Mark Rutte heeft zijn noodrem gekregen, maar niet zijn veto. Het moeizaam bevochten akkoord onder de EU-leiders van vorige week bepaalt dat een lidstaat uitkeringen uit het coronaherstelfonds kan tegenhouden, maar slechts tijdelijk. Het laatste woord blijft aan Europa. De oorspronkelijk voorziene subsidiepot van 500 miljard euro heeft Rutte kunnen afslanken tot 390 miljard euro. Maar het blijven subsidies, geld dat de begunstigde lidstaten niet moeten terugbetalen. Ook dat had Rutte anders gewild. Twee keer verlies dus voor de Nederlandse premier.
...

Mark Rutte heeft zijn noodrem gekregen, maar niet zijn veto. Het moeizaam bevochten akkoord onder de EU-leiders van vorige week bepaalt dat een lidstaat uitkeringen uit het coronaherstelfonds kan tegenhouden, maar slechts tijdelijk. Het laatste woord blijft aan Europa. De oorspronkelijk voorziene subsidiepot van 500 miljard euro heeft Rutte kunnen afslanken tot 390 miljard euro. Maar het blijven subsidies, geld dat de begunstigde lidstaten niet moeten terugbetalen. Ook dat had Rutte anders gewild. Twee keer verlies dus voor de Nederlandse premier.De hogere korting op de Nederlandse bijdrage aan de EU-begroting verguldt de pil. Maar Europa is sinds vorige week anders geworden, bevrijd van het Hollandse zuinigheidsideaal. Rutte zal dat moeten uitleggen aan zijn electoraat. Een nieuwe David Cameron - de voormalige Britse premier die uit politiek opportunisme zijn land uit de Europese Unie deed tuimelen - zal Rutte allicht niet worden. Tot een 'nexit' zal het nooit komen. Zonder de Europese markt wordt Nederland armer. Als doorgewinterde koopvaarders beseffen de Nederlanders dat maar al te goed. Maar Europa heeft de gehate geldkraan voor het zuiden opengedraaid. Wil Rutte die weer dicht, dan wachten hem nieuwe veldslagen in Brussel. Als hij telkens als verliezer zal terugkeren, zal dat wegen op zijn politieke gewicht in Den Haag. Gelukkig heeft de eeuwige vrijgezel van 53 best al wat electoraal kapitaal verzameld. Met een lage overheidsschuld en vier opeenvolgende jaren van begrotingsoverschotten is Nederland klaar om de komende coronagolven uit te zitten. Rutte, die eigenlijk pianist had willen worden, is al aan zijn derde kabinet toe. Hij zit nog niet eens zo lang in de actieve politiek. Na zijn studie geschiedenis aan de Universiteit Leiden werkte hij eerst tien jaar als personeelsmanager voor verschillende bedrijven van de levensmiddelengroep Unilever, om pas in 2002 staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te worden voor de liberale VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie). Daarna maakte hij zijn weg naar de top, eerst nog als staatssecretaris voor Onderwijs, later als partijleider en fractievoorzitter in de Tweede Kamer, om in 2010 minister-president van Nederland te worden. Dat is Rutte nog altijd, al ging zijn pad niet altijd over rozen. In 2006 verloor hij zijn eerste verkiezingen als lijsttrekker voor de Tweede Kamer, met een achteruitgang van zes zetels voor zijn partij. Als pijnlijk toetje kreeg hij minder voorkeurstemmen dan zijn grote concurrent, Rita Verdonk, de nummer twee op de kieslijst. In 2010 kreeg Rutte wel een verkiezingsoverwinning voor elkaar. Rutte I was vertrokken. Vandaag zitten we aan Rutte III. De regeringsleider is een oudgediende. Ietwat losjes in de omgang maar altijd to the point, de regie strak in de hand, maar een taal sprekend voor de man in de straat: het zijn de stijlkenmerken waarmee Rutte zijn ietwat kleurloze voorganger Jan Peter Balkenende vlug kon doen vergeten. In de politiek geldt Rutte niet als een ideologische scherpslijper, maar als een man die graag met iedereen praat, ook met tegenstrevers. In het Nederlandse ministerie van Onderwijs herinneren ze zich Rutte als de staatssecretaris die, wars van enige eigendunk, lagere ambtenaren contacteerde als hij iets niet begreep, of hen complimenteerde voor een goed idee. Wat van Rutte nog geen doetje maakt in onderhandelingen. In een nachtelijke vergadering tijdens de EU-top over het herstelfonds deed hij Duits bondskanselier Angela Merkel en Frans president Emmanuel Macron 'kribbig' weglopen uit een overleg met de premiers van de zuinige landen Oostenrijk, Denemarken, Zweden en Finland en Nederland. Want in de Europese arena laten de zuinigen zich graag aanvoeren door de schijnbaar uit teflon opgetrokken Rutte. In de corona-epidemie wist Rutte zijn landgenoten redelijk in het gareel te houden. Zijn tv-toespraak in maart, bij het begin van de eerste golf, maakte indruk op vriend en vijand. "Mark Rutte is de president van Nederland geworden", schreef de Volkskrant. Intussen loopt het aantal besmettingen opnieuw op. In het Noordhollands Dagblad klaagde een commentator enkele dagen geleden dat veel Nederlanders de anderhalve meter afstand aan hun laars lappen, en voegt eraan toe: "Verzoek aan de premier: kom terug van vakantie. Het volk heeft u nodig, ze kunnen niet zonder u." Het zit wel goed voor Rutte.