De bedenkingen en de opinies van de voormalige VRT-radiomaker Jean-Pierre Rondas verschenen al op verschillende fora. Nu zijn ze gebundeld in een boek. De onderwerpen zijn heel divers. Rondas heeft heel wat te vertellen over de maatschappij en de samenleving, te beginnen met de invulling van het begrip zelf. "De terminologie heeft zich ontwikkeld van beschrijvend (samenleven) naar bezwerend (samen-leven)", schrijft hij. "Samen-leven bevat ...

De bedenkingen en de opinies van de voormalige VRT-radiomaker Jean-Pierre Rondas verschenen al op verschillende fora. Nu zijn ze gebundeld in een boek. De onderwerpen zijn heel divers. Rondas heeft heel wat te vertellen over de maatschappij en de samenleving, te beginnen met de invulling van het begrip zelf. "De terminologie heeft zich ontwikkeld van beschrijvend (samenleven) naar bezwerend (samen-leven)", schrijft hij. "Samen-leven bevat een ethisch appel aan de gemeenschappen, niet aan de individuen en pleit dus geenszins voor integratie." Hij schrijft over de islam, over onverdraagzaamheid en over de "bange blanke man". Over die bange blanke man, waarmee hij verwijst naar het liedje van Willem Vermandere, zegt hij: "Inzake migratie heeft hij nooit iets te zeggen gehad. Hij werd dus alsmaar banger." En over de islam: "De islam is eerder rechts, maar wordt door rechts verfoeid. Diezelfde islam wordt door links vertroeteld, dat zelf door de islam wordt verfoeid." Moeiteloos duikt hij in het verleden. Vooral de Tweede Wereldoorlog kan op veel aandacht rekenen. Een klassieker als Jonathan Littells roman De welwillenden is een aanknopingspunt, net zoals Herman Van Goethems onderzoek naar het kwalijke oorlogsjaar 1942. Het klinkt logisch dat een cultuurmens belangstelling heeft voor de relatie tussen de Vlaamse beweging en de kunstensector. Er was een tijd, poneert hij, dat kiezen voor Nederlandstalige literatuur een flamingantische keuze was. "Het blijkt zelfs dat de neutrale Elsschot een taal- en cultuurflamingant was", stelt hij. "In die tijd was ongeveer de hele Vlaamse literatuur een soort emanatie van de Vlaamse beweging." Maar ergens liep het mis tussen beide. Rondas plaatst de breuk bij de figuur van Hugo Claus. Vanwaar toch die aversie tegen alles wat naar Vlaams neigt, vraag hij zich af. "Het is voornamelijk de kunstwereld die zich van de Vlaamse beweging heeft afgewend", schrijft hij. "Het leidt tot de mateloze verwerping van de Vlaamse politieke ruimte." Voor Rondas is Vlaanderen gebaseerd op een "talige identiteit, die met verdelende en grenzen-opentrekkende taalwetten verdedigd moet worden". Dat staat haaks op "een gepolitiseerde, kosmopolitisch denkende kunstwereld".