra hij die toestemming heeft gevraagd, kan hij al beginnen met het aangepaste werk. Bezorgt hij het formulier te laat aan het ziekenfonds, dan kunnen de uitkeringen met 10 procent worden verminderd of kunnen ze zelfs worden geweigerd. In de periode dat de zieke werknemer werkt, wordt zijn basisuitkering verminderd met een percentage van de inkomsten uit het werk. Dat percentage stijgt met het inkomen. Wil de zelfstandige weer aan de slag gaan, dan moet hij contact opnemen met de adviserend geneesheer van zijn ziekenfonds. Zijn toelating is wel nodig voordat hij kan beginnen te werken. Niet elke activiteit is toegestaan. Een zelfstandige die werkt tijdens zijn arbeidsongeschiktheid, kan zijn uitkering gedeeltelijk of zelfs helemaal verliezen. JAN ROODHOOFT EN JOHAN STEENACKERSGepensioneerden die 65 jaar zijn en een beroepsloopbaan van 45 jaar hadden, kunnen onbeperkt bijverdienen.