De wereld in zakformaat
...

De wereld in zakformaatOp een nachtje slapen van ons vandaan, met een tijdsverschil van amper twee uren, is Mauritius een idyllische bestemming voor een hemelse vakantie. De toeristische numerus clausus is een garantie voor het behoud van 's eilands grootste troef : zijn gastvrijheid. Die straalt gewoon van de multi-etnische, Frans en Engels sprekende bevolking af. TEKST EN FOTO'S : SERGE VANMAERCKE Je bankrekening moet gespijsd zijn als je naar Mauritius met vakantie gaat. Niet het gewone leven is er spectaculair duur, wel de toeristische infrastructuur die alleen het zeer goede tot het allerbeste aanbiedt. Een slecht geweten hoef je er niet aan over te houden als je 's morgens wakker wordt, badend in luxe en comfort : op Mauritius heeft iedereen werk en het levenspeil is er behoorlijk, ook al liggen de huurprijzen erg hoog in verhouding tot het gemiddelde salaris. Een jong getrouwd stel woont dus dikwijls boven mama en papa. "Pena probleme", klinkt het. Geen problemen dus. In 1970 werd het hele eiland tot tolvrije zone uitgeroepen, wat nu werk bezorgt aan 100.000 personen, vooral in de textielsector. Ook het toerisme levert heel wat arbeidsplaatsen op, net zoals het suikerriet (500.000 ton per jaar). De zomer op Mauritius duurt van november tot april (gemiddelde temperatuur in februari : 26) en de winter loopt van mei tot oktober (gemiddelde temperatuur in augustus : 20).Elk jaar zetten zo'n 400.000 toeristen er voet aan land. De overheid wil dat aantal beneden de 600.000 houden. Die bezoekers komen overwegend uit Frankrijk Réunion ligt vlakbij maar ook steeds meer Belgen proeven van de geneugten van Mauritius : in 1985 waren er dat slechts 840, maar in 1995 is dat cijfer gestegen tot 6000. Onder hen veel verloofden die daar gaan trouwen, jonge paartjes op huwelijksreis en echtparen die hun gouden, zilveren of diamanten bruiloft vieren. Ongetwijfeld is de rechtstreekse vlucht van Air Mauritius vanuit Brussel mee verantwoordelijk voor dat succes. Je hebt nauwelijks je zitje aan boord gevonden, of het personeel geeft je al een idee van wat je op je bestemming wacht. Bij de stewards en stewardessen zie je huidskleuren in alle schakeringen van blank naar ebbenzwart. Maar wat ze allemaal gemeen hebben, is hun vriendelijkheid en de kwaliteit van hun service. En humor !Onbewoond landop 3000 kilometer van de Afrikaanse kust : zo ontdekten de Arabieren Mauritius in de tiende eeuw. Het eiland werd in het begin van de zestiende eeuw verkend door de Portugees Pedro Mascarenhas, die zijn naam gaf aan de archipel Mauritius, Rodrigues, Réunion : de Mascarenen-eilanden. Daarna bezetten enkele honderden Hollanders het eiland, tot eerst de Fransen ( Ile de France : tot het begin van de negentiende eeuw) en na hen de Engelsen het roer overnamen. Het eiland van vulkanische oorsprong was tot zijn onafhankelijkheid in 1968 een Britse kolonie. Queen Elisabeth bleef er wel staatshoofd tot 12 maart 1992, toen Mauritius een republiek werd. Het vliegtuig is aan de afdaling begonnen. De aanblik van het eiland wordt gedomineerd door het felle groen van het suikerriet, dat de helft van het territorium beslaat. Wat is hij ver weg, de grijze Belgische hemel. De luchthaven Sir Seewoosagur Ramgoolam International is modern. Bij de douane word je al meteen gewaarschuwd : "Opgelet, op drugssmokkel staat de doodstraf". De doodstraf is kortelings opnieuw ingevoerd, uitsluitend voor de drugshandel. Of ze toegepast wordt, is een andere zaak... We worden opgewacht door Elisabeth, een pittige creoolse gids van incoming