In België mogen sinds meer dan 25 jaar alleen erkende uitzendbedrijven werknemers ter beschikking stellen. Een op het eerste gezicht corporatistische regeling. Maar die heeft er wel jarenlang voor gezorgd dat er op de Belgische markt geen malafide bedrijven actief konden zijn zoals dat tegenwoordig in Nederland het geval is.
...

In België mogen sinds meer dan 25 jaar alleen erkende uitzendbedrijven werknemers ter beschikking stellen. Een op het eerste gezicht corporatistische regeling. Maar die heeft er wel jarenlang voor gezorgd dat er op de Belgische markt geen malafide bedrijven actief konden zijn zoals dat tegenwoordig in Nederland het geval is. Een aantal jaren geleden besloten onze noorderburen om de erkenningsregeling af te schaffen. Gevolg: duizenden bedrijven in het grijze en zwarte circuit die het niet zo nauw nemen met de sociale reglementering overspoelden de Nederlandse markt. Sindsdien heeft de uitzendmarkt bij onze noorderburen een negatief imago. Er wordt zelfs een vergelijking gemaakt met koppelbazerij. In Nederland zou maar liefst één op zes uitzendbedrijven niet op een koosjere manier te werk gaan. De Belgische uitzendbedrijven vrezen dat ook hier binnenkort gelijkaardige praktijken zullen opduiken. Daarvoor is de zogenaamde richtlijn- Bolkestein verantwoordelijk. Die ontwerprichtlijn - die het vrije verkeer van diensten binnen de Europese Unie garandeert - heeft er geen probleem mee dat er in landen als België een erkenningsregeling voor uitzendbedrijven bestaat, maar de richtlijn voorziet wel dat ondernemingen die vanuit het buitenland uitzendactiviteiten in België willen ontwikkelen er niet aan onderworpen zullen zijn. Zo zullen zij - in tegenstelling tot de Belgische bedrijven - bijvoorbeeld niet verplicht worden om een financiële waarborg te storten in het sociaal fonds van de sector. Volgens de nieuwe richtlijn zou immers het zogenaamde oorspronglandbeginsel gelden. Uitzendbureaus met een zetel in een ander Europees land moeten alleen voldoen aan de bepalingen van het land van oorsprong. In tal van nieuwe EU-lidstaten bestaan er echter amper regels voor de uitzendsector. Een in Polen gevestigde uitzendonderneming zal probleemloos werknemers naar België kunnen detacheren zonder dat de inspectiediensten echt kunnen nagaan of bijvoorbeeld de loonvoorwaarden worden nageleefd. Sommige waarnemers zien uitzendbureaus met een Belgische zetel dan ook uitvlaggen om aan de strenge regels te ontsnappen. Federgon, de federatie van uitzendbedrijven, verwacht dat de Belgische uitzendsector daardoor op termijn ontwricht raakt. Bovendien vrezen verscheidene Belgische uitzendbedrijven dat de overheid minder geneigd zal zijn om een aantal opdrachten verder uit te besteden, aangezien de markt minder transparant dreigt te worden. Volgens Jan Denys, directeur strategisch arbeidsmarktbeleid bij Randstad, zal de richtlijn door de Vlaamse regering als alibi worden gebruikt om de privé-sector niet te betrekken bij de begeleiding van bijvoorbeeld langdurig werklozen: "Het mag dan nog maar om een ontwerprichtlijn gaan, ze komt in elk geval te vroeg. Op zich is de richtlijn een goede zaak omdat ze het vrije verkeer van diensten bevordert, maar de markt is er nog niet klaar voor. Met als gevolg dat de overheid op de rem gaat staan en een centraliserende reflex gaat vertonen." A.M.Onder het mom van de liberalisering dreigt de uitzendmarkt grondig verstoord te raken.