Hij is er grotendeels verantwoordelijk voor dat de Belg met een baksteen in de maag zit, wat niet altijd een fraai resultaat oplevert. Maar zelf ondervindt Georges de Vestel, initiatiefnemer en oprichter van het bouwsalon Batibouw, in zijn cottage in het Zoute geen hinder van de soms chaotische Belgische bouwwoede. Zijn veranda kijkt onbelemmerd uit op de golfbaan en in een wip staat hij via zijn achtertuin tussen de Knokse beau monde. "Handicap 20," zegt hij over zijn eigen prestaties. De cottage en de golfbaan zijn rustpunten tijdens de drukke dagen van het bouwsalon, na het Autosalon de tweede publiekstrekker van het Tentoonstellingspark op de Heizel. In die periode is De Vestel enkele weken in het land.
...

Hij is er grotendeels verantwoordelijk voor dat de Belg met een baksteen in de maag zit, wat niet altijd een fraai resultaat oplevert. Maar zelf ondervindt Georges de Vestel, initiatiefnemer en oprichter van het bouwsalon Batibouw, in zijn cottage in het Zoute geen hinder van de soms chaotische Belgische bouwwoede. Zijn veranda kijkt onbelemmerd uit op de golfbaan en in een wip staat hij via zijn achtertuin tussen de Knokse beau monde. "Handicap 20," zegt hij over zijn eigen prestaties. De cottage en de golfbaan zijn rustpunten tijdens de drukke dagen van het bouwsalon, na het Autosalon de tweede publiekstrekker van het Tentoonstellingspark op de Heizel. In die periode is De Vestel enkele weken in het land. Sinds hij tien jaar geleden de fakkel aan dochters Laurence en Audrey doorgaf, resideert Georges de Vestel (69) in Monaco. Maar hij blijft de voorzitter van de goed draaiende familiale onderneming Batibouw: 17,35 miljoen euro omzet bij een brutowinst van 2,4 tot 3,7 miljoen euro en twintig vaste werknemers, aangevuld met 300 uitzendkrachten tijdens de bouwhappening. Tot vier keer per week raast De Vestel in zijn sportieve wagen van Monte Carlo naar zijn plasticrecyclagebedrijf Boxter Recycling (16 miljoen euro omzet), vlakbij de Zuid-Franse stad Toulon. Zo blijft hij in de business. De overige zaken naast Batibouw (immobiliën in Brussel en aan de oostkust; GDV Diffusion, de vertegenwoordiging voor België en Luxemburg van Swatch-horloges; de verlichtingszaak Mytra Lux) deed hij van de hand of ze werden overgelaten aan de dochters. Audrey, een binnenhuisarchitecte, startte in 1989 de decoratiebeurs Cocoon op, economiste Laurence is sinds 1992 gedelegeerd bestuurder van Batibouw. Voor het overige is het bourgondisch genieten in Monaco, in het gezelschap van vrienden uit Brussel die het in de gouden jaren zestig gemaakt hebben: de Stallenbergs, die hun apotheekketen aan de Socialistische Mutualiteiten verkochten, de Piagets van La vache qui rit of nog de staalleveranciers Devis. Georges de Vestel leunt aan bij het rijtje van de in de jaren zestig en zeventig opkomende Brusselse magnaten rond wijlen politicus-zakenman Paul Vanden Boeynants: bouwheer Charly De Pauw, gewezen jeanskoning Pierre Salik of Aldo Vastapane, die in Zuid-Afrika en Oost-Europa hele gebieden opkocht voor jacht en recreatie. Op de hoofdstedelijke vriendjespolitiek met zijn Belgo-Brusselse bindsausjes, werden in die jaren fortuinen gebouwd. Georges de Vestel knikt zachtjes, maar verwijst naar de Brusselse tunnels en de torens van het Noordkwartier, "grootse realisaties waardoor de hoofdstad grootstedelijke allures meekreeg." Nadat hij zijn economiestudies aan de ULB had verbroken, begon Georges de Vestel