Een farmaceutische onderneming heeft de plicht om alle volkeren ter wereld te helpen en niet alleen die 20 % die de middelen heeft om behandelingen te betalen. Mensenlevens redden, moet het grootste doel van de werknemers en gepassioneerde wetenschappers zijn. Maar dat doel is ook een onmiskenbare vector in de strategie van een onderneming in de gezondheidszorg.
...

Een farmaceutische onderneming heeft de plicht om alle volkeren ter wereld te helpen en niet alleen die 20 % die de middelen heeft om behandelingen te betalen. Mensenlevens redden, moet het grootste doel van de werknemers en gepassioneerde wetenschappers zijn. Maar dat doel is ook een onmiskenbare vector in de strategie van een onderneming in de gezondheidszorg. Die wil om aan zoveel mogelijk mensen toegang tot medicijnen te verlenen, vereist een uniek werkmodel, gebaseerd op het idee dat een onderneming tegelijk 'goed kan doen en zich goed kan gedragen'. Of: als commerciële onderneming uitblinken en tegelijk aan de verbetering van de maatschappij werken. Dat concept vormt de basis van de inzet om medicijnen en vaccins te ontwikkelen ten voordele van de globale volksgezondheid. Tegelijk verzekert het de levensvatbaarheid van de onderneming op lange termijn en steunt het vernieuwing. Dat concept betekent ook dat vaccins en geneesmiddelen tegen variabele prijzen ter beschikking van de landen worden gesteld. Volgens dat systeem kan de prijs van een vaccin bijvoorbeeld afhangen van het bruto binnenlands product, het gevraagde aantal of de duur van het contract. Vaak is de koper een nationale regering of een internationale organisatie zoals UNICEF of de PAHO. Zelfs in een land kunnen de prijzen variëren en hangt de grootste individuele bijdrage van het inkomen af. Dat atypische model brengt ook de oprichting van strategische coöperaties met zich mee, zoals publiekprivate genootschappen en verenigingen voor ontwikkelingshulp. Daardoor kunnen behandelingen tegen ziektes die elke dag nieuwe slachtoffers maken, zo snel mogelijk op punt gesteld worden. Het is eventueel mogelijk om samen te werken met lokale producenten om zo de ontwikkelings- en productiekosten beter te beheren. De samenwerking met publieke en liefdadigheidsorganisaties moedigt tegelijk ondernemingen aan om te investeren en brengt de juiste gesprekspartners mee die de terbeschikkingstelling van zorgen kunnen bevorderen. Zo investeert de stichting Bill Gates enorme bedragen in gezondheidsprojecten in Afrika. Ook al dankzij dat speciale model kunnen medicijnen of vaccins eerst geregistreerd worden in de landen waar de ziektes endemisch zijn. Rotarix, het vaccin van GSK tegen buikloop bij jonge kinderen werd bijvoorbeeld eerst geregistreerd in Zuid-Amerika. Kinderen in Latijns-Amerika sterven immers aan die ziekte, terwijl in Europa een ziekenhuisopname het probleem verhelpt. Maar de eerste verantwoordelijkheid voor de toegang tot gezondheidszorg voor iedereen komt op de schouders van de farmaceutische bedrijven zelf terecht. Zij moeten voor de armste landen een betaalbare prijs bepalen. Zij moeten ook een belangrijk deel van onderzoek en ontwikkeling besteden aan de ziektes die ontwikkelingslanden treffen, aangezien daar de nood het hoogste is. De farmaceutische innovaties hebben een invloed op de gezondheid van patiënten overal ter wereld, maar dragen ook bij tot de sociale en economische rijkdom van ons land omdat er een gezondere en productievere maatschappij uit groeit. Natuurlijk moeten we oplossingen vinden om het gebrek aan middelen voor gezondheidszorg in ontwikkelingslanden te verzachten. Daarvoor hebben farmaceutische ondernemingen verscheidene mogelijkheden. Sommige kiezen ervoor om zich met hart en ziel in te zetten voor publiek-private samenwerkingsprojecten die zich bezighouden met onderzoek naar nieuwe vaccins en medicijnen voor ziektes in ontwikkelingslanden, zoals hiv/aids, malaria of tuberculose. Er wordt ook geregeld contact opgenomen met de nationale en internationale autoriteiten. Niet alleen om met de financiering van de zorg te helpen, maar ook om de toegang tot de lokale infrastructuren te vergemakkelijken. Mijn aanpak voor de gezondheid in de ontwikkelingslanden wordt door deze doelstellingen gestuurd: Een globaal antwoord op de gezondheidszorg en een verregaande samenwerking aanmoedigen Het imago en de reputatie van de farmaceutische onderneming beschermen en verbeteren Het "fundamental business model" beschermen door zowel het intellectuele eigendom als de prijzenpolitiek voor de zwakste markten te behouden. Investeren in onderzoek en ontwikkeling met het oog op de ziektes die de ontwikkelingslanden teisteren, waar de nood het hoogste is Deelnemen aan gemeenschappelijke investeringsactiviteiten Samenwerkingsverbanden creëren en bijdragen tot de ontwikkeling van het gezondheidsbeleid. De jongste vijftig jaar zijn de levenskwaliteit en -verwachting in de ontwikkelde landen gestegen en werd een sociale zekerheid geïntroduceerd die solidariteit creëert. Dat zorgde voor de economische en sociale ontwikkeling die wij kennen. De volgende decennia luiden een mondialisering van de economie in, maar ook de toegang tot gezondheidszorg in de opkomende economieën. De farmaceutische industrie zal in die mondialisering een grote rol spelen. De industrie van het vaccin zit in de voorhoede en de 120 miljoen kinderen uit de ontwikkelingslanden zullen de volgende jaren profiteren van de toegang tot nieuwe, levensreddende vaccins.(T) Jean Stéphenne