C hris Moris, algemeen directeur van de voedingsfederatie Fevia, had wellicht niet verwacht dat het sectorale akkoord dat hij met de vakbonden had afgesloten zo veel opschudding zou veroorzaken. De sociale partners in de voedingsbranche kwamen overeen om de drempel voor een vakbondsdelegatie in een bedrijf te verlagen van vijftig tot 25 werknemers. Meteen krijgen de vakbonden voet aan de grond in tal van KMO's. De kritiek bij de kleinere leden van Fevia liet niet op zich wachten en ook de Unie van Zelfstandige Ondernemers ( ...

C hris Moris, algemeen directeur van de voedingsfederatie Fevia, had wellicht niet verwacht dat het sectorale akkoord dat hij met de vakbonden had afgesloten zo veel opschudding zou veroorzaken. De sociale partners in de voedingsbranche kwamen overeen om de drempel voor een vakbondsdelegatie in een bedrijf te verlagen van vijftig tot 25 werknemers. Meteen krijgen de vakbonden voet aan de grond in tal van KMO's. De kritiek bij de kleinere leden van Fevia liet niet op zich wachten en ook de Unie van Zelfstandige Ondernemers ( Unizo) schreeuwde moord en brand. Moris probeert de heisa te relativeren: de emoties zouden zo hoog oplaaien omdat de eis van de vakbonden om een syndicale vertegenwoordiging in de KMO's is uitgegroeid tot een symbooldossier. Hij vergist zich. Het is meer dan dat. Achter de acties van de christelijke bond ACV (staking in de distributiesector, petities aan de overheid) schuilt een duidelijke strategie (zie blz. 48). Het ledenaantal van de vakbonden mag dan toenemen, ze zijn als de dood dat deze tendens zich omkeert. Ze weten heel goed dat ze hun huidige positie pas kunnen behouden als ze ook in de KMO's aanwezig zijn. Daar neemt de tewerkstelling het sterkst toe. De bonden spelen het spel zeer hard en proberen via de politiek een doorbraak te forceren. Ze geven bovendien de indruk dat ze hiertoe bijna gedwongen werden, onder meer omdat de werkgevers zich tegen elke versoepeling zouden verzetten. De regering had de werkgevers immers de formele toezegging gegeven geen initiatieven te nemen in deze materie. Maar dat is de waarheid geweld aandoen. Het ACV bijvoorbeeld begon al met politieke acties terwijl de sociale partners binnen de Nationale Arbeidsraad nog altijd naar een oplossing zochten. De vakbonden vergeten bovendien dat er in de meeste sectoren al externe regionale overlegorganen bestaan, waar de geschillen tussen werkgevers en werknemers van KMO's kunnen worden besproken. Die zijn vijf jaar geleden opgericht, paritair samengesteld en ze worden voorgezeten door een vertegenwoordiger van de ministeries van Tewerkstelling en Arbeid. De vakbonden beweren dat die overlegorganen slecht functioneren. Ook dat is een halve waarheid. Ze vertellen er niet bij dat ze die overlegorganen nooit echt hebben aanvaard, wat de werking ervan zeker niet ten goede is gekomen. Een tweede reden waarom het meer dan een symbooldossier is, blijkt uit de sectoren die de vakbonden als doelwit hebben genomen. ACV, ABVV en ACLVB voeren nu vooral actie in de zelfstandige kleinhandel. Daar zitten niet minder dan 70.000 bedienden in. Een enorme visvijver. De distributiesector speelt bovendien een cruciale rol in onze economie (10 % van het bruto binnenlands product) en staat zeer dicht bij de consument (50 % van de privé-consumptie-uitgaven). Met hun acties in de supermarkten slaan de vakbonden dus twee vliegen in één klap: ze kunnen nieuwe leden ronselen en krijgen greep op een sleutelsector. Alain Mouton n