De biografieën van de potentiële Amerikaanse presidentskandidate Hillary Rodham Clinton buitelen zowat over elkaar heen. Twee opmerkelijke turven kregen al een vertaling. Carl Bernstein, die samen met zijn collega Bob Woodward president Richard Nixon ten val bracht door het uitbrengen van het Watergateschandaal, schreef Een vrouw aan de macht (Bezige Bij, 764 blz., 25 euro). Bernstein borstelde een kleurrijk portret van een ongelooflijk sterke, tactisch uitgekookte carrièrevrouw. Uiteraard blijft haar turbulente huwelijksleven met Bill Clinton niet onbesproken. Wie deze kloeke...

De biografieën van de potentiële Amerikaanse presidentskandidate Hillary Rodham Clinton buitelen zowat over elkaar heen. Twee opmerkelijke turven kregen al een vertaling. Carl Bernstein, die samen met zijn collega Bob Woodward president Richard Nixon ten val bracht door het uitbrengen van het Watergateschandaal, schreef Een vrouw aan de macht (Bezige Bij, 764 blz., 25 euro). Bernstein borstelde een kleurrijk portret van een ongelooflijk sterke, tactisch uitgekookte carrièrevrouw. Uiteraard blijft haar turbulente huwelijksleven met Bill Clinton niet onbesproken. Wie deze kloeke biografie leest, begrijpt uiteindelijk waarom dat onmogelijke paar samenblijft, Monica Lewinsky en andere slippertjes ten spijt. Ook de politieke nederlagen en ijzingwekkende manipulaties worden afgezet tegen een brede context. Dat alles vinden we evengoed terug in Hillary Rodham Clinton - De biografie (Artemis, 439 blz., 19,95 euro) van Jeff Gerth en Don Van Natta, twee journalisten van The New York Times. In alle opzichten zijn de boeken aan elkaar gewaagd. We hebben een lichte voorkeur voor Bernstein, maar dat heeft meer te maken met diens stijl. Tijd voor een van de boeken die ons dit jaar al het meest bekoord hebben: Michelangelo - Een rusteloos leven (Nieuw Amsterdam/Manteau, 398 blz., 34,95 euro). Kunsthistoricus en restaurateur Antonio Forcellino zorgt voor een nieuwe visie op het bewogen leven van de even onbehouwen als geniale kunstenaar. De beeldhouwer van David en de schilder van het fresco in de Sixtijnse Kapel komt tot leven, net als zijn scheppingsdrift en de woelige epoque waarin hij leefde. Begin achttiende eeuw was William Smith ingenieur in een Engelse mijn. Hij vond er de basis voor zijn geologische kaart van de aardlagen. De grondlegger van de moderne geologie stuitte evenwel op de Engelse klassenmaatschappij en belandde in de gevangenis wegens schulden. Het tragische leven van dit genie tekent Simon Winchester op in De kaart die de wereld veranderde (Atlas, 349 blz., 24,90 euro). In dezelfde tijd leefde in Parijs de buitengewoon intelligente Émilie du Châtelet, die de geliefde werd van Voltaire. Samen bestudeerden ze natuurwetenschappelijke geschriften en Émilie verlegde de grenzen. Haar studies waren zo vernieuwend, dat Albert Einstein ze een fundament voor zijn werk noemde. In Émilie & Voltaire (Ambo, 382 blz., 24,95 euro) laat David Bodanis zien dat Émilie ten onrechte uit de geschiedenis van de wetenschap verdwenen is. Jürgen Neffe schreef Einstein - Een biografie (Ten Have, 367 blz., 25 euro). De Duitse biochemicus zoekt de mens achter de mythe en licht de betekenis van diens werk toe. De Franse politicoloog-zakenman-schrijver Marc Dugain brengt ons terug naar de recente geschiedenis met Het geheime leven van J. Edgar Hoover (De Geus, 351 blz., 22,90 euro). Dugain heeft de biografie verbasterd tot een roman die sterke wortels heeft in de realiteit. Dat blijkt ook nu een gevaarlijk procédé, maar levert wel een sterk portret op van een twintigste-eeuwse Machiavelli die het FBI stichtte. Luc De Decker