touroperator Mautourco, die ons met haar verbazende eruditie het eiland leert kennen. De auto neemt de snelweg die van de luchthaven in het zuidoosten naar Hotel Victoria op de Pointe aux Piments in het noordwesten leidt. We rijden achter een bierwagen, waarvan de bestuurder een beetje zenuwachtig is. Kijk eens aan : Stella. Maar niet die van bij ons... Uit de suikerrietvelden aan weerszijden van de weg rijzen piramides van vulkanische stenen op. Theeplantages in Nouvelle France. De weginfrastructuur is uitstekend. De Belgische ondernemer Besix is in het land actief. We rijden door Curepipe, de tweede stad van het land na de hoofdstad Port Louis (150.000 inwoners). In Quatre Bornes wijst Elisabeth ons op de Palladium, de grootste discotheek van het land, uitgebaat door een Italiaan. De afstand van noord naar zuid bedraagt ongeveer zestig kilometer, van west naar oost veertig. Van de 330 km kust, omringd door koraalriffen, bestaat 160 km uit paradijselijke stranden. Zonder veel aan te dringen, venten de Mauritianen er mooie juwelen en T-shirts. Je moet wat zoeken, maar je vindt nog verlaten stranden op Mauritius, soms zelfs vlakbij de hotels. In totaal telt het eiland 86 hotels.Overal is het landschap even mooi. Wat enorm opvalt, is de verscheidenheid aan rassen : er zijn Mauritianen van Chinese, Indische, Malagassische, Mozambikaanse, Franse, Engelse of gemengde afkomst. Veel vrouwen lopen rond met een parasol. De hindoevrouwen dragen prachtig gekleurde sari's. Als ze getrouwd zijn, herken je ze aan de rode stip op het voorhoofd en een rode streep in het haar. Gemengde huwelijken komen naar verluidt steeds meer voor, maar tot voor kort pleegden verliefde stellen van verschillende rassen soms zelfmoord, zegt men, omdat de familie niet akkoord ging.De Beachcomber-hotelszijn droomparadijzen waar zowel vakantiegangers als bedrijfsmensen op zakenreis of incentive logeren. Architect Maurice Giraud heeft zich de Mauritiaanse stijl eigen gemaakt. De aankomst in Victoria is al majestueus, maar het bezoek aan het Royal Palm Hotel een van de Leading Hotels of the World in Grand Baie, in het uiterste noorden, overtreft alles. Ruimte, comfort, daken bedekt met gedroogde suikerrietbladeren. De groten der aarde strijken hier neer om van een paar dagen rust te genieten. Van Carole Bouquet tot het Zweedse koningspaar, van Catherine Deneuve tot Jacques Chirac, van Alain Delon tot Harold Pinter, van Boutros Boutros Ghali tot Boris Becker. In Royal Palm verneem ik dat er vlak in de buurt een Belg woont en werkt. Ze willen hem best voor me opbellen. Op Pointe aux Canonniers baat Pascal Bauwens (42) het restaurant Bâteau Ivre uit, dat gespecialiseerd is in zeevruchten. Niet zelden zie je voor zijn restaurant limousines staan en Jean-Luc Dehaene, Philippe Seguin of sterren uit showbizz behoren tot zijn gasten. Sinds hij zestien jaar geleden zijn nachtclub Les Enfants Terribles aan de Guldenvlieslaan in Brussel verliet, heeft Pascal Bauwens zijn activiteiten in Mauritius uitgebreid tot textiel, meubelen en heel wat andere sectoren. Een andere Belgische, de 36-jarige Ann Van den Bergh, afkomstig uit Mechelen, is op Mauritius met bonbons van Belgische chocola ( Callebaut) gestart : Van Ann, Route Royale, Plaine de Papaye. Toen ze tien jaar geleden op het eiland aankwam, werkte ze eerst in de textielsector. In de Cotton Comptoir die ze uit de grond stampte, heeft ze overigens nog 35 procent van de aandelen. Air Mauritius, Singapore Airlines en Condor zijn enkele van haar belangrijkste klanten. Maar laten we eerst nog even rondlopen in het Royal Palm