De patroonheilige van de macholeiders is natuurlijk de Russische president, Vladimir Poetin. Hij heeft de stijl bijna tot een parodie verheven door in zijn blote bast te poseren met een geweer of zich te laten fotograferen in de fitnesszaal. Het is misschien geen toeval dat de Russische leider zijn beste persoonlijke relaties onderhoudt met collega-haantjes als de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi (die hij een kalasjnikov met een houten kolf cadeau deed), de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma en de Hongaarse premier Viktor Orban.
...

De patroonheilige van de macholeiders is natuurlijk de Russische president, Vladimir Poetin. Hij heeft de stijl bijna tot een parodie verheven door in zijn blote bast te poseren met een geweer of zich te laten fotograferen in de fitnesszaal. Het is misschien geen toeval dat de Russische leider zijn beste persoonlijke relaties onderhoudt met collega-haantjes als de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi (die hij een kalasjnikov met een houten kolf cadeau deed), de Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma en de Hongaarse premier Viktor Orban. Sterk leiderschap heeft zijn komische kantjes, maar het heeft onmiskenbaar ook een minder prettige zijde. In Rusland, Turkije, Hongarije en Zuid-Afrika wordt de opkomst van leiders die voor alles de nadruk leggen op kracht geassocieerd met de uitholling van de democratie en een aanval op de burgerlijke maatschappij. De smaak voor macholeiderschap heeft zich eveneens uitgebreid naar Azië, waar de drie grootste machten -- China, Japan en India -- nu geleid worden door charismatische nationalisten, die een punt maken van hun doortastende aanpak en hun bereidheid thuis harde beslissingen te nemen en tegelijk de vreemdelingen in het buitenland te overbluffen. Xi Jinping in China, Shinzo Abe in Japan en Narendra Modi in India vervingen leiders die er een meer ingehouden en collectieve vorm van leiderschap op nahielden. Of die smaak voor macholeiderschap in 2016 ook toeslaat in de grote westerse machten is de vraag. Het Westen wist die trend in de voorbije jaren te weerstaan. De Amerikaanse president, Barack Obama, is een cerebrale oud-professor in de rechten die de voorkeur geeft aan verheven retoriek boven een dreigende, starende blik. De Duitse kanselier, Angela Merkel, hield aan haar voorzichtige en ingehouden houding het koosnaampje Mutti (mama) over. In Groot-Brittannië is David Cameron te flegmatiek en aristocratisch om zich te wagen aan vulgariteiten als met de spierballen rollen voor de camera's. En in Frankrijk kreeg François Hollande de bijnaam Flanby, naar een wiebelige pudding. Er zijn evenwel aanwijzingen dat het Westen in 2016 begint te flirten met zware jongens en meisjes. Donald Trump, die geruime tijd aan kop lag in de race naar de Republikeinse nominatie voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maakte van onbezonnen zelfvertrouwen en bereidheid tot beledigen zijn handelsmerk. Bijna alle Republikeinse kandidaten volgden zijn voorbeeld door aan te voeren dat Obama "zwak" is en door te beloven dat ze opnieuw sterk leiderschap naar het Witte Huis brengen. Heel wat landen in West-Europa hebben gegronde redenen om op hun hoede te zijn voor leiders die het moeten hebben van hun stoere opstelling en hun charisma. Na Adolf Hitler, Benito Mussolini en Francisco Franco wordt het leiderschapsmodel van de charismatische sterke man met wantrouwen bekeken in Duitsland, Italië en Spanje. Maar het recente premierschap van Silvio Berlusconi in Rome en José María Aznar in Madrid doet vermoeden dat er toch nog een restje nostalgie overblijft in de Zuid-Europese politiek. Velen hunkeren in Frankrijk duidelijk nog naar een De Gaulle. Op dit ogenblik lijkt het land beslist een steviger leiderschap te willen dan dat wat François Hollande kan bieden. De kwestie van het Franse leiderschap treedt in 2016 waarschijnlijk weer op de voorgrond, naarmate het land zich opmaakt voor presidentsverkiezingen in 2017. De twee koplopers in de opiniepeilingen, Nicolas Sarkozy aan centrumrechtse zijde en Marine Le Pen in de extreemrechtse hoek, beloven allebei een daadkrachtiger en radicaler soort leiderschap. 2016 wordt waarschijnlijk het jaar waarin Merkels reputatie te langen leste een duik neemt, vooral als men vindt dat ze de vluchtelingen- en migrantencrisis slecht aangepakt heeft. Toch lijkt Merkel op haar rustige manier de meest plausibele rivalen voor het leiderschap van zowel haar partij als haar land uitgeschakeld te hebben. Veel zal afhangen van de sociale en economische achtergronden van de Europese politiek. Nog maar eens een rondje problemen voor de euro, een amechtig economisch herstel en de aanhoudende stroom van vluchtelingen en migranten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika kunnen het crisisgevoel alleen maar aanwakkeren. Tot nu toe profiteerden vooral partijen aan de extreme linker- en de rechterzijde van de verhoogde ongerustheid in Europa. De natuurlijke reactie van de doorsneeleiders op het succes van de populistische partijen is meestal een aanpassing van hun beleid en van een aantal elementen van hun politieke optreden. Europese leiders vertonen doorgaans een gretige belangstelling voor de Amerikaanse politiek. Ze zullen de Amerikaanse presidentsverkiezingen dan ook nauwkeurig volgen om na te gaan welke soort politiek aan de overzijde van de oceaan werkt en welke niet. Het eindresultaat is dan dat 2016 misschien wel het jaar wordt waarin de machostijl weerkeert in de westerse politiek. De auteur is hoofdcolumnist buitenlandse zaken van de Financial TimesGideon RachmanHeel wat landen in West-Europa hebben gegronde redenen om op hun hoede te zijn voor leiders die het moeten hebben van hun stoere opstelling en hun charisma.