A ls je een manager tegenkomt die maat-schappelijke verantwoordelijkheid wil dragen, moet je hem ontslaan. Onmid- dellijk." Dat korzelige citaat stamt van de onlangs overleden management-oppergoeroe Peter Drucker. Voor bedrijven betekent maatschappelijke verantwoordelijkheid immers een gevaarlijke afwijking van de principes van de bedrijfsvoering. Bedrijven hebben slechts één missie: het vergroten van de aandeelhouderswaarde. Punt. De wet schrijft het maken van winst zelfs voor. Sois lucratif et tais-toi.
...

A ls je een manager tegenkomt die maat-schappelijke verantwoordelijkheid wil dragen, moet je hem ontslaan. Onmid- dellijk." Dat korzelige citaat stamt van de onlangs overleden management-oppergoeroe Peter Drucker. Voor bedrijven betekent maatschappelijke verantwoordelijkheid immers een gevaarlijke afwijking van de principes van de bedrijfsvoering. Bedrijven hebben slechts één missie: het vergroten van de aandeelhouderswaarde. Punt. De wet schrijft het maken van winst zelfs voor. Sois lucratif et tais-toi. Met dergelijke uitspraken voert Joel Bakan ons naar de kern van zijn boek The Corporation. De professor Rechten aan de universiteit van British Columbia schrijft een kroniek van de onderneming met de focus op de beursgenoteerde multinational. Hij voert ons van de zestiende eeuw in een rechte lijn van koloniale handelsmaatschappijen, via pionierende spoorwegenbouwers en de eerste grote autofabrieken naar hedendaagse concerns als BP en Pfizer. Voor hij zijn kernbetoog bereikt, graaft Bakan geduldig twee stevige fundamenten in zijn kroniek. Op de eerste grondslag rijgt hij een collier van fraude en bedrijfsschandalen. Al rond 1690 schuimden aandelenhandelaars Londense koffieshops af, waar ze lichtgelovige investeerders aandelen verkochten in nepondernemingen. "Dergelijke bedrijven floreerden korte tijd, door speculatie gevoed, om vervolgens snel ten onder te gaan." De fraudeurs maakten het zo bont, dat het Engelse parlement in 1720 bijna elke onderneming buiten de wet plaatste: de Bubble Act. Op de tweede grondslag heit Bakan de vele pogingen van de grote ondernemingen om zich een aura van ethisch handelen aan te meten - kapitalisme met een geweten. Autopionier Ford zorgde indertijd al beter dan gemiddeld voor zijn personeel, BP wil de ecologisten behagen, Pfizer deelt medicijnen uit in de derde wereld. En dan komen we helemaal tot de kern van het betoog. Is die morele of maatschappelijke bezorgdheid slechts schone schijn? Geen enkel probleem, als schijnheiligheid de winst doet toenemen, dient de onderneming haar doel. Of is er echt sprake van morele deugdzaamheid? Dan is het immoreel, want het enige morele gebod van de onderneming is winst maken. Die bevestiging vond Bakan bij econoom Milton Friedman, de paus van het neoliberale gedachtegoed. De grote onderneming kan dus charmant zijn, maar achter die innemende vriendelijkheid schuilt een sinister karakter. Dat is het essentiële kenmerk van een psychopathische persoonlijkheid, concludeert Bakan. Multinationals zijn psychopaten, maar ze kunnen niet anders. Of toch? In een laatste hoofdstuk gaat hij na wat er kan gedaan worden om de schade te beperken - al is dat niet bepaald het sterkste (en evenmin boeiendste) deel van het boek. Luc De Decker Joel Bakan, The Corporation - Het pathologische streven naar macht en winst. Business Contact, 224 blz., 22,50 euro. Luc De Decker