UCB ontslaat wereldwijd 2400 werknemers, van wie 555 in België of 20 % van het totaal. Ook Picanol snijdt in zijn personeelsbestand, zoals eerder al Agfa-Gevaert dat deed. Wie is de volgende? Of blijven dit uitzonderingen?
...

UCB ontslaat wereldwijd 2400 werknemers, van wie 555 in België of 20 % van het totaal. Ook Picanol snijdt in zijn personeelsbestand, zoals eerder al Agfa-Gevaert dat deed. Wie is de volgende? Of blijven dit uitzonderingen? De halfjaarresultaten van de beursgenoteerde bedrijven geven vertrouwen dat het geen bloedbad wordt. Al bij al waren de cijfers beter dan verwacht. Maar het is voorbarig om nu al enthousiast te worden. De groeivertraging is immers een feit, in de VS, in de eurozone en in België. De economie is in de eurozone in het tweede kwartaal gekrompen. Beslissend voor België is de internationale conjuncturele evolutie. In de VS wordt goed nieuws afgewisseld met slecht nieuws. De ene analist kondigt het einde van de kredietcrisis aan, de andere waarschuwt voor nog een paar stormen van het kaliber-Gustav. Idem dito op de Amerikaanse huizenmarkt. Dichter bij huis is de groeivertraging in Duitsland een belangrijk slecht signaal. Als de motor sputtert in Duitsland, dan heeft België een groot probleem. Maar het is niet zeker waar en wanneer de Duitse economie weer zal landen. De kans is groot dat we goede en slechte periodes in snel tempo gaan afwisselen. In een geglobaliseerde wereld zullen dit soort snelle bewegingen zich trouwens meer en meer voordoen. Snel reageren is dan ook uiterst belangrijk voor onze ondernemingen. Ons land is slecht gewapend voor een economie die als een jojo op en neer danst. Heel Europa is dat trouwens. Het grootste probleem is de geringe flexibiliteit van onze arbeidsmarkt. Wanneer in de economie betere en slechtere periodes zich snel afwisselen, is het voor een weinig flexibele economie erg moeilijk om zich aan te passen. Wanneer het slecht gaat, is het bijvoorbeeld in België niet gemakkelijk om snel het arbeidsbestand aan te passen. Dat duurt een tijd en kost ook veel geld. Tegen het moment dat je er bent, moet je misschien wel gaan aanwerven omdat de conjunctuur weer aantrekt. Omdat ondernemingen weten dat ontslaan niet eenvoudig is, wachten ze langer met aanwerven. En zo gaan opportuniteiten voorbij. Daarom proberen onze bedrijven zo lang mogelijk hun werknemersbestand op peil te houden. De UCB's, Picanols en Agfa-Gevaerts zullen eerder de uitzonderingen blijven. Om deze nieuwe realiteit aan te kunnen, zijn belangrijke wijzigingen noodzakelijk. Vakbonden zijn echter als de dood om aanpassingen toe te staan aan de procedures voor aanwerven en ontslaan. Een hefboom kan de eenmaking van het statuut van arbeiders en bedienden zijn. Dit dossier dat als het monster van Loch Ness af en toe opduikt, moet nu maar eens echt aangepakt worden. Kern van het dossier zijn de opzeggingsperioden: uitermate kort voor arbeiders, uitermate lang voor bedienden. Die periode moet korter voor bedienden. Hun sterke bescherming is een van de redenen waarom bedrijven in België zo voorzichtig zijn met het aanwerven van personeel. Begeleidende maatregelen zijn noodzakelijk, bijvoorbeeld een aanpassing van het werkloosheidssysteem met hogere uitkeringen in een eerste fase. Op die manier verzeilen ontslagen werknemers niet meteen op al te lage inkomstenniveaus. Dat veronderstelt wel dat die hogere uitkeringen met de tijd afgebouwd worden tot nul. Een tweede maatregel is de uitbreiding van de mogelijkheden van uitzendarbeid. Dat is bij uitstek een middel om snel in te spelen op negatieve en positieve evoluties. Maar nog te veel wordt uitzendarbeid als een uitzonderingssituatie bekeken. Als bijvoorbeeld uitzendkrachten worden aangetrokken omdat er meer werk is in een bedrijf, dan moet in principe de vakbond daarvoor de toestemming geven. Een andere belangrijke flexibiliteitsmaatregel is de annualisering van de arbeidstijd: mogelijk maken dat werknemers lang werken in goede periodes en korter in slechtere periodes. Voor de overuren is al wel veel vooruitgang geboekt, door meer toegelaten overuren en een goedkopere vergoeding ervan. De werkgevers moeten van flexibiliteit - naast loonmatiging - het hoofdthema maken van het interprofessioneel overleg in het najaar. Al verschillende malen is flexibiliteit als een strijdpunt door de werkgevers naar voren geschoven. Maar evenveel keren zijn ze van een kale reis teruggekomen. Als het ditmaal opnieuw mislukt, dan zal de Belgische economie gestaag terrein blijven verliezen. Terrein dat moeilijk heroverd kan worden. (T) de auteur is hoofdredacteur.Guido Muelenaer