Een van de lijstjes waarin België het nog altijd goed doet, is onze gezondheidszorg. Erg toegankelijk, best betaalbaar ondanks de stijgende bijdrage van de patiënten en naar verluidt kwalitatief up-to-date. En toch. Een keer voorbij de gebruikelijke perceptie is het hoeragevoel minder groot. In de EuroHealth Consumer Index, die de Europese gezondheidszorgsystemen met elkaar vergelijkt, stond België in 2009 niet eens in de top tien. Met een elfde plaats moesten we al onze buurlanden laten voorgaan.
...

Een van de lijstjes waarin België het nog altijd goed doet, is onze gezondheidszorg. Erg toegankelijk, best betaalbaar ondanks de stijgende bijdrage van de patiënten en naar verluidt kwalitatief up-to-date. En toch. Een keer voorbij de gebruikelijke perceptie is het hoeragevoel minder groot. In de EuroHealth Consumer Index, die de Europese gezondheidszorgsystemen met elkaar vergelijkt, stond België in 2009 niet eens in de top tien. Met een elfde plaats moesten we al onze buurlanden laten voorgaan. De uitdagingen zijn bekend. Er is het stijgende prijskaartje van de vergrijzing en nog belangrijker is de toename van het aantal chronische zieken. Ze zijn de belangrijkste reden waarom 10 procent van de bevolking 65 procent van de uitgaven in de ziekteverzekering voor zijn rekening neemt. Voorts maakt de technologische evolutie van medische technieken de noodzaak om de therapeutische en economische meerwaarde tegen elkaar af te wegen steeds groter. Van de stijging in de uitgaven van de ziekteverzekering is de helft tot driekwart te wijten aan nieuwe medische technieken. Het overlegmodel van onze ziekteverzekering heeft niet langer een coherent antwoord op die uitdagingen, vindt Xavier Brenez, de directeur-generaal van de landsbond van Onafhankelijke Ziekenfondsen. "Wij pleiten al langer voor een globale visie. Die is er niet, en nochtans wordt die steeds belangrijker omdat de bevoegdheden gefragmenteerd raken." "We hebben niet de pretentie om met één waarheid te komen", zegt Brenez. "We hebben geprobeerd een aantal taboes te doorbreken. Het Belgische systeem heeft zijn waarde, maar er zijn zwaktes en die moeten we nu veranderen om zeker te zijn dat onze ziekteverzekering nog een duurzame toekomst heeft." Zoals bekend bevat de zesde staatshervorming ook een luik over de gedeeltelijke regionalisering van de gezondheidszorg. Vormt dat een kans om dingen te veranderen? "Ik hoop het, maar ik heb mijn twijfels. Wij willen niet in een communautair debat terechtkomen. Voor ons is regionalisering geen doel op zich. Eerlijk gezegd, het ziet ernaar uit dat de staatshervorming de dingen ingewikkelder maakt. De bevoegdheden worden niet echt homogener en de spanningen zullen vergroten." "Een voorbeeld? Alles van ouderenzorg gaat naar de gewesten, maar ondertussen blijft geriatrie wel federaal. Ook thuiszorg blijft een federaal budget. De spanning op het systeem blijft groot. Daarom denk ik dat we met concrete gezondheidsdoelstellingen moeten beginnen. Laat ons die nu definiëren en dan kunnen we daarna het beleid daaraan afmeten." Om dat te bereiken vertrekken de Onafhankelijke Ziekenfondsen van vijf axioma's (zie kader) aan. De eerste twee horen tot de doelstellingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). "Vrije keuze blijft een belangrijke troef van het Belgische systeem, maar voor ons mag die niet absoluut zijn. Als we willen evolueren naar een geïntegreerd zorgmodel, waar patiënten worden opgevolgd in een zorgtraject, dan moet de vrije keuze wijken." "Bovendien vinden we de betaalbaarheid van medische innovatie belangrijk. Dat betekent dat we goed moeten kiezen. Vandaag doen we dat niet. We hebben de mechanismen niet om de medische innovatie goed te bestuderen voor ze wordt terugbetaald." Het perspectief van de begroting is