De Griekse tragedie neemt een Zuid-Europese dimensie aan waardoor een nieuwe financiële crisis oncomfortabel dichtbij komt. Deze keer niet de aandelen of de huizen als zeepbellen, maar wel de overheidsschuld van zwalpende landen. Als deze crisis zich echt zwaar doorzet, dan zal dat gebeuren tegen de achtergrond van een bancaire sector die wereldwijd nog altijd lichtelijk ko in de touwen hangt.
...

De Griekse tragedie neemt een Zuid-Europese dimensie aan waardoor een nieuwe financiële crisis oncomfortabel dichtbij komt. Deze keer niet de aandelen of de huizen als zeepbellen, maar wel de overheidsschuld van zwalpende landen. Als deze crisis zich echt zwaar doorzet, dan zal dat gebeuren tegen de achtergrond van een bancaire sector die wereldwijd nog altijd lichtelijk ko in de touwen hangt. De noodzaak om die sector weer goed op de sporen te krijgen, neemt alleen maar toe door de nieuwe crisisdreiging. En dan vooral weer goed op de sporen krijgen in functie van het maatschappelijke belang van de bancaire functie en niet in functie van de desiderata van de aandeelhouders en de toplui van die banken. De opvallendste voorstellen tot fundamentele herstructurering van de financiële en bancaire sector kwamen tot nu toe van de Amerikaanse president Barack Obama. Het was vooral Paul Volcker, de vroegere voorzitter van de Amerikaanse centrale bank (Fed) en steeds meer de economisch-financiële toeverlaat van de president, die de pen vasthield bij deze hervormingen. In wezen willen Obama en Volcker terug naar een strikte scheiding tussen deposito- en investeringsbanken, naar een bankbelasting in functie van onder meer omvang en naar een veel conservatiever investerings- en beleggingsregime voor alle financiële instellingen, principes die op breed verspreide bijval kunnen rekenen. De plannen die de Amerikaanse president ruim een maand geleden lanceerde, verhitten de gemoederen nogal behoorlijk. Hoe meer de passie oplaait, hoe groter de kans dat ze ook de bovenhand krijgt. Over het algemeen leidt die ingesteldheid niet naar efficiënte besluitvorming. Daarom is het zinvol om in dit stadium van het debat over de toestanden in de financiële sector even terug te gaan naar de fundamentele uitgangspunten. De maatschappelijke basisopdracht van het financieel-economische systeem is - naast de organisatie van het moderne betalingsverkeer - de zogenaamde intermediatie. Dat is de omzetting van slapende financiële middelen (gelden op spaar- en depositorekeningen) in productieve investeringen. Maatschappijen die deze intermediatie structureel succesvol kunnen tot stand brengen, groeien en bloeien. Efficiënte intermediatie vereist een concurrentiële en innovatieve financiële sector. Wie dus staat te roepen dat de ontwikkeling van nieuwe financiële technologie stringent aan banden moet worden gelegd, gaat wel wat ongenuanceerd en zelfs maatschappelijk contraproductief tewerk. De hamvraag is of we mammoetbanken nodig hebben om aan succesvolle financiële intermediatie te kunnen doen. Het zijn immers vooral deze immens grote financiële instellingen die de ellende van de voorbije jaren veroorzaakten. Zij zijn too big to fail en gijzelen daardoor via de overheden de rest van de maatschappij. Het zou kunnen dat het financiële systeem een aantal banken van zeer grote omvang vereist om alle schaalvoordelen die zich in die activiteiten voordoen ook te kunnen realiseren. Vanuit de bankwereld zelf weerklinken nogal wat stemmen in die richting. Vanuit een wat meer objectieve hoek bekeken, durf ik die stelling in twijfel te trekken. Met alle moderne technologie lijken de schaalvoordelen verbonden aan omvang echt beperkt. Kleinere banken kunnen hun rol in de financiële intermediatie minstens even efficiënt spelen als grotere. En als er al een competitief nadeel speelt, wegen de maatschappelijke kosten daarvan allicht niet op tegen de maatschappelijke kosten die zich onvermijdelijk voordoen als zeer grote, systemisch belangrijke banken aan het kapseizen gaan. Laten we wel wezen, wie vandaag beweert dat de overheden misschien nog gaan verdienen aan de redding van de banken, kraamt volslagen onzin uit. Zij vergeten steevast de immense kosten van de zware recessie die rechtstreeks voortvloeit uit het bankgeklooi mee te rekenen in hun afwegingen. Het ligt voor de hand dat bij de uittekening van de nieuwe omkadering die zich voor de financiële sector opdringt, de nadruk moet liggen op afremming van de tendens tot overdimensionering van banken. Voor een land als België kan het echt niet meer dat we terug zouden gaan naar grootbanken met de omvang van enkele jaren geleden. Hogere kapitaalverplichtingen opleggen, zal overdimensionering zeker afremmen. Misschien moet een progressiviteit in die kapitaalverplichtingen ingebouwd worden. Hoe groter, hoe meer kapitaal op de balans moet staan. Uiteraard werkt dit alleen maar als de regulatoren er dan ook in slagen om paal en perk te stellen aan het buiten de balans brengen van allerhande activiteiten en investeringen. DE AUTEUR IS ALGEMEEN DIRECTEUR VAN HET ONDERNEMERSPLATFORM VKW.Johan Van OvertveldtWie vandaag beweert dat de overheden misschien nog gaan verdienen aan de redding van de banken, kraamt echt volslagen onzin uit.