De Nederlandse overheid heeft onlangs beslist dat alle huishoudens een slimme meter krijgen. In Vlaanderen heeft de slimme meter de jongste jaren een negatieve bijklank gekregen en dat noopt mij het belang ervan nog eens te benadrukken.
...

De Nederlandse overheid heeft onlangs beslist dat alle huishoudens een slimme meter krijgen. In Vlaanderen heeft de slimme meter de jongste jaren een negatieve bijklank gekregen en dat noopt mij het belang ervan nog eens te benadrukken. Eigenlijk moeten we niet spreken van een slimme meter, maar van een slim huishouden, waar het energieverbruik kunnen aflezen maar een deel van is. In principe kunnen op zo'n slim systeem zowat alle toestellen worden aangesloten zodat de gebruiker ze via allerlei apps op ieder moment en vanaf eender welke plek kan bedienen. Door je toestellen op het juiste ogenblik te gebruiken, kan je veel energie en geld besparen. Dergelijke duurzame huishoudens, gecombineerd met de beschikbaarheid van duurzame energie, zullen een nauwe samenwerking met de lokale energienetwerken onontbeerlijk maken. De netwerkbeheerders hebben geen contact met de eindverbruiker en vragen zich dan ook terecht af hoe ze blind vliegend de omslag naar een duurzame energiehuishouding kunnen maken. Natuurlijk kan de uitbouw van een slim energienetwerk in stappen gebeuren. Niet iedereen hoeft er meteen op aangesloten worden, maar men zou toch al het zogenoemde laag hangende fruit kunnen plukken. De early adopters, die in België als eersten geïnvesteerd hebben in hun eigen lokale productie van duurzame elektriciteit, zouden ook als eersten aangesloten kunnen worden op het toekomstige slimme energienet. Het is onontbeerlijk die gedecentraliseerde productie van duurzame energie te kunnen meten en eventueel te sturen. Want het heeft geen zin alle geproduceerde zonne- of windenergie op het elektriciteitsnetwerk te brengen op een moment dat er geen of onvoldoende vraag is. Vraag en aanbod dienen steeds in evenwicht te zijn. Daarom moet het mogelijk zijn de duurzame elektriciteitsproductie op bepaalde momenten af te koppelen, zonder dat de uitbaters inkomsten verliezen. Dat vergt natuurlijk een aanpassing van het regelgevend (en technisch) kader. Tot er oplossingen zijn om duurzame energie efficiënt op te slaan, moeten de netwerkbedrijven zoals Eandis en Infrax in staat gesteld worden hun netwerk klaar te maken voor deze omslag. Alleen al in Vlaanderen wordt op 220.000 daken zonne-energie opgewekt. Dat komt neer op meer dan 8 procent van alle huishoudens. Waarom zouden we nog twijfelen om die huishoudens als eerste te koppelen aan een slim energienet, waarvan de meting van productie en verbruik maar een klein deel is? In Duitsland zijn er al oplossingen op de markt voor dergelijke slimme huishoudens. Daar kunnen we in België nog veel van leren. Ondertussen werken de netwerkbeheerders stug door, ook al zijn ze behoorlijk in dubio of ze op politieke steun kunnen rekenen. De politiek blaast al enige jaren warm en koud, ook al is iedereen het erover eens dat we naar een slim netwerk moeten. Het zou al een eerste stap in de goede richting zijn als we eens zouden stoppen met spreken van de slimme meter, de kosten die hij met zich brengt en wie die moet betalen. Slimme netwerken en hun toepassingen kunnen ons helpen veel energie te besparen en de energie die we in de toekomst opwekken via zon, wind, biomassa en biogas veel efficiënter te gebruiken. Wij moeten durven te investeren in ons eigen land en niet, zoals sommigen suggereren, in verre landen omdat daar toevallig meer zon of wind is. We kunnen in België grotendeels zelfvoorzienend worden, maar dat zal niet lukken zonder slimme netwerken en hun slimme toepassingen. Het is duidelijk dat we tegen de huidige snelheid -- waarbij we vijf jaar nodig gehad hebben om een beperkt aantal huishoudens intelligent aan te sluiten op het distributienetwerk -- de duurzaamheidsdoelstellingen nooit kunnen halen. De nieuwe regering moet samen met de netwerkbedrijven duidelijke doelen afbakenen. 20 procent van de huishoudens en bedrijven tegen 2020 aansluiten op een slim netwerk met slimme toepassingen moet daarbij gelden als het absolute minimum. Als volgende stap kan dan worden gewerkt naar een aansluiting van 50 procent van de huishoudens en bedrijven tegen 2030. Dat zou de duurzaamheidsdoelstellingen haalbaar maken en onze huishoudens blijvend het comfort bieden van energie die altijd beschikbaar is. De auteur is gedelegeerd bestuurder van NPG energy. ANDRÉ JURRES20 procent van de huishoudens en bedrijven tegen 2020 aansluiten op een slim netwerk is het absolute minimum.