In haar vorige roman, Arlington Park, overtuigde de Britse Rachel Cusk (1967) met verrukkelijk venijnige observaties van jonge moeders die zich gevangen voelen in het schijngeluk van hun brave middenklassebestaan. Ook met In de beste familie (Bezige Bij, 271 blz., 19,90 euro) graaft de schrijfster achter het masker van het gelukkig getrouwde stel. Bij Cusk hoeven we geen complexe filosofie te zoeken, ze gebruikt een veeleer klassieke beeldrijke taal, maar ze priemt wel pijnlijk door relationele schone schijn.
...

In haar vorige roman, Arlington Park, overtuigde de Britse Rachel Cusk (1967) met verrukkelijk venijnige observaties van jonge moeders die zich gevangen voelen in het schijngeluk van hun brave middenklassebestaan. Ook met In de beste familie (Bezige Bij, 271 blz., 19,90 euro) graaft de schrijfster achter het masker van het gelukkig getrouwde stel. Bij Cusk hoeven we geen complexe filosofie te zoeken, ze gebruikt een veeleer klassieke beeldrijke taal, maar ze priemt wel pijnlijk door relationele schone schijn. Hedendaagse eenzaamheid en vervreemding zijn ook nooit veraf bij Douglas Coupland (1961). In Eleanor Rigby (Anthos, 260 blz., 17,95 euro) gaat hij niet langer de hippe kant op als chroniqueur van Generatie X, maar hij blijft wel spitten in de treurigheid van de neurotische maatschappij. Het huidige Amerika krijgen we scherper, acuter en tegelijk aandoenlijker getypeerd in De stand van zaken (Contact, 624 blz., 34,90 euro). Met deze magistrale roman volgt Richard Ford al voor de derde keer Frank Bascombe. Voor het eerst gebeurde dat in 1986 in De sportschrijver (nu als Pandorapocket, 10 euro), in 1995 volgde Onafhankelijkheidsdag. In het derde deel blijkt de vroegere sportjournalist uitgezakt tot een mopperende vastgoedmakelaar met ernstige prostaatproblemen. Fords stijl snijdt, zijn portretten slaan in als een bliksem, zijn beschouwingen soezen niet, maar schoppen. In Verdwaald gezin (Bezige Bij, 304 blz., 18,90 euro) portretteert Jan Siebelink (1938) een familie in het Arnhem van de jaren vijftig. Dít zou zowat op Siebelinks visitekaartje mogen prijken: hij kneedt sociale bedomptheid en relationele benauwenis tot beklijvende literatuur. Dat blijkt zeker ook uit de zopas verschenen bundel De kwekerij (Bezige Bij, 271 blz., 17,90 euro), waarin veertien verhalen Siebelinks jeugd op de kleine familiale bloemenkwekerij belichten. De Oostenrijker Christoph Ransmayr (1954) stuurt in De vliegende berg (Prometheus, 315 blz., 25 euro) twee broers naar een berg in Tibet. De expeditie wordt ook een filosofische verkenning en krijgt een tragische wending. De even vreemde als bevreemdende roman, geschreven in verzen, neemt ook een loopje met de werkelijkheid(sbeleving). Tot slot een overzicht van enkele absoluut markante uitgaven. Peter Theunynck pakt uit met Karel Van de Woestijne (Meulenhoff/Manteau, 528 blz., 34,95 euro), een kloeke biografie van de Vlaamse dichter-ambtenaar-cabinetard-professor (1878-1929). In Nu nog (Bezige Bij, 463 blz., 39,90 euro) vinden we een uitgebreide keuze uit de gedichten van Hugo Claus. In Verzamelde gedichten (Bezige Bij, 608 blz., 29,90 euro) is de literaire erfenis van de vijf jaar geleden overleden Eddy van Vliet gebundeld. Moedig voorwaarts (Veen, 556 blz., 34,90 euro) bevat de brieven van Gerard Reve (1923-2006) aan Bert de Groot, die in 1974 zijn uitgever werd. Reviaanse parels. Bij De Bezige Bij volgt eerstdaags zelfs een heruitgave van de roemruchte Alfacyclus van Ivo Michiels. Drie mensen tussen muren en De voorstad groeit (Arbeiderspers, 432 blz., 23,95 euro) markeren het begin van Boons schrijverschap. Ze vormen dan ook het eerste luik van zijn imposante Verzameld werk. Louis Paul Boon lezen blijft een bijzondere belevenis. Luc De Decker