Ergens in mei 2012 staan de bazen van Britse onafhankelijke platenlabels vroeg op, vullen hun thermosflessen en slepen kisten vol vinylplaten naar Berwick Street in het centrum van Londen. Daar richten ze een marktstalletje in en verkopen ze hun waar aan de voorbijgangers. Veel geld verdienen ze daar niet mee, maar ze leren wel vaardigheden ontwikkelen die hun nog van pas kunnen komen. Het is de start van een nieuwe trend. In 2012 beginnen zowel kleine als grote mediafirma's het ernstig te menen met de directe verkoop aan de consument.
...

Ergens in mei 2012 staan de bazen van Britse onafhankelijke platenlabels vroeg op, vullen hun thermosflessen en slepen kisten vol vinylplaten naar Berwick Street in het centrum van Londen. Daar richten ze een marktstalletje in en verkopen ze hun waar aan de voorbijgangers. Veel geld verdienen ze daar niet mee, maar ze leren wel vaardigheden ontwikkelen die hun nog van pas kunnen komen. Het is de start van een nieuwe trend. In 2012 beginnen zowel kleine als grote mediafirma's het ernstig te menen met de directe verkoop aan de consument. Tot voor kort waren de mediabedrijven in essentie fabrikanten van verpakte entertainmentartikelen. Platenlabels brachten cd's uit, uitgevers publiceerden boeken, Hollywoodstudio's spuiden filmrollen en dvd's. Ze verkochten of verhuurden die zaken aan retailers - muziek- en boekhandels, bioscopen - die ze op hun beurt sleten aan de consumenten. Tv-producenten verkochten hun programma's aan zenders, die ze gebruikten om kijkcijfers op te stapelen waarmee ze bij de adverteerder konden aankloppen. Aanvankelijk wijzigde het internet daar niets aan. Maar intussen zijn de zaken veranderd. Het internet en de economische inzinking nekken de ouderwetse boekhandels, krantenboeren en platenwinkels. Dat verkleint de schapruimte voor de mediabedrijven. De grootste digitale mediaverkooppunten hebben een bijna-monopolie en dat geeft hun de macht de markt te sturen. De mediafirma's zoeken nu manieren om de distributeurs te omzeilen. Bekende artiesten verkopen al enige tijd rechtstreeks aan het publiek. In 2007 bracht Radiohead een album uit via zijn website. J.K. Rowling, de geestelijke moeder van Harry Potter, verzette er zich geruime tijd tegen dat haar boeken zouden omgezet worden in e-boeken. Toen ze in 2011 zwichtte, koos ze ervoor niet via Amazon te verkopen, maar zette ze haar eigen verkooppunt, Pottermore, op. Omdat ze niet op die manier willen omzeild worden, begonnen mediabedrijven artiesten te helpen platforms te bouwen die zich rechtstreeks op de consument richten. Zo heeft Universal Music Group het management van vele websites van artiesten overgenomen. De Britse popgroep McFly, die onder contract staat bij Universal, verkoopt de toegang tot zijn website tegen 6 pond per maand. De muziekmaatschappij verdient met dat alles niet alleen geld, ze bouwt tevens een gegevensbank van fans op. De sterkste mediamerken en die die over hun eigen content kunnen beschikken, gaan grotere onlinewinkels opzetten. Van Disney mag een krachtig initiatief verwacht worden in 2012. Het is opmerkelijk dat de groep zich niet aangesloten heeft bij een consortium dat gemeenschappelijke normen voor de distributie van digitale films tracht uit te werken. Dat doet vermoeden dat Disney sleutelt aan een alternatief. HBO maakt zich intussen op om abonnementen op zijn tv-shows te verkopen op het internet, zij het niet in de VS. Sommige kranten en magazines zijn zo teleurgesteld in Apple dat ze de iTunes-winkel verlaten en eigen webapps lanceren. Al die initiatieven brengen ook nieuwe problemen mee. Maar de trend is onomkeerbaar. Net als de westerse economieën laten de mediabedrijven de productie achter zich en treden ze de nieuwe wereld van de diensten binnen. De auteur is redacteur media van The Economist. JOEL BUDDMediafirma's omzeilen de distributeurs en richten zich rechtstreeks tot de consument.