Zelfstandigen moeten de belastingen op het lopende jaar in principe voorafbetalen. Doen zij dat niet of betalen ze niet genoeg, dan lopen ze een belastingvermeerdering op. Die 'boete' bedraagt 6,75 % voor het inkomstenjaar 2005. Moet u als zelfstandige bijvoorbeeld 10.000 euro belastingen betalen, dan kost het u nog eens 675 euro extra als u niets voorafbetaalt.
...

Zelfstandigen moeten de belastingen op het lopende jaar in principe voorafbetalen. Doen zij dat niet of betalen ze niet genoeg, dan lopen ze een belastingvermeerdering op. Die 'boete' bedraagt 6,75 % voor het inkomstenjaar 2005. Moet u als zelfstandige bijvoorbeeld 10.000 euro belastingen betalen, dan kost het u nog eens 675 euro extra als u niets voorafbetaalt. Er zijn enkele uitzonderingen. Startende zelfstandigen en jonge vennootschappen die het verlaagde belastingtarief genieten, krijgen de eerste drie jaar geen boete als ze niet voorafbetalen. Bent u bedrijfsleider van een vennootschap, dan moet u in principe ook voorafbetalen, maar omdat er op het loon dat uw vennootschap aan u uitkeert al een bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden, moet u geen boete betalen. Overigens kunnen ook andere belastingplichtigen (bediende, arbeider, gepensioneerde...) belastingen voorafbetalen. Ze lopen echter geen belastingvermeerdering op als ze dat niet doen. In de praktijk worden deze voorafbetalingen gedaan door belastingplichtigen die om een of andere reden (bijvoorbeeld omdat er te weinig bedrijfsvoorheffing is ingehouden) nog een belastingsupplement moeten betalen. De voorafbetalingen leveren hen bovendien een bonificatie op van 4,5 % voor de eerste betaling, tot 2,25 % voor de vierde betaling (zie tabel: Voorafbetalingen om bonificatie te genieten). De belastingvermeerdering kunt u als zelfstandige dus vermijden door uw belastingen op het lopende jaar vooraf te betalen. Voor uw inkomsten in 2005 moet u in de loop van dit jaar voorafbetalingen doen. Er zijn vier momenten waarop u voorafbetalingen kunt doen: 11 april, 12 juli, 10 oktober en 20 december. De eerste voorafbetaling voor 2005 had de fiscus dus moeten bereiken op 11 april. Hebt u die kans verkeken, dan kunt u nog altijd een van de drie andere data gebruiken om belastingen vooraf te betalen. Hoe vlugger u betaalt, hoe meer 'korting' u op de belastingvermeerdering krijgt. Een voorafbetaling voor 11 april geeft u in 2005 een korting van 9 %, terwijl een voorafbetaling voor 20 december slechts een korting van 4,5 % geeft (zie tabel: Voorafbetalingen om vermeerdering te vermijden). Met andere woorden, op 20 december zal u dubbel zoveel moeten voorafbetalen om dezelfde korting als op 11 april te krijgen. De hervorming van de personenbelasting heeft tot gevolg dat alle inkomsten van de echtgenoten en wettelijk samenwonende partners die een gezamenlijke belastingaangifte indienen, afzonderlijk worden belast. Wettelijk samenwonenden worden immers fiscaal volledig gelijkgeschakeld met gehuwden. Het principe van de decumulatie geldt voor de beroepsinkomsten en de roerende, onroerende en diverse inkomsten van de echtgenoten. Wat betekent de decumulatie voor de voorafbetalingen? De belastingvermeerdering die wordt aangerekend als er geen of onvoldoende voorafbetalingen zijn gedaan, wordt voortaan berekend per partner (echtgenoot of wettelijk samenwonende). Dat gebeurt op basis van eigen inkomsten en eventuele voorafbetalingen. Het betekent ook dat de partner die een belastingvermeerdering wil vermijden, persoonlijk voorafbetalingen moet doen op basis van eigen inkomsten. Zijn beide partners bijvoorbeeld zelfstandigen, dan moet ieder voorafbetalingen doen op het eigen inkomen. Dat is nieuw, want vroeger (tot en met inkomstenjaar 2003) moest u steeds als 'gezin' voorafbetalen. Het maakte dus niet uit of u of uw partner voorafbetaalde (of omgekeerd). Zolang slechts een van beiden zelfstandig is, verandert er eigenlijk niets. Bent u zelfstandig en is uw partner loontrekkend, dan blijft u de enige die moet voorafbetalen. Toch zijn er een aantal speciale gevallen, die we hieronder even overlopen. Wat gebeurt er als u zelfstandig bent, terwijl uw partner geen eigen of een zeer laag inkomen heeft (omdat die bijvoorbeeld thuis werkt zonder u te helpen bij uw zelfstandige activiteit)? In dat geval wordt het zogenaamde huwelijksquotiënt toegepast. Dit betekent dat er 30 % van uw inkomen (maximaal 8330 euro) wordt overgeheveld naar de andere partner die geen eigen inkomsten heeft. Door het huwelijksquotiënt betaalt u uiteindelijk minder belastingen. Inkomsten die bij u zouden worden belast tegen het hoogste belastingtarief, komen bij de partner terecht in een lagere belastingschijf. Het huwelijksquotiënt geldt trouwens niet alleen voor zelfstandigen, maar ook voor loontrekkers waarvan de partner geen of een gering inkomen heeft. Moet de partner die door het huwelijksquotiënt een inkomen krijgt, voorafbetalingen doen? Het antwoord is neen. Veel zelfstandigen (handelaars, vrije beroepen) worden bij de uitoefening van hun