De term Sturm und Drang verwijst naar een literaire en muzikale stroming uit de tweede helft van de 18de eeuw. Kenmerken zijn passie, drift en bravoure. In overdrachtelijke zin wordt de term gebruikt voor de adolescentie, met de onderliggende bedenking dat er een zekere onvolwassen intensiteit aan vastkleeft. Motivatie en idealen zijn manifest aanwezig, ratio of verstand zijn ondergeschikt.
...

De term Sturm und Drang verwijst naar een literaire en muzikale stroming uit de tweede helft van de 18de eeuw. Kenmerken zijn passie, drift en bravoure. In overdrachtelijke zin wordt de term gebruikt voor de adolescentie, met de onderliggende bedenking dat er een zekere onvolwassen intensiteit aan vastkleeft. Motivatie en idealen zijn manifest aanwezig, ratio of verstand zijn ondergeschikt. Uit het coververhaal van deze Trends blijkt dat Vlaanderen een aantal ondernemingen telt die mogelijks aan de vooravond staan van een internationale doorbraak. Ze hebben allen die Sturm und Drangmentaliteit, waardoor ze vandaag staan waar ze staan. Maar het mag iets meer zijn. Om deze en andere potentieel internationale bedrijven te ondersteunen, moet Vlaanderen zijn provincialistische bril afzetten. Vooraleer anderen aan de haal gaan met hun pionierswerk. Of vooraleer ze gedwongen worden hun technologie uit pure overlevingsdrift uit handen te geven. Er heerst een zekere vrees voor het geloof in eigen kunnen. We vinden het normaal dat buitenlandse bedrijven nieuwe techno- logie op de markt brengen, medicijnen ontwikkelen, etc. Maar dat een bedrijfje van bij ons vandaag werkt aan de brandstof van morgen, dat lijkt ons een beetje te gek voor woorden. Dat een nieuwe medische onderzoeksstandaard uit ons landje kan komen, neen. Ondanks dit defaitisme, of is het dankzij, is het nochtans net dat wat deze bedrijven doen. Maar net als de hoge ontwikkelingsdrempel, is ook de stap naar (massa)productie een bijzonder moeilijke. De Belgische biotechbedrijven wekken steeds meer buitenlandse interesse op, schreef KBC Securities begin dit jaar. De voorbije twee jaar zochten zes biotechbedrijven hun heil op de beurs. Het regent strategische allianties tussen de Belgische biotechbedrijven en buitenlandse farmareuzen. ActoGenix, een afsplitsing van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, wil graag een onafhankelijk bedrijf blijven, maar beseft dat het daarvoor afhangt van de verdere steun van zijn aandeelhouders. Het bedrijf wordt alvast als een beursganger getipt, net als Movetis en Unibioscreen. Dat klinkt zeer beloftevol, en het zijn terechte rolmodellen. Maar men had al zoveel verder kunnen staan. We hadden niet alleen veel meer van dergelijke bedrijven kunnen hebben, maar vooral hun leefbaarheid had beter kunnen zijn. Begin 2000 konden heel wat projecten niet langer van zaaigeld genieten. De fondsen die bio- en andere technologiebedrijven in hun portfolio hadden zitten, verslikten zich in de grote kapitaalhonger en in het slechte beursklimaat, waardoor een exit niet aan de orde was. Ze moesten hun middelen aanwenden om de bedrijven die ze hadden in leven te houden. Andere fundamentele ondersteuning was er vaak niet. Als we het echt menen met Vlaanderen als kenniseconomie, dan moet er een mentaliteitswijziging komen. In het andere geval moeten we aanvaarden dat buitenlandse ondernemingen de boel overnemen. Maar dan moet men ook niet meer verbaasd zijn als de jaarlijkse Global Entrepreneurship Monitor (GEM) weer eens aantoont dat België te weinig starters telt. (T)Door Lieven Desmet