In een brief aan zakenman George Forrest, ondertekend op 21 april 2000, drong Kamervoorzitter Herman De Croo (VLD), namens zijn advocatenkantoor , aan op een snelle beslissing over het toekennen van exploitatierechten aan de Congolese mijnmaatschappij SMKK ( Société Minière de Kabolela et Kipese). Dat blijkt uit documenten die Trends in bezit heeft. Forrest, die onlangs in de senaat verscheen voor de parlementaire onderzoekscommissie over de plundering van bodemrijkdommen in Congo, was op dat moment voorzitter van het staatsmijnbedrijf Gécamines.
...

In een brief aan zakenman George Forrest, ondertekend op 21 april 2000, drong Kamervoorzitter Herman De Croo (VLD), namens zijn advocatenkantoor , aan op een snelle beslissing over het toekennen van exploitatierechten aan de Congolese mijnmaatschappij SMKK ( Société Minière de Kabolela et Kipese). Dat blijkt uit documenten die Trends in bezit heeft. Forrest, die onlangs in de senaat verscheen voor de parlementaire onderzoekscommissie over de plundering van bodemrijkdommen in Congo, was op dat moment voorzitter van het staatsmijnbedrijf Gécamines. In opdracht van zijn Canadese cliënt Melkior Resources Inc. vroeg De Croo aan George Forrest dat de raad van bestuur van Gécamines aan SMKK groen licht zou geven om kobalt te ontginnen in Kabolela en platina en goud in Kipese. SMKK is een joint venture tussen Melkior Resources, Congolese privé-investeerders en Gécamines, dat zelf een minderheidsbelang van 40% in de constructie bezit. In Congolese kringen wordt de Belgische materialengroep Umicore genoemd als een potentiële koper van het kobalt van SMKK (maar vandaag kwakkelt het project omdat de aandeelhouders in geldnood verkeren). Op 25 april 2000 antwoordde George Forrest in een brief aan Herman De Croo dat hij dit project als een punt op de agenda van de volgende bestuursraad van Gécamines had geplaatst " pour obtenir l'accord final". "Ik zie geen enkel probleem"Trends confronteerde Herman De Croo - die ook bestuurder is van het beursgenoteerde Texaf, de Belgische holding boven het textielbedrijf Utexafrica in Kinshasa (zie omslagverhaal, blz. 58) - met deze informatie en vroeg hem of het verstandig was dat een voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers vanuit zijn praktijk als zakenadvocaat dit soort dossiers behandelt. "Mijn advocatenkantoor heeft die zaak voor het eerst behandeld op verzoek van een jarenlange klant, Socomaf uit Brussel dat betrokken was bij mijnprojecten in Zambia. Via SMKK waren Socomaf en Melkior Resources midden de jaren negentig bij de eerste joint ventures die het staatsmijnbedrijf Gécamines aanging met privé-investeerders," zegt De Croo. "Er kwam daar echter geen beweging in en we hebben op verzoek van onze klant, SMKK, nog eens aangedrongen op een beslissing bij Gécamines. Ik was dus niet betrokken bij de onderhandelingen over het mijnproject, alleen bij de juridische afhandeling van dat contract en zie dus geen enkel probleem." In het licht van die (vroegere) zakelijke contacten kunnen er nochtans vermoedens rijzen dat de VLD-politicus niet politiek neutraal staat tegenover de werkzaamheden van de parlementaire onderzoekscommissie van de senaat en mogelijk zijn politieke invloed laat gelden. Bovendien moet De Croo als 'Congo-kenner' zich bewust zijn van de gevoeligheden in deze materie, zowel in Congo als in België. Vooral omdat de omstandigheden, meer bepaald het gebrek aan transparantie waarmee Congolese mijnconcessies worden toegekend, heel wat controverse veroorzaken in dat land. De vraag is dus of deze tussenkomst vanuit deontologisch oogpunt een goede zaak was? De Croo: "Er zijn landen, zoals Nederland, waar je zakelijke belangen moet achterlaten wanneer je volksvertegenwoordiger wordt. Bij ons is dat niet het geval en dat vind ik ook goed. Al moet je er wel voor zorgen dat een en ander deontologisch netjes gescheiden blijft."Het spook van het affairismeNochtans duikt het spook van het affairisme weer op. Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel ( MR) was in de periode waarin de brieven werden verstuurd (maart-april 2000) bijzonder actief met zijn vredesoffensief in Centraal-Afrika. Bovendien kende de NationaleDelcrederedienst, na een eerste aarzeling, toch een staatswaarborg toe voor de kobaltslagsmelter STL van Forrest en zijn Amerikaanse partner OMG. Kortom, de hernieuwde Belgische belangstelling voor Congo zat op kruissnelheid. Was het toeval dat De Croo voor de toekenning van de SMKK-contracten zijn gewicht in de schaal legde, één maand nadat George Forrest aan het hoofd kwam van Gécamines? De Croo: "Die brief moet je situeren in een aanslepend onderhandelingsproces. Gécamines bleef in gebreke en ik heb op verzoek van mijn cliënt de zaak nog eens aangekaart. Dat is geen lobbying."Op de vraag of zijn advocatenkantoor vandaag nog steeds dergelijke dossiers behandelt, antwoordt De Croo dat hij in Congo alleen lopende zaken uit het verleden afhandelt, zoals Melkior Resources. "Nieuwe zaken zal ik niet meer aanvaarden. De voorbije twee jaar hebben we in Congo niets meer gedaan, omdat het klimaat ongunstig is voor investeerders," aldus de Kamervoorzitter.Leden van de Belgisch-Afrikaanse kamer van koophandel pleiten voor een ethische gedragscode. Zouden Belgische politici met een advocatenpraktijk die zakenbelangen behartigt in Afrika niet meer transparantie aan de dag moeten leggen? De briefwisseling tussen De Croo en Gécamines kan immers de indruk versterken dat de parlementaire onderzoekscommissie Grote Meren vooral niet te diep mag graven. Volgens waarnemers lijkt dat zelfs de hoofdopdracht van commissievoorzitter André Geens (VLD) te zijn. De Croo: "André Geens doet zijn werk goed en wij hebben over die onderzoekscommissie nooit één woord gewisseld. Waarom zou ik scrupules moeten hebben? Ik ben in Congo altijd zeer voorzichtig geweest. Men vraagt mijn advies omdat ik het land goed ken en terzelfder tijd moet ik er natuurlijk op letten dat ik niet gebruikt word. Maar als ik me onthoud van elke politieke invloed en als advocaat mijn deontologische gedragscode naleef, is er in principe geen enkel probleem."Erik Bruyland [{ssquf}]De briefwisseling tussen De Croo en Gécamines kan de indruk versterken dat de parlementaire onderzoekscommissie Grote Meren vooral niet te diep mag graven.