Van West-Vlamingen is geweten dat ze er niet voor terugschrikken om verre verplaatsingen te maken. Maar tegelijk blijven ze het liefst verankerd in hun provincie.
...

Van West-Vlamingen is geweten dat ze er niet voor terugschrikken om verre verplaatsingen te maken. Maar tegelijk blijven ze het liefst verankerd in hun provincie.Het gegeven gaat ook op voor de Kortrijkse wasserijgroep Malysse. Hoewel Malysse op-en-top Kortrijks blijft, richtte het bedrijf de voorbije jaren tegen een hels tempo zowat overal in België en Noord-Frankrijk lokale vestigingen op. Midden vorige maand nog legde de Waalse minister-president Robert Collignon (PS) de eerste steen van een nieuwe wasserij annex logistiek centrum in het Waalse Villers-le-Bouillet. Goed voor een investering van 300 miljoen frank. De nieuwe vestiging werd niet gekozen als prospectiecentrum voor Wallonië, maar wel als een consolidatie-instrument voor een markt die de onderneming al flink in handen heeft: zaakvoerders Paul en Marc Malysse hebben een contract met het universitair ziekenhuis van Luik voor het verhuren en wassen van linnen. VAN VLASSER TOT WASSER.Het vlas en de Leie maakten lange tijd de rijkdom uit van heel wat families in Zuidoost-Vlaanderen. Onder hen ook de familie Malysse. Toch voelde vader Malysse aan het begin van de jaren vijftig het tij keren. Uitgaande van de idee dat er altijd wel nood zou zijn aan het wassen van weefsels van welke oorsprong dan ook, begon hij met de wasserij Malysse, die aanvankelijk alleen wasgoed van particulieren behandelde.In 1968 - de huishoudwasmachine zat in de lift - werd de markt van de ziekenhuizen aangeboord. Een paar jaar later - de zoons waren toen al in het bedrijf actief - begon Malysse ook met de verhuur van linnen en in 1972 werd de dochtermaatschappij Sterima opgericht. Die levert steriele producten voor ziekenhuizen af: niet alleen linnen, maar ook volledige steriele packs voor chirurgische ingrepen. In 1975 werd Centrawas opgericht, een onderneming die speciaal geënt is op de behoeften van rusthuizen, en in 1980 werd de groep aangevuld met de transportmaatschappij Vlietra. In 1990 verhuisde Sterima naar een nieuwe fabriek in Bissegem, nog steeds in de buurt van Kortrijk. De volgende investering, in datzelfde jaar, werd een wasserij in Geraardsbergen, op een kwartiertje rijden van Kortrijk. En ook toen de familiegroep de academische ziekenhuizen van Leuven ervan kon overtuigen hun eigen wasserijen op te geven en hun linnen aan het Kortrijkse bedrijf toe te vertrouwen, bleef ze honkvast. Pas drie jaar later gooide ze de trossen los en kocht de wasserij LT Medical in Aarschot. Blijkbaar gaf het de broers meteen zin om nog weidsere horizonten te verkennen. Even later bouwden ze immers een sterilisatie-eenheid in het Franse Douvrin, Pas-de-Calais, op een paar kilometer van het département du Nord, maar nog altijd op korte afstand van het hoofdhuis. Dat gebeurde nadat ze het vertrouwen kregen van het CHU van Rijsel, het grootste ziekenhuis ten noorden van Parijs. NAAR WALLONIË.De Leiegroep bouwt nu een fabriek aan de oevers van de Maas, in Villers-le-Bouillet. Er zal een 100-tal jobs geschapen worden, wat overeenkomt met 60 voltijdsequivalenten. Daar zal het linnen gereinigd worden. Maar meer nog wordt Bouillet vooral een tweede logistiek platform voor de groep, gericht op het hele Waalse Gewest.Tot nog toe gaf Malysse vooral de voorkeur aan investeringen (300 à 350 miljoen in de voorbije drie jaar). En die techniek schijnt vruchten af te werpen. De omzet is gestegen van 900 miljoen frank in 1990 naar 1,8 miljard in 1998 en de onderneming heeft intussen 685 mensen in dienst. Enig minpunt is dat de thesaurietoestand van het bedrijf een beetje gespannen staat, maar hoe kan het ook anders met zo'n investeringsritme? De specialisten schatten dat de overnamewaarde van het bedrijf 1,8 miljard frank bedraagt, één keer de jaaromzet dus. "Maar Malysse staat niet te koop," zo verzekeren Paul en Marc Malysse, die trouwens nog lang niet aan hun pensioen toe zijn.B.B.