Heel wat grote farmabedrijven hebben hun tanden stuk gebeten op alzheimer. De laatste in de rij is Eli Lilly. De Amerikaanse farmareus kondigde vorige week aan dat hij de testen met het product Solanezumab stopzet, waarop het aandeel meer dan 10 procent onderuitging. Het bedrijf zou bijna 1 miljard dollar hebben uitgegeven aan de ontwikkeling van Solanezumab. Het kost nog eens 150 miljoen dollar om het programma af te sluiten.
...

Heel wat grote farmabedrijven hebben hun tanden stuk gebeten op alzheimer. De laatste in de rij is Eli Lilly. De Amerikaanse farmareus kondigde vorige week aan dat hij de testen met het product Solanezumab stopzet, waarop het aandeel meer dan 10 procent onderuitging. Het bedrijf zou bijna 1 miljard dollar hebben uitgegeven aan de ontwikkeling van Solanezumab. Het kost nog eens 150 miljoen dollar om het programma af te sluiten. Voorlopig is er nog geen behandeling die de voortgang van alzheimer kan afremmen of tegenhouden. Er zijn enkel geneesmiddelen op de markt die de symptomen enigszins kunnen verlichten. De kosten van de mislukkingen lopen hoog op, maar de grote farmabedrijven willen dat risico lopen, omdat de potentiële verkopen doen dromen. Naar schatting 47 miljoen mensen lijden aan de ziekte van Alzheimer of een gerelateerde vorm van dementie. Tegen 2050 zal dat aantal stijgen tot 131,5 miljoen, volgens Alzheimer's Disease International. De totale kostprijs van dementie voor de maatschappij wordt geschat op ongeveer 775 miljard euro. Voor Rudi Van den Eynde, de beheerder van het biotechfonds Candriam Equities L Biotechnology, is alzheimer ondanks de mislukking van Eli Lilly een van de meest beloftevolle domeinen in de biotechnologie, naast onderzoeken naar behandelingen van kanker en weesziekten. Farmabedrijven bestuderen meer dan zeventig potentiële behandelingen voor alzheimer. Merck, Roche, Axovant en Biogen staan het verst in hun onderzoek. Biogen is de grootste positie in zijn fonds, met een gewicht van meer dan 8 procent in de portefeuille. Het Amerikaanse bedrijf werkt net zoals de meeste concurrenten aan een middel dat de vorming van amyloïde plaques tussen de zenuwcellen in de hersenen tegenhoudt. Bij patiënten met alzheimer worden bepaalde proteïnen abnormaal afgebroken. De neerslag van die afbraakproducten, amyloïde plaques, wordt beschouwd als de belangrijkste oorzaak van dementie. Nu Eli Lilly de handdoek in de ring heeft gegooid, rijzen hier en daar twijfels over bedrijven die de heilige graal voor alzheimer in dezelfde hoek zoeken. Maar Van den Eynde behoudt het vertrouwen. Gilead, de Amerikaanse partner van het Mechelse biotechnologiebedrijf Galapagos voor de ontwikkeling van de ontstekingsremmer Filgotinib, is met een gewicht van iets minder dan 7 procent de tweede positie in het fonds van Candriam. Galapagos liet vorige week nog weten dat Gilead start met een fase III-onderzoek voor Filgotinib op een groot aantal patiënten met de ziekte van Crohn. Daarmee is een nieuwe mijlpaal bereikt en krijgt Galapagos 50 miljoen dollar van Gilead op de rekening gestort. Van den Eynde: "Van de Belgische biotechbedrijven staat Galapagos het verst. Het heeft met Filgotinib een ontstekingsremmer in huis die tot nu goede testresultaten heeft gehaald en waarvan de bijwerkingen meevallen. Maar er is nog niet genoeg bewijs dat het middel zich voldoende onderscheidt van wat op de markt is." Het aandeel noteert nog altijd enkele procenten onder het niveau van eind vorig jaar. Van den Eynde denkt dat het vrij correct gewaardeerd