Hotel, befaamd om zijn suite 135. Dat is een echte villa met een aparte ingang voor de gasten en een voor het personeel. Naar verluidt is het een van de beste hotels van de Indische Oceaan. De Portugezen hebben geen sporen op het eiland nagelaten en de enige herinnering aan de Hollanders is de naam van het eiland zelf, afkomstig van de stadhouder van de Verenigde Provincies, Mauritius van Nassau. De Franse en Britse aanwezigheid is wel nog overal voelbaar. De grondwet is naar het voorbeeld van die van Westminster gemaakt, het Engels is de officiële taal, er wordt links gereden, maar iedereen spreekt Frans. De meeste plaatsnamen zijn Frans, net zoals de audiovisuele en geschreven pers ( Le Mauricien, L'Express, Le Mag, Week-end). Onder elkaar spreken de Mauritianen creools, een taal die destijds op het eiland werd uitgevonden door de slaven (de slavernij werd afgeschaft in 1835). De creolen van vandaag gebruiken ook een gecodeerde taal, op cijfers gebaseerd. Een voorbeeld : "Ce 34 court après une 17 avec une belle paire de 40." Heel komisch, schijnt het, en soms een beetje schuin... De jonge meisjes hebben ook hun eigen taalgebruik, inzake 'maten' bijvoorbeeld : dat gaat dan van "Doux Jésus" tot "Tant pis si j'en crève"... Soms is het ook ernstiger : na het televisiejournaal in het Frans volgen elke dag ook vijf minuten in het creools. Ondanks de verschillenin huidskleur en religie is het miljoen Mauritianen, dat op een zakdoek van 1865 km² woont, verenigd onder de kleuren van één enkele vlag, waar ze trots op zijn. Afkomstig uit Europa, Azië en Afrika, zijn het christenen, moslims en boeddhisten. Elk van hen neemt deel aan de feesten van de andere religieuze gemeenschappen. Vanop Fort Adélaïde, de citadel die boven de hoofdstad Port Louis uittorent, kun je je rekenschap geven van de diversiteit van de culten. In de verschillende wijken van deze stad, die echt geen mooi geheel vormt, zie je de moskee, de kerk, de tempel... Ook de graven op de kerkhoven verraden die religieuze diversiteit.Aan de voet van de citadel trekt een reusachtige renbaan van mei tot november duizenden liefhebbers aan. De paardensport is op Mauritius erg geliefd. Net zoals voetbal trouwens. De stadions Amjalay in Belle Vue en George V in Curepipe zitten soms tjokvol enthousiaste supporters, vooral wanneer Sunrise tegen Fire Brigade uit Port Louis speelt. Maar ook het Britse voetbal kan op de belangstelling van de Mauritianen rekenen. De helft van het eiland is pro Manchester, de andere helft pro Liverpool. In Port Louis vind je moderne architectuur naast huizen in een vrij obscure stijl en zelfs nog wat houten huizen in koloniale stijl. Die worden sinds 1960 niet meer gebouwd, om beter het hoofd te bieden aan het geweld van de cyclonen (vraag naar de risicoperiodes als u dat fenomeen wilt vermijden ; de wind kan dan snelheden halen van 260 km/uur, maar misschien geniet u daar wel van, zoals veel Mauritianen). Een van de bezienswaardigheden in Port Louis is de Stadsschouwburg, gebouwd in 1820, met een plafond dat door een Belg, een zekere Van der Meersch, geschilderd is. Op de overdekte markt in het centrum is alles te krijgen. Vooral het stalletje van K.G. Naiken is er beroemd omwille van zijn halve eeuw ervaring in geneeskrachtige planten (stalletje 460, tegenover het rooklokaal Moher). Het restaurant Flore Mauritienne in het Anglo Mauritius House is een kosmopolitische plek, bezocht door zakenlui, parlementariërs en journalisten. Het huis bestaat sinds 1848. Probeer er de Vindaye de Poisson : uitstekend. Ook een ommetje waard zijn het Hôtel