zelfstandige activiteit geholpen door hun partner. Denk bijvoorbeeld aan de dokter die zijn partner inschakelt voor de administratie en daarom een deel van zijn inkomsten toekent aan zijn partner. Hoe zit het hier met de voorafbetalingen? Om deze vraag te beantwoorden, moeten we een onderscheid maken tussen de 'klassieke toekenning aan de meewerkende echtgenoot' en het 'nieuw stelsel van de meewerkende echtgenoot'. Wettelijk samenwonenden worden hier gelijkgeschakeld met echtgenoten. Klassieke toekenning. Bij de klassieke toekenning aan de meewerkende echtgenoot wijst een zelfstandige een deel van zijn beroepsinkomsten toe aan zijn echtgenoot die de zelfstandige daadwerkelijk helpt bij de uitoefening van zijn beroep. Door die toekenning is er, zoals bij het huwelijksquotiënt, een overdracht van inkomsten van de hoogst belaste schijf naar een doorgaans lager belaste schijf. Die toewijzing is in principe beperkt tot 30 % van het zelfstandigeninkomen. Mocht de geleverde hulp van de meewerkende partner 'kennelijk' recht geven op een groter gedeelte, dan kan de 30 %-grens worden overschreden. In tegenstelling tot het huwelijksquotiënt, dat automatisch wordt toegepast, gebeurt de toekenning aan de meewerkende echtgenoot alleen als u dat uitdrukkelijk vermeldt op de belastingaangifte. Mag de meewerkende echtgenoot een eigen beroepsinkomen hebben? Ja, op voorwaarde dat dit inkomen (buiten de toekenning) lager is dan 10.820 euro (inkomstenjaar 2005). Welke invloed heeft deze 'klassieke' toekenning op de voorafbetalingen? Het volstaat dat de echtgenoot die geholpen wordt (en dus de toewijzing doet) de nodige voorafbetalingen doet op basis van zijn inkomsten. De meewerkende echtgenoot moet dus geen voorafbetalingen doen. Nieuw stelsel. Sinds 2003 is een meewerkende echtgenoot verplicht zich aan te sluiten bij een sociale kas en sociale bijdragen te betalen. De meewerkende echtgenoot heeft dan, althans in de overgangsfase, de keuze tussen het zogenaamde mini- en het maxistatuut. Het ministatuut is het sociale statuut dat de meewerkende echtgenoot een beperkt inkomen verzekert bij ziekte, ongeval en bevalling (maar geen pensioen). Het maxistatuut is het statuut dat de meewerkende echtgenoot volledig sociaal verzekert, inclusief pensioen. Deze keuzemogelijkheid verdwijnt echter op 1 juli. Daarna moet elke meewerkende echtgenoot zich aansluiten bij het maxistatuut. Op die regel zijn er twee uitzonderingen. Meewerkende echtgenoten die een afzonderlijke beroepswerkzaamheid hebben en op basis daarvan een volwaardig sociaal statuut hebben (bijvoorbeeld bediende of arbeider), zijn niet verplicht aan te sluiten bij het maxistatuut. Ook meewerkende echtgenoten die zijn geboren vóór 1 januari 1956, vallen buiten de verplichting. Ze kunnen zich wel vrijblijvend aansluiten. Meewerkende echtgenoten die niet verplicht zijn zich aan te sluiten bij het maxistatuut en dat ook niet vrijwillig hebben gedaan, moeten geen voorafbetalingen doen. Ze vallen onder het ministatuut en blijven onderworpen aan het klassieke stelsel van toekenning aan de meewerkende echtgenoot. Voor meewerkende echtgenoten die wel onder het maxistatuut vallen, geldt het nieuwe stelsel van de meewerkende echtgenoot. In dat nieuwe stelsel worden de toegekende beroepsinkomsten als volwaardig loon beschouwd, die voor de geholpen echtgenoot aftrekbaar zijn als beroepskosten. Meewerkende echtgenoten die zo'n loon krijgen, moeten zelf voorafbetalingen doen. Er is dus geen overheveling van de voorafbetalingen van de geholpen echtgenoot naar de meewerkende echtgenoot. De meewerkende echtgenoot moet de voorafbetalingen storten op dezelfde rekening als de geholpen echtgenoot (rekeningnummer 679-2002340-66), maar met in de referte het woordje 'nieuw', gevolgd door het nationaal nummer van de meewerkende echtgenoot (het rijksregisternummer dat onder meer op de Sis-kaart staat). De verplichte aansluiting bij het maxistatuut was oorspronkelijk voorzien voor 1 januari 2006. Door de programmawet van 27 december 2004 is deze datum vervroegd tot 1 juli 2005. In een 'bericht' gepubliceerd in het Staatsblad van 7 april heeft de fiscus de knoop doorgehakt. Meewerkende echtgenoten die in de loop van 2005 (vrijwillig of verplicht) overschakelen naar het maxistatuut, moeten ook al voor dit jaar (2005) zelf de nodige voorafbetalingen doen. Niet alleen is dit bericht rijkelijk laat in het Staatsblad gepubliceerd (op 7 april, terwijl de eerste voorafbetaling op 11 april bij de fiscus had moeten aangekomen), maar het standpunt van de fiscus stuit ook op heel wat kritiek van fiscalisten. Volgens sommigen betekent een verplichte aansluiting dat er slechts vanaf 2006 voorafbetalingen gedaan moeten worden. Maar de fiscus houdt er dus een ander standpunt op na. Johan SteenackersMeewerkende echtgenoten die vanaf 1 juli moeten aansluiten bij het 'maxistatuut', moeten zelf voorafbetalingen doen op het inkomen dat ze krijgen. De partner die door het huwelijksquotiënt een inkomen krijgt, hoeft geen voorafbetalingen te doen.