Maaltijdcheques die aan de voorwaarden voldoen, worden op sociaal gebied niet als loon aangemerkt. Het gevolg is dat op het voordeel dat eruit voortvloeit geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.
...

Maaltijdcheques die aan de voorwaarden voldoen, worden op sociaal gebied niet als loon aangemerkt. Het gevolg is dat op het voordeel dat eruit voortvloeit geen socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Onder dezelfde voorwaarden zijn zij in hoofde van de werknemers die ze ontvangen, ook vrij van belasting. Zij worden als vrijgestelde sociale voordelen beschouwd. Maar de kwalificatie als vrijgesteld sociaal voordeel heeft voor de werkgever een onaangenaam gevolg: de bijdrage die hij betaalt in de kostprijs van de maaltijdcheques is fiscaal niet als beroepskosten aftrekbaar. De wetgever heeft immers jaren geleden beslist dat de kostprijs van sociale voordelen niet voor aftrek in aanmerking komt. Deze niet-aftrekbaarheid is veel werkgevers een doorn in het oog. Zij beschouwen maaltijdcheques als een verlengstuk van de bezoldiging, en begrijpen niet waarom de kostprijs niet zoals een gewone bezoldiging aftrekbaar kan zijn van de belastbare winst. De meeste werkgevers nemen vrede met het fiscale compromis: geen belasting in hoofde van de werknemers, in ruil voor geen aftrek in hoofde van de werkgever. Maar sommigen hebben zich daar niet bij neergelegd, en hebben gezocht naar invalshoeken die de niet-aftrekbaarheid onderuit kunnen halen. Enkele van die pogingen zijn op niets uitgedraaid. Maar sommige leken wel een doorbraak te kunnen forceren. Hun redenering: maaltijdcheques beantwoorden op geen enkele manier aan de omschrijving van 'sociale voordelen' zoals die in de fiscale wettekst te lezen staat. Integendeel zelfs. Maaltijdcheques beantwoorden op fiscaal gebied perfect aan wat men onder 'belastbare bezoldigingen' verstaat. Dus staat niets hun aftrek als beroepskosten in de weg. Die redenering kreeg bij enkele rechtbanken van eerste aanleg gehoor. En onlangs heeft ook het hof van beroep in Brussel zich uitdrukkelijk bij dit standpunt aangesloten. Maar in de praktijk maakt het weinig of niets uit. Want als maaltijdcheques het karakter hebben van gewone bezoldigingen, dan is voor de aftrek als beroepskosten vereist dat de werkgever ze rapporteert op de fiscale loonfiches. Dat vindt ook het Brusselse hof van beroep. Het probleem is evenwel dat werkgevers de maaltijdcheques uiteraard niet op fiscale loonfiches vermelden. Zij willen hun werknemers niet voor het hoofd stoten, door belastingvrije voordelen als belastbare voordelen te rapporteren. Het gevolg is, dat de werkgever uiteindelijk niets bereikt: de bijdrage die hij betaalt in de kostprijs van de maaltijdcheques is en blijft niet aftrekbaar. Alleen de oorzaak verschilt. De aftrek is niet langer uitgesloten omdat het om sociale voordelen zou gaan, maar wel omdat de voordelen niet op de individuele loonfiches zijn vermeld. De patstelling die zo ontstaan is, lijkt inmiddels voorbij. De sociale partners kwamen een tijdje geleden overeen dat de werkgeversbijdrage in de kostprijs van maaltijdcheques met 1 euro omhoog mag. In het verlengde hiervan besliste de wetgever dat van de in principe niet-aftrekbare werkgeversbijdrage in de kostprijs van maaltijdcheques, voortaan niettemin 1 euro wel als beroepskosten aftrekbaar is. Ongeacht of de werkgever zijn bijdrage wel of niet heeft verhoogd. De manier waarop de wetgever dit in de wettekst heeft geformuleerd, bevestigt dat hij maaltijdcheques (die aan de voorwaarden voldoen) wel degelijk als vrijgestelde sociale voordelen beschouwt. In de wet staat dat de aftrek van 1 euro per maaltijdcheque enkel geldt, wanneer de werkgeversbijdrage het karakter van een sociaal voordeel heeft. De wetgever gaat er dus per definitie van uit, dat maaltijdcheques het karakter van een vrijgesteld sociaal voordeel kunnen hebben. Dat is met name het geval - zo leert de memorie van toelichting - wanneer de maaltijdcheques beantwoorden aan de voorwaarden waaronder zij op sociaal gebied niet als bijdrageplichtig loon worden beschouwd. De rechtspraak die daar anders over geoordeeld heeft, wordt daarmee naar de prullenmand verwezen. Naar verluidt is de regering bovendien van plan van een eerstvolgende gelegenheid gebruik te maken om in de wettekst zelf uitdrukkelijk te preciseren dat maaltijdcheques wel degelijk het karakter van vrijgestelde sociale voordelen hebben, en onder welke voorwaarden dit het geval is. De strijd lijkt hiermee gestreden. Voor de werknemers blijft de niet-belastbaarheid verworven. En de werkgevers zullen er zich moeten bij neerleggen, dat zij de kostprijs, op 1 euro na, niet als beroepskosten kunnen aftrekken. Tenzij er morgen een fiscale Modrikamen opstaat die zich daar niet bij neerleggen wil, en toch nog een gaatje in de wetgeving weet te vinden. (T) DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG. Jan Van Dyck