Een recente analyse van het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) van coördinator en hoogleraar Bea Cantillon schetst een allesbehalve fraai beeld van het Belgische armoedeprobleem. Er leven meer Belgen onder de armoedegrens dan in onze buurlanden. In Nederland daalde de armoede de voorbije jaren van 12 naar 10 %. Opvallend, want Nederland en België geven in verhouding ongeveer evenveel uit aan sociale uitkeringen. Die sociale uitgaven stijgen de komende jaren nog. Voor België stijgt de vergrijzingskost tegen 2030 met 4,3 % en tegen 2050 met 6,3 %. Ondanks de toename van de uitgaven dreigen steeds meer - vooral oudere - gepensioneerden in de armoede terecht te komen. In haar jongste jaarrapport stelde de Studiecommissie voor de Vergrijzing dat het armoederisico bij gepensioneerde Belgen hoger is dan het Europese gemiddelde. De verhouding pensioen/laatste loon ligt met 63 % zeer laag. Het OESO-gemiddelde bedraagt 70 %.
...

Een recente analyse van het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB) van coördinator en hoogleraar Bea Cantillon schetst een allesbehalve fraai beeld van het Belgische armoedeprobleem. Er leven meer Belgen onder de armoedegrens dan in onze buurlanden. In Nederland daalde de armoede de voorbije jaren van 12 naar 10 %. Opvallend, want Nederland en België geven in verhouding ongeveer evenveel uit aan sociale uitkeringen. Die sociale uitgaven stijgen de komende jaren nog. Voor België stijgt de vergrijzingskost tegen 2030 met 4,3 % en tegen 2050 met 6,3 %. Ondanks de toename van de uitgaven dreigen steeds meer - vooral oudere - gepensioneerden in de armoede terecht te komen. In haar jongste jaarrapport stelde de Studiecommissie voor de Vergrijzing dat het armoederisico bij gepensioneerde Belgen hoger is dan het Europese gemiddelde. De verhouding pensioen/laatste loon ligt met 63 % zeer laag. Het OESO-gemiddelde bedraagt 70 %. "Tegen 2016 zal 41 % van de 75-plussers arm zijn en voor 2021 loopt dat percentage zelfs op tot 44 %. De voorbije decennia moesten de uitkeringen de rol lossen met de inkomens uit arbeid. De uitkeringen werden geïndexeerd, maar de welvaartskoppeling was zwak." Het Generatiepact voerde in 2005 wel een wettelijk mechanisme van welvaartvastheid in, maar de effecten ervan zijn zwak. "Voor de aankomende groep 65-plussers die een verhoogd armoederisico lopen, is er weinig ruimte om aan die val te ontsnappen. Die groep heeft niet meer de mogelijkheid om door de arbeidsmarkt of aanvullende pensioenen een gunstiger pensioen te verwerven." BEA CANTILLON (UNIVERSITEIT ANTWERPEN/CSB): "Ik denk niet graag in termen van verliezende en winnende generaties. Dat is een oversimplificatie van de werkelijkheid. Er zijn winnaars en verliezers in elke generatie. Leeftijdscohortes met elkaar vergelijken is niet zo simpel, want de generatie van gepensioneerden zijn de mensen die de oorlog hebben meegemaakt. Zij kenden dus totaal andere levensomstandigheden. Ze hebben een ander consumptiepatroon dan de jongeren en ze hebben meegewerkt aan de opbouw van de welvaartsstaat van vandaag. Je kunt ze niet vergelijken met de generatie van tweeverdieners die over tien of twintig jaar met pensioen gaat." CANTILLON: "Bij de pensioenen van werknemers en zelfstandigen merken we dat er een dubbel probleem bestaat. De minimumbescherming is ontoereikend omdat de pensioenen een tijd niet welvaartvast zijn gemaakt. De afstand tussen een minimumpensioen en een inkomen uit arbeid werd onaanvaardbaar groot. Daarnaast is het pensioenplafond te laag omdat het jaren werd bevroren. De pensioenen zijn geplafonneerd en dus zit je op een bepaald moment aan de limiet, wat je ook verdient. Er is niet alleen een probleem aan de onderkant, ook bij de middeninkomens. Zij kunnen hun levensstandaard niet langer aanhouden na hun pensioenleeftijd tenzij ze bijkomend spaarden of een aanvullend pensioen opbouwden." CANTILLON: "Ik ben er mij goed van bewust dat de recente maatregelen de legitimiteit ondergraven. Hoe meer ik onze situatie