Als Vlaming in Australië moest ik onlangs een ritueel ontdekken: een bezoek aan de dermatoloog om de impact van de Australische zon op de huid te monitoren. Na een digitale consultatie bij de huisarts hing ik aan de lijn met het kantoor van de specialist. De eerste optie voor een check-up was... over vier maanden. Toevallig verbleef ik in die periode ook in België. Een telefoontje naar het ziekenhuis en ik werd doorverwezen naar een privépraktijk. Twee weken later was ik getest.
...

Als Vlaming in Australië moest ik onlangs een ritueel ontdekken: een bezoek aan de dermatoloog om de impact van de Australische zon op de huid te monitoren. Na een digitale consultatie bij de huisarts hing ik aan de lijn met het kantoor van de specialist. De eerste optie voor een check-up was... over vier maanden. Toevallig verbleef ik in die periode ook in België. Een telefoontje naar het ziekenhuis en ik werd doorverwezen naar een privépraktijk. Twee weken later was ik getest. Ik moet aan dat voorval denken, nu Zorgnet-Icuro, het belangrijkste zorgnetwerk in Vlaanderen, met publieke bijval van minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Frank Vandenbroucke een plan voorstelt om de ziekenhuisfinanciering te hervormen. Hoe komt het dat patiënten in België snel verzorgd worden? Dat komt omdat patiënten hun artsen kunnen kiezen, omdat artsen vergoed worden per prestatie en omdat ziekenhuizen een deel van de erelonen afhouden. Een arts die niet patiëntvriendelijk is en patiënten niet snel wil dienen, verliest patiënten. Een arts die dat wel doet, verdient meer met elke prestatie. En wie een eigen praktijk opzet naast de werkingsuren van het ziekenhuis, bedient nog meer patiënten zonder ereloonafdracht. In België is de patiënt koning en drijft de toewijding van de artsen het zorgaanbod. Die troeven willen Zorgnet-Icuro en Vandenbroucke ondermijnen. In plaats van keuzevrijheid komen gesloten netwerken met een georganiseerde doorverwijzing, een centralisering die Vandenbrouckes voorganger Maggie De Block heeft ingezet. In plaats van beloning voor prestatie ligt de focus op kwaliteit en diensten, met forfaitaire budgetten voor ingrepen. In plaats van onderhandelde afdrachten van ereloonpercentages komt een rechtstreekse afhouding door de overheid en betaling aan het ziekenhuis. De arts is niet langer een drijver maar een meeloper, niet langer een magneet voor patiënten, niet meer een bron van inkomsten, en hij wordt per saldo vooral minder betaald. Ik stel het scherp. Een dosis kwaliteitsbewaking en -vergoeding, een dosis controle op inflatie van prestaties en procedures, een dosis nivellering van de ereloonverschillen tussen specialismen, een dosis rechtstreekse ziekenhuisfinanciering: dat is allemaal nuttig en nodig. Maar het gevaar op een overdosis is groot. Je belandt snel in een formalistische kwaliteitsbureaucratie, terwijl de combinatie van goedopgeleide artsen en hoogwaardige technologie de basis is. Je belandt snel in een ideologische verarming van artsen, terwijl de beste artsen altijd buiten het systeem kunnen verdienen. Of het nu gaat om artsen, technologie, ziekenhuisinfrastructuur, preventie, welzijn of pandemie: het geld is op. De sociale zekerheid zit structureel in het rood, alleen al door de vergrijzingsfactuur in de pensioenen. Elk ernstig debat over de zorg moet de olifant in de kamer benoemen: hoe gaan we meer middelen vrijmaken voor de brede gezondheidsdiensten? En laten Zorgnet-Icuro en Frank Vandenbroucke op dat vlak nu juist de ereloonsupplementen en hospitalisatieverzekeringen viseren. Ereloonsupplementen zijn een elegante private financiering zonder tweesporenzorg. Een betere kamer in hetzelfde ziekenhuis, dat daarmee zijn algemene werking stut. Zeker, het systeem trekt scheef. De werkgevers betalen veel voor de verzekering van hun werknemers, terwijl daar vooral comfort tegenover staat. Schaf dat niet af, trek het door. Een brede tweede pijler, met evenwichten tussen een aanvullende verzekering en solidariteit voor de basisverzekering. Een volwassen verzekeringssector die de kwaliteit en de kosteneffectiviteit zal nastreven, want dat is ook zijn bottomline. Financiële prestatieprikkels, aanvullende verzekeringen en sturende artsen: wie dat negeert, zal de gezondheidszorg vooral verschralen.