daarom het vertrekpunt in de denkoefening. In 2009 ging al 10,7 procent van het bruto binnenlands product naar de gezondheidszorg. De groeinorm is ondertussen verleden tijd, maar de reële groei van de uitgaven voor geneeskundige verzorging is nog steeds groter dan de economische groei. "Het is belangrijk om de begrotingsmechanismen volledig te herzien en op die manier de actoren te responsabiliseren." Voortbouwend op die vijf axioma's schuiven de Onafhankelijke Ziekenfondsen een aantal prioriteiten naar voren. Zoals gezegd is er nood aan een globale, geïntegreerde visie op de ziekteverzekering. Daarvoor is de toegang tot de nodige data om die visie desgevallend bij te sturen uiteraard noodzakelijk (prioriteit 10). Daarom wil de nota graag dat indicatoren over de performantie en kwaliteit ook worden gepubliceerd, iets wat de ziekenhuizen sowieso van plan zijn. Een van de andere krijtlijnen is het geneesmiddelenbeleid (prioriteit 4) te hervormen door het voorschrijven op stofnaam en de substitutie door de apotheker te veralgemenen. Voorts willen de Onafhankelijke Ziekenfondsen meer gebruikmaken van forfaitaire terugbetaling volgens aandoening in plaats van per verkocht product. Ze stellen ook voor om te starten met een globaal farmaceutisch dossier. Dat verhoogt de therapietrouw. Uiteindelijk hoopt Brenez ook het hoge geneesmiddelenverbruik in België terug te dringen. In dat verband zijn er ook de voorstellen om de terugbetaling van de zorg te herzien. Om de overconsumptie van de zorg - niet alleen geneesmiddelen - tegen te gaan, stellen de Onafhankelijke Ziekenfondsen voor een systeem uit te werken dat de artsen die sterk afwijkend voorschrijfgedrag vertonen, bestraft. Voorts wil Brenez ook de nomenclatuur voor terugbetaling hervormen (prioriteit 6). Er is al sinds 2005 een comité dat zich daarover zou moeten buigen, maar dat heeft zijn werkzaamheden nog niet aangevat. Tegelijk met een herziening van de financiering voor de eerstelijnszorg - meer forfaits - wil het ziekenfonds ook de financiering van ziekenhuizen transparanter, evenwichtiger en minder ingewikkeld maken. Twee belangrijke middelen om te besparen op de groeiende kosten van de ziekteverzekering ziet het prioriteitenplan in het terugdringen van de arbeidsongeschiktheid (prioriteit 5) en in de administratieve vereenvoudiging (prioriteit 9). De uitgaven voor invaliditeit en arbeidsongeschiktheid stijgen sinds 2007 met 8 tot 10 procent per jaar. Een en ander hangt samen met de verstrenging van het brugpensioen en de werkloosheid. Maar toch is het vooral in de administratieve vereenvoudiging dat de Onafhankelijke Ziekenfondsen brood zien. "Kijk naar de zorgattesten", zegt Brenez. "Er zijn tools om dat te dematerialiseren, maar voorlopig gebeurt het niet. Nochtans is de elektronische informatie beschikbaar bij de arts en de ziekenhuizen, dus waarom dan nog briefjes maken? De prioriteit zou moeten zijn om via informatisering en administratieve vereenvoudiging volop te besparen. Daar wordt wel over gepraat, maar het gaat heel traag." "Voor ons is belangrijk om de middelen maximaal in de zorg zelf te investeren, niet in het beheer van het systeem", benadrukt Brenez. Zet hij daarmee de ziekenfondsen niet buitenspel? "Een ziekenfonds kan ook een actieve rol hebben. Ze zijn nu vooral administratief gericht. Dat wordt minder belangrijk. Daarom moeten ziekenfondsen zich anders profileren. Niet enkel als instelling voor administratieve taken, maar ook als leverancier van diensten en informatie. Het is juist een opportuniteit dat we onze rol kunnen uitbreiden." ROELAND BYL"Het ziet er naar uit dat de staatshervorming de dingen ingewikkelder maakt" Xavier Brenez "Ziekenfondsen moeten niet alleen administratieve taken uitvoeren, maar ook diensten en informatie leveren" Xavier Brenez