als pr-man van Max Smideyni. De toenmalige baas van Swissair bezat hotels in Brussel en kocht de Waalse Cimenteries d'Oubourg. Smideyni gaf de 25-jarige De Vestel de ruimte om naast zijn pr-activiteiten een bouwsalon te beginnen. De Vestel voelde het gat in de markt tijdens een bezoek aan de Parijse bouwbeurs Batimat. In 1959 lokte hij, met steun van de Generale Maatschappij, Eternit en Union Chimique Belge, in het Rogiercentrum zijn eerste zestig exposanten - een schot in de roos. Nadien ging het in stijgende lijn. Vanaf de tiende editie werd het krappe Rogiercentrum ingeruild voor de Heizelpaleizen, die jaar na jaar volliepen. Ook voor de lopende 43ste editie staan er een 75 kandidaten op de wachtlijst. Met 950 exposanten op 65.000 vierkante meter en 350.000 bezoekers is Batibouw het belangrijkste bouwsalon in Europa geworden. Batimat in Parijs trekt nog meer bezoekers, maar wel om de twee jaar. Daarin onderscheidt Batibouw zich ook van Building Exhibition, Bau München en Bouwbeurs Utrecht. De Vestel schrijft het succes van zijn bouwbeurs toe aan de doorgedreven dienstverlening: de resultaten van de jaarlijkse enquêtes worden zeer gericht aan de exposanten doorgegeven, en voortaan kunnen de bezoekers het hele jaar door op de website van Batibouw terecht. Hij draait nog actief mee in de European Association of Building Exhibitions, waarvan hij medeoprichter is. Batibouw mag dan sinds 1967 een schildpad als symbool hebben, een luit-schildpad is het niet. Die globetrottende schildpadsoort trekt vanuit de oceanen naar drie continenten om op de stranden van Frans Guyana, China en Maleisië eitjes uit te broeden. Waarom werd de succesformule van De Vestel niet in het buitenland uitgeprobeerd? Er was een poging om iets te ondernemen samen met Building Exhibition in Birmingham en één keer, nadat de oorlog in Libanon stilviel, trok Batibouw naar Beiroet om er zijn formule te slijten. Maar het werd niets. "Weinigen hebben het baksteengevoel van de Belg," zegt De Vestel. "In het kielzog van Batibouw ontstonden er niet minder dan 25 kleinere, regionale bouwsalons, hoewel onze BTW nog altijd hoger ligt dan in de buurlanden." Toch is hij in zijn nopjes met de bouwvriendelijke maatregelen van federaal minister Didier Reynders(PRL) op het vlak van renovatiewerken en stadsvernieuwing. De Batibouwschildpad mag dan geen wereldreiziger zijn, ambitieus is de unieke collectie schildpadden van zo'n 2000 stuks die Georges de Vestel bijeenbracht: zeldzame kunstwerken uit de hele wereld in verschillende vormen en materiaalsoorten, van bij de indianen, uit West-Afrika, China en Japan tot de Fiji-eilanden. Zijn schildpadcollectie omvat Griekse muntstukken van 500 jaar voor Christus tot moderne kunstwerken van Jean-Michel Folon, Juan Miró, Max Ernst en Octaaf Landuyt. De Vestel is afkomstig uit de Franstalige Gentse bourgeoisie. De textielfabrieken van de familie in Zwevegem sloten vóór de Tweede Wereldoorlog definitief hun deuren, waarna ze naar Brussel verhuisde. Vanuit die achtergrond betreurt Georges de Vestel de afbraak van het unitaire België. Consequent zette hij na de opsplitsing in gewesten en gemeenschappen een punt achter de officiële opening van Batibouw. Tot 1988 werd de openingstoespraak gehouden door de Belgische minister van Openbare Werken. "Nu zou ik minstens acht excellenties moeten vragen."Erik Bruyland [{ssquf}]"Batibouw exporteren is moeilijk, alleen de Belg heeft een baksteen in de maag."