is, met een marktkapitalisatie van 2,5 miljard euro. Hij wijst er ook op dat Galapagos op een berg cash van 1 miljard euro zit. In de pijplijn zit ook een potentieel geneesmiddel tegen mucoviscidose of taaislijmziekte. "Maar die behandeling is nog maar op een beperkt aantal patiënten getest met specifieke mutaties", zegt Van den Eynde. Zolang er niet meer patiëntendata voorhanden zijn, blijft het voor beleggers een gokje. "De ultieme oplossing voor patiënten met taaislijmziekte is een cocktail van twee of drie medicijnen. We weten niet of het middel van Galapagos het beter zal doen dan dat van Vertex, het nummer één in taaislijmaandoeningen." Volgens sommige grote beleggers komen Belgische biotechbedrijven te snel naar de beurs, terwijl ze nog mijlenver weg staan van een product dat naar de markt kan worden gebracht. Van den Eynde wil het niet zo cru stellen, maar hij wijst erop dat in de Verenigde Staten meer durfkapitaal voorhanden is en dat bedrijven daar niet naar de beurs hoeven om kapitaal op te halen. Over het algemeen vindt hij in de Verenigde Staten veel meer biotechnologiebedrijven die het investeren waard zijn. Ongeveer 92 procent van zijn fonds bestaat uit Amerikaanse ondernemingen. De Belgische biotechbedrijven hebben in het algemeen een slecht jaar achter de rug. Alleen Argen-X is een vijfde meer waard dan eind vorig jaar. Alle andere kregen klappen. De grootste verliezers zijn Genticel, Celyad en Bone Therapeutics, die 60 tot 80 procent van hun beurswaarde kwijtraakten. Ook Ablynx, de grote publiekslieveling van de voorgaande jaren, noteert meer dan 40 procent onder zijn niveau van eind vorig jaar. Marieke Vermeersch, de directeur investor relations van Ablynx, legt uit dat er eind 2015 een koersopstoot was, zonder nieuws, en begin dit jaar een terugval, ook zonder nieuws. "De goede resultaten in verschillende klinische studies die we in de loop van dit jaar konden bekendmaken, worden overschaduwd door het slechte nieuws van anderhalve maand geleden." AbbVie zette toen de samenwerking voor het reumageneesmiddel Vobarilizumab stop. Het kan best zijn dat Ablynx nog een nieuwe partner vindt. Galapagos, dat vorig jaar in september door datzelfde AbbVie in de steek gelaten werd, kon na enkele maanden zelfs een lucratiever partnerschap met Gilead aankondigen. Toch verlaagde KBC Securities-analist Michaël Vlemmix de waarde van het geneesmiddel van 3 naar 0,5 dollar per aandeel uit zijn som-van-de-delenwaarderingsmodel. Ablynx werkt ook op een middel, Caplacizumab, dat de vorming van bloedklonters moet voorkomen. Dat middel is volgens Van den Eynde nu de belangrijkste "driver". "Er is al een fase III-onderzoek bezig, maar het marktpotentieel is moeilijk in te schatten", vindt hij. Vermeersch wijst erop dat er nog meer in de pijplijn zit. "We starten nog voor eind dit jaar met testen op baby's van een doelgerichte behandeling voor RSV, een gevaarlijke luchtwegeninfectie." Het beursklimaat zit ook gewoon tegen voor biotech, vindt Van den Eynde. "In een minder goed beursjaar, zoals 2016, worden beleggers kritischer. Ze willen niet meer investeren in de hoop dat een geneesmiddel van een biotechnologiebedrijf een topper wordt. Ze willen eerst harde bewijzen zien." Voor de Belgische biotechs kwam daar nog de speculatietaks bovenop, die de kleine Belgische belegger er mogelijk van weerhield te investeren in risicovolle aandelen zoals biotech. Ilse De Witte"In een minder goed beursjaar, zoals 2016, worden beleggers kritischer. Ze willen eerst harde bewijzen zien"