Als het amusementsbedrijf geen bedrijf was, zou het wel amusementsamusement heten. De uitspraak stamt van de Amerikaanse cineast en komiek Woody Allen en wordt geciteerd door Disney-topman Michael Eisner in diens autobiografie Werk in uitvoering. Geen verhaal type 'van de goot tot de top', wel van gewoon rijk tot puissant rijk. En over de ontbolstering van een al even reusachtig ego, met nu en dan een glimp van de persoonlijke gevechten in een concern. Af en toe kan je je verkneukelen aan de machtsstrijd in de directiekamers en in de wandelgangen eromheen. Alleen al die kenmerken maken het boek tot hoogst interessante lectuur en doen de melige en zelfverheerlijkende passages vrij vlug vergeten.
...

Als het amusementsbedrijf geen bedrijf was, zou het wel amusementsamusement heten. De uitspraak stamt van de Amerikaanse cineast en komiek Woody Allen en wordt geciteerd door Disney-topman Michael Eisner in diens autobiografie Werk in uitvoering. Geen verhaal type 'van de goot tot de top', wel van gewoon rijk tot puissant rijk. En over de ontbolstering van een al even reusachtig ego, met nu en dan een glimp van de persoonlijke gevechten in een concern. Af en toe kan je je verkneukelen aan de machtsstrijd in de directiekamers en in de wandelgangen eromheen. Alleen al die kenmerken maken het boek tot hoogst interessante lectuur en doen de melige en zelfverheerlijkende passages vrij vlug vergeten. Onlangs haalde Eisner het nieuws als best betaalde bedrijfsleider in 1998. Elke dag van het jaar - dus ook op zaterdag en zondag - ontvangt hij 600.000 frank. Enkel aan salaris, want de 21,5 miljard aandelenopties (ook goed voor ongeveer 59 miljoen frank per dag) hebben we er even niet bijgeteld. Het weekblad Business Week plaatste er de werkelijke prestaties van het bedrijf naast (dus niet de aandelenkoers), waarin Eisner belabberd scoorde. In zijn boek gaat hij wijselijk niet te veel in op zijn opties, al verantwoordt hij de exorbitante weddes en bonussen wel onrechtstreeks. Vriend en vijand moeten overigens toegeven dat Eisner, Disney weer op het goede spoor zette. CAMPAGNE IN DE DIRECTIEKAMER.Eisner was nauwelijks 42 jaar toen hij na een erg turbulente periode aan de deur gezet werd als tweede man bij filmstudio Paramount, waar hij een aandeel had in enkele eclatante succesfilms als Raiders of the Lost Ark, Saturday Night Fever en Grease. Zoals al eerder gebeurde, botsten Eisners verpulverende ego en grenzeloze ambitie op dat van de zittende top. Toen hij enkele weken later zijn opwachting maakte bij Disney, wilde hij er dan ook zeker van zijn dat hij en alleen hij het roer in handen had. Hij duldde wel zijn oudere vriend Frank Wells als vice-president en zakelijk brein net onder - niet naast - zich. Aanvankelijk leek het wat ingedommelde Disney-bestuur niet voldoende vertrouwen te hebben in de ambitieuze snaak. De leden waren wel gecharmeerd door zijn creatieve ervaring, maar vreesden dat hij op managementvlak niet opgewassen was tegen zijn taak. Samen met Wells begon Eisner een intense campagne om voldoende invloedrijke bestuursleden voor zich te winnen. Ongetwijfeld behoort deze episode tot de boeiendste van het boek.Eisner slaagde in zijn opzet omdat hij de gebroeders Bass (erfgenamen van een legendarische Texaanse familie en in 1984 betrokken bij de wedloop om de meerderheid van de Disney-aandelen te behalen tegenover een raider - waarin ze slaagden) en Roy Disney (neef van oprichter Walt Disney en een van de grootste aandeelhouders) wist te overtuigen. Eisner heeft hun vertrouwen niet beschaamd. Toen hij er in 1984 de touwtjes in handen kreeg, bedroeg de omzet 1,65 miljard dollar en de nettowinst 98 miljoen dollar. In 1998 realiseerde het inmiddels herboren concern een omzet van 22 miljard dollar en een nettowinst van 2 miljard dollar. Het personeelsbestand groeide van 29.000 tot meer dan 100.000. De aandelenkoers verdertigvoudigde. PROBLEMEN IN PARIJS.Eisner kende niet alleen succes. De jongste maanden heeft hij het niet bepaald onder de markt, onder meer een gevolg van de moeizame verwerking van de inlijving van tv-netwerk ABC (nota bene de onderneming waar Eisner erg bescheiden begon en zijn eerste doorbraak beleefde met een themaprogramma over... pretparken) en een proces met Jeffrey Katzenberg. Zowat twintig jaar lang werkten ze samen. Ze revitaliseerden de tekenfilmcreaties (onder meer met het geestige, naar Hamlet knipogende, sublieme The Lion King) en maakten de gewone films van Disney volwassen. Ze boorden de videomarkt aan en stuwden de merchandising naar ongekende hoogten. Toen Frank Wells in 1994 omkwam in een helikoptercrash, eiste Katzenberg zijn plaats op. Eisner weigerde en Katzenberg richtte samen met cineast-producent Steven Spielberg en muziekuitgever David Geffen de concurrerende studio Dreamworks op. Via het gerecht eist hij nu twee procent op zijn creaties en afgeleide merchandising. Het ziet ernaar uit dat hij op zijn minst de geclaimde 250 miljoen dollar zal krijgen. Hoogst interessant is zeker het hoofdstuk over Disneys pretpark bij Parijs. Onomwonden ontvouwt Eisner waarom het aanvankelijk lelijk misging. Bovendien gunt hij ons alweer een blik op de onderhandelingen (met thrillerallures) met het bankenconsortium over de redding van het park. Hij geeft toe dat hij bereid was het park failliet te laten gaan of te sluiten als de onderhandelingen over de schuldherschikking mislukten. Eisner toont zich graag als taaie manager, ook al bleef zijn opleiding daartoe beperkt tot een cursus boekhouden, terwijl hij Engels studeerde aan de universiteit van New York.Michael Eisner & Tony Schwartz, Werk in uitvoering. Meulenhoff, 480 blz., 900 fr. ISBN 9029059532.LUC DE DECKER