du Gouvernement, de Jummah moskee, het Museum van Port Louis en het Museum van de Fotografie een ware goudmijn van archieven over het eiland en zijn schilder-dichter Malcolm De Chazal, waarvan prachtige doeken zijn tentoongesteld in het hotel Paradis au Morne. De tweede stadvan het land is Curepipe, centraal gelegen op 550 meter hoogte. Het is een handelsstad, waar nog een paar mooie staaltjes van koloniale architectuur zijn overgebleven (het mooiste koloniale huis van het eiland is ongetwijfeld Eureka, van de familie Le Clézio, boven Rose Hill). Curepipe heeft wel het minst aangename klimaat van het eiland. In de omstreken trekt de krater van de Trou aux Cerfs veel natuurliefhebbers aan. In Forest Side, vlakbij Curepipe, is een beroemde fabriek/winkel van maquettes van boten. De weg van Curepipe naar Chamarel, in het zuidwesten van het eiland, loopt over Grand Bassin, een belangrijk pelgrimsoord voor de Hindoes dat er wat verlaten bijligt als er geen grote religieuze bijeenkomsten zijn. Afstammelingen van de apen die destijds door de Hollanders werden ingevoerd, lopen in de omgeving rond. Er zijn er op het eiland nu zo'n twintig- tot vijfentwintigduizend. Kom niet te dicht bij ze, want sommige zijn kwaadaardig. Het schijnt zelfs dat de dodo, een grote vogel die niet kon vliegen, tevens het symbool van het eiland, uitgestorven is doordat deze apen zo graag de eieren lustten. Chamarel is bekend omwille van zijn veelkleurige aarde een vreemd schouwspel te midden van bergen en bossen. Anse Jonchée op de oostkust heeft een dubbele attractie : het Domaine de l'Ylang Ylang, waarvan de bloem een vluchtige olie produceert die gebruikt wordt in de grootste parfums en waar u misschien zal worden verwelkomd door een verre neef van de schrijver : Jean-Marie Le Clézio ; en het Domaine du Chasseur. Proef er eens een palmsalade. Weelderig groen en een prachtig zicht op de oostkust in dit natuurreservaat, waar torenvalken komen eten uit de hand van een expert. Meer naar het zuiden, in Chaland, ligt het hotel Shandrani, dat de ideale vertrekplaats is voor een tocht per prauw naar Mahébourg, een klein vissersdorpje met een zeevaartmuseum in een huis uit 1771. We pikken er nog een paar schitterende plekjes in de natuur uit : een park op 11 km ten noorden van Port Louis, namelijk de Jardin des Pamplemousses, naast de kerk van Saint François, de oudste van het eiland. Hier komen de Mauritianen zelf hun zondagse wandeling maken. Er zijn duizend bomen, planten en bloemen te ontdekken. In Mauritius raak je in één keer niet uitgekeken. Het eiland is mooi en de mensen zijn er mooi. Boeken en films getuigen ervan : 'Paul et Virginie' van Bernardin de Saint-Pierre, 'Chercheur d'Or' of 'Quarantaine' van Le Clézio, 'Mon père ce héros' met Gérard Depardieu en onze nationale Marie Gillin. En als u, voor u naar de eigen haard terugkeert, nog de kans krijgt, woon dan eens een sega bij, een voorstelling met muziek en dans, die de ziel van het eiland vertolkt. Ayooo !Rainbow : informatie bij de reisagent.Air Mauritius : (02) 218.57.05. of 218.51.04. Boven : Chamarel en zijn gekleurde aarde, aronskelken, kinderen in Mahébourg, kleurrijk hindoefeest. Rechts : strand nabij Victoria, koloniale woning. Links : straatje in Port Louis, K.G. Naiken op de overdekte markt. Onder : kerkhof, rivier nabij Mahébourg, Grand Bassin, blanke moeder met kinderen.Gezichten in alle kleuren. Eén gemeenschappelijke noemer : de fierheid om Mauritiaan te zijn. De wereld op een zakdoek.Houten huis in Port Louis. Sedert 1960 worden ze niet meer gebouwd omwille van de cyclonen.