Begin september overleed David Graeber op 59-jarige leeftijd. Graeber is in onze contreien weinig bekend, tenzij misschien als een van de gangmakers van de Occupy Wall Street-beweging. Hij was echter veel meer dan een overtuigde anarchist. David Graeber was een intellectuele reus van de linkerzijde en wellicht een van de grootste antropologen van zijn tijd. Hij onderbouwde zijn ideeën met veldonderzoek en academische sérieux. Hij was ook geen kaviaaranarchist. Hij leefde sober, trad op als activist en betaalde er de prijs voor. Toen de universiteit van Yale zijn lesopdracht niet vernieuwde, raakte hij niet meer aan de bak in de Amerikaanse academische wereld, en moest hij uitwijken naar Londen.
...

Begin september overleed David Graeber op 59-jarige leeftijd. Graeber is in onze contreien weinig bekend, tenzij misschien als een van de gangmakers van de Occupy Wall Street-beweging. Hij was echter veel meer dan een overtuigde anarchist. David Graeber was een intellectuele reus van de linkerzijde en wellicht een van de grootste antropologen van zijn tijd. Hij onderbouwde zijn ideeën met veldonderzoek en academische sérieux. Hij was ook geen kaviaaranarchist. Hij leefde sober, trad op als activist en betaalde er de prijs voor. Toen de universiteit van Yale zijn lesopdracht niet vernieuwde, raakte hij niet meer aan de bak in de Amerikaanse academische wereld, en moest hij uitwijken naar Londen. Zijn ideeën zijn controversieel en vaak te extreem geformuleerd, maar worden niet als absolute waarheden gepresenteerd. Hij pende ze neer in twee bestsellers. De recentste, uit 2018, was Bullshit Jobs, A Theory. Daarin argumenteert Graeber dat de automatisering niet heeft geleid tot een werkweek van vijftien uur, zoals Keynes voorspelde, maar tot tal van zinloze banen. YouGov peilde naar de werkbeleving van de Britse bevolking en kwam tot de vaststelling dat 38 procent van de ondervraagden vindt dat hun baan geen betekenisvolle bijdrage levert tot de maatschappij. Hoe betekenisvoller het werk, hoe slechter het doorgaans betaald wordt, wierp Graeber ook op. De maatschappij kan niet zonder schoonmakers, metselaars, vrachtwagenchauffeurs, verplegers en lesgevers, maar ze worden niet betaald in verhouding tot hun maatschappelijke toegevoegde waarde. Zijn eerste bestseller, Schulden, de eerste 5000 jaar, brengt een relaas van de geschiedenis van schulden. Het cliché wil dat eerst ruilhandel ontstond, vervolgens geld en dan krediet. Graeber, en nog heel wat andere antropologen, zien dat anders: krediet kwam voor geld, en ruilhandel was zeer uitzonderlijk. De eerste gemeenschappen waren gifteconomieën, gebaseerd op het principe van reciprociteit. Mensen verleenden elkaar een dienst, die een schuld creëerde in de vorm van een wederdienst. Ruilhandel was ongebruikelijk binnen de gemeenschap en voorbehouden aan handel met onbekenden. Geld verscheen pas later op het toneel. Volgens Graeber is het ook onjuist dat geld 'spontaan' op de proppen kwam omdat het zo makkelijk was. Hij argumenteerde dat geld ontstond op initiatief van de heersende klasse, die er een geschikt instrument in zag om een leger op de been te brengen en belastingen te heffen. Door het ontstaan van geld werd krediet geïnstitutionaliseerd en gecommercialiseerd, waardoor het onpersoonlijk werd. Een schuld tussen twee personen uit dezelfde gemeenschap is 'onschuldig', maar een schuld tussen een persoon en een instituut is dat niet. Een geïnstitutionaliseerde schuld leidt tot een situatie van leven en dood, waarin schuldeisers een absolute macht hebben over schuldenaars. Dat kan leiden tot machtsmisbruik en wantoestanden, net als de collectivisering van schulden. Graeber was een vurige criticus van instellingen als het Internationaal Monetair Fonds, die de bevolking het gelag laten betalen van de schulden die despoten hebben gemaakt om zichzelf te verrijken, oorlog te voeren en de bevolking te onderdrukken. Hij plaatst vraagtekens bij het kapitalisme, en voert aan dat het zichzelf alleen in stand wil houden door een permanente opbouw van schulden, die vroeg of laat zal eindigen in een groot drama. Op dat punt kan ik Graeber bijtreden. De collectivisering van de schuld is een vorm van gigantisme. Het maakt schulden tot iets abstracts, tot een getal, een amorfe massa die ons onverschillig laat. Een schuld tussen twee personen uit dezelfde gemeenschap voelt aan als een verplichting, een stijging van de staatsschuld met 1000 miljard euro voelt aan als... niets. Collectivisering leidt tot onthechting en tot het instorten van discipline. Het is hoog tijd om van schulden weer iets persoonlijks te maken.