vergelijk met die in andere landen, hoe meer ik mij zorgen maak. We moeten het systeem in zijn geheel onder de loep nemen en nagaan waar er disfuncties zijn. Er is meer nodig dan hier en daar een paar procentjes bijtellen. Je moet met een kam door het pensioensysteem. "Zolang de sociaaleconomische parameters zijn wat ze zijn, raken we niet verder dan wat verbeteringen aan de marge. Er wordt niet veel gewijzigd aan het basisprobleem. Wat zijn die negatieve parameters? Een veel te lage werkzaamheidsgraad bij ouderen, met als gevolg te veel uitkeringstrekkers in pensioenen en werkloosheid. Voeg daarbij de nog steeds hoge openbare schuld en de aanstormende vergrijzing. Dan begrijpt iedereen dat de druk op het systeem groot blijft." CANTILLON: "We moeten alles inzetten op de verhoging van de pensioenleeftijd. Er is geen andere optie, voor wie fysiek nog in staat is te werken. De feitelijke pensioenleeftijd moet omhoog. Er zijn ook andere pistes. Neem de gelijkgestelde periodes. Ik ben de laatste om te zeggen dat je de gelijkgestelde periodes allemaal moet laten vallen, want in veel gevallen word je ertoe gedwongen zoals bij werkloosheid, ziekte of ouderschapsverlof. Maar we moeten toch eens kijken wat efficiënter kan. We moeten ook iets doen aan het stelsel van het overlevingspensioen. Overal in Europa is het systeem hervormd, behalve bij ons. Is het nog van deze tijd dat een vrouw van 45 jaar voor de rest van haar leven van een riant overlevingspensioen kan genieten dat niet combineerbaar is met een voltijdse baan? Het systeem dateert uit de tijd dat tweeverdieners grote uitzonderingen waren." CANTILLON: "In het pensioenstelsel moeten we zorgen voor een evenwicht van de grote parameters. Daarvoor is meer nodig dan de afschaffing van een paar aftrekposten. Het is een moeilijk debat met heel wat gevoeligheden. Het systeem moet geobjectiveerd worden. Ik verwijs graag naar het rapport van 2002 dat ik onder andere heb opgesteld na een onderzoek naar het statuut van zelfstandigen. "Over dat statuut werden heftige discussies gevoerd. Sommigen beweerden dat de sociale zekerheid voor zelfstandigen absoluut niet solidair was, anderen beweerden het tegendeel. Zelfstandigen zijn wel degelijk solidair, het systeem houdt onvoldoende rekening met de grote verschillen tussen rijke en arme zelfstandigen. Wij objectiveerden die discussie en dan kan je nadenken over mogelijke oplossingen. De beleidsmakers hebben heel wat aanbevelingen overgenomen: de minimumpensioenen werden verhoogd en er werden stappen gedaan in de verdere uitbouw van het aanvullend pensioen voor zelfstandigen. Zo'n analyse is ook nodig voor het werknemersstelsel." CANTILLON: "Het is nooit te laat, maar hoe langer we wachten hoe moeilijker. Het is vijf voor twaalf." CANTILLON: "Dat is morrelen in de marge. Er is overigens een negatief advies van de Europese Centrale Bank (ECB). Ik verwijs naar de VS. Zo'n opeethypotheek kan grote instabiliteit op de financiële markten teweegbrengen. Dit is bij ons niet de aangewezen weg. In West-Europa willen de mensen iets nalaten aan hun kinderen. In de VS eet men letterlijk en figuurlijk alles op." CANTILLON: "Meer dan de helft van de werknemers spaart voor een aanvullend pensioen, maar de bijdragen zijn zeer laag. De gemiddelde uitkeringen uit groepsverzekeringen en aanvullende bedrijfspensioenen zijn hoogstens een appeltje voor de dorst. De vervangingsratio stijgt amper, van 63 naar 66 %. Wie is trouwens de helft die niet spaart voor een aanvullend pensioen: vooral vrouwen, mensen met flexibele loopbanen en laaggeschoolden. De opbouw van een aanvullend pensioen loopt gewoon te traag. "De uitbetaling van het aanvullend pensioen in maandelijkse rentes is een interessante piste, maar daarmee los je het probleem van de selectiviteit niet op. Het voordeel van de fiscale aftrekbaarheid van aanvullende pensioenen moet verdwijnen. We moeten een kosten-batenrekening maken. We moeten weten voor wie de lasten en de lusten zijn." (T) Door Alain Mouton/Jelle Vermeersch