Johan Vande Lanotte heeft het als partijvoorzitter, minister en sterke man in zijn thuisstad nooit onder stoelen of banken gestoken: het was hem om de macht te doen. Dat herhaalt hij nogmaals in zijn net verschenen memoires. Hij die de Keizer van Oostende werd genoemd, stelt daarin dat een politicus die geen macht nastreeft, als beleidsmaker te kort komt. "Het is de plicht van elke politicus om macht te vergaren en te gebruiken", schrijft hij. "Maar het is inherent aan d...

Johan Vande Lanotte heeft het als partijvoorzitter, minister en sterke man in zijn thuisstad nooit onder stoelen of banken gestoken: het was hem om de macht te doen. Dat herhaalt hij nogmaals in zijn net verschenen memoires. Hij die de Keizer van Oostende werd genoemd, stelt daarin dat een politicus die geen macht nastreeft, als beleidsmaker te kort komt. "Het is de plicht van elke politicus om macht te vergaren en te gebruiken", schrijft hij. "Maar het is inherent aan de democratie dat tegenover macht ook tegenmacht ontstaat. Je moet nu eenmaal argwanend zijn tegenover macht. Macht kan dus nooit grenzeloos zijn." Dat klopt, maar het boek zal het imago van de politiek niet ten goede komen. Ook al omdat Vande Lanotte rond een aantal heikele dossiers - het lege Zilverfonds en het aanslaan van het Belgacom Pensioenfonds - zijn handen in onschuld wast. Dat was volgens hem geen slecht beleid. Vande Lanotte, die zichzelf licht autoritair maar ook relatief onbelangrijk noemt, geeft in het boek ook voorbeelden van dossiers waarin hij zijn macht wel moest gebruiken om erger te voorkomen. Hij verwijst onder meer naar het dossier van de toenmalige Regie voor Maritiem Transport (RMT), die bootverbindingen organiseerde tussen het Verenigd Koninkrijk en Oostende. Toen de RMT in 1997 failliet werd verklaard, stonden 1.700 mensen op straat. Vande Lanotte gebruikte toen al zijn macht om zo veel mogelijk subsidies (onredelijk veel, schrijft hij zelfs) naar Oostende te halen, om de pijn voor al die mensen te verzachten en een reconversie op te starten, wat ook lukte. Diezelfde invloed wendde hij aan voor het aantrekken van windmolenparken op de Noordzee - hij noemt zichzelf zelfs de vader van de windenergie op de Noordzee - en als verdediger van het duinendecreet. Dat alles was niet gelukt mocht hij zijn macht niet hebben gebruikt, luidt zijn stelling. Vindt hij dat erg? Helemaal niet, schrijft hij met een mix van arrogantie en zelfrelativering: "Politiek is maar een voorbijgaand schouwtoneel, mijn beroep is professor." De Oostendenaar laat weten dat hij dit boek schreef nadat in het verleden (een impliciete verwijzing naar de columns van Koen Meulenaere in Knack) zoveel onzin over hem is geschreven. Johan Vande Lanotte draagt het boek tot slot op aan zijn dit jaar overleden vrouw Marijke. "Met wie ook een deel van mijzelf is afgestorven", schrijft hij.