Nochtans staat in de regeringsverklaring van tweeënhalf jaar geleden zwart op wit een verlaging van de vennootschapsbelasting geschreven. Alleen mag dat de coalitie geen euro kosten. Daarom kondigt federaal minister van Financiën Didier Reynders ( PRL) een vermindering van het aantal aftrekposten aan. Dat maakt het systeem rechtvaardiger en transparanter: geen voordelen voor bevriende lobbygroepen meer. Tot zover geen vuiltje aan de lucht, ware het niet dat de Vlaamse liberalen met fiscale voordelen beginnen te gooien. Van een contradi...

Nochtans staat in de regeringsverklaring van tweeënhalf jaar geleden zwart op wit een verlaging van de vennootschapsbelasting geschreven. Alleen mag dat de coalitie geen euro kosten. Daarom kondigt federaal minister van Financiën Didier Reynders ( PRL) een vermindering van het aantal aftrekposten aan. Dat maakt het systeem rechtvaardiger en transparanter: geen voordelen voor bevriende lobbygroepen meer. Tot zover geen vuiltje aan de lucht, ware het niet dat de Vlaamse liberalen met fiscale voordelen beginnen te gooien. Van een contradictie gesproken. Sinds het Lambermontakkoord beschikken de regio's immers over enige belastingbevoegdheden - weliswaar miniem, maar toch. De kersverse Vlaamse minister van Economie Jaak Gabriëls (VLD) lanceert een hele resem voorstellen: de tweede fase van de loonlastenverlaging (800 euro per werknemer), een Vlaamse korting op de vennootschapsbelasting, de schrapping van de klassieke expansiesteun, de afschaffing van de lokale/provinciale bedrijfsbelastingen enzovoort. Maar telkens opnieuw krijgt hij lik op stuk. Ofwel zijn de groots aangekondigde plannen institutioneel niet haalbaar, ofwel beschikt de schatkist niet over voldoende middelen om het project te financieren. We zijn het met vice-premier Steve Stevaert ( SP.A) eens dat een goede politicus ideeën moet spuien, maar een minister zou op z'n minst zijn huiswerk moeten maken. Wat losse flodders betreft, schoot Patrick Dewael (VLD) afgelopen maand de hoofdvogel af. Eerst pakt de Vlaamse minister-president uit met een fiscale aftrek van verliezen in risicokapitaal voor startende KMO's. Maar hij vergeet dat die zogenaamde regeling van Tante Agaat naar Nederlands model de deur wagenwijd openzet voor de invoering van een meerwaardebelasting. De liberaal slikt dus snel zijn woorden in en zegt misbegrepen te zijn. Nu pleit hij voor een korting op particuliere beleggingen in small business investment companies (SBIC's). Maar dat voorstel is evenmin degelijk voorbereid. Uit een eerste analyse blijkt deze maatregel weinig zoden aan de dijk te brengen en de bestaande fondsen van venture capital te discrimineren (zie blz. 12). In plaats van te pas en te onpas ballonnetjes op te laten - een goedkope truc om in de krant te komen - zou de regering beter een grondige beleidsnota met kosten-batenanalyse opstellen, waarover een echt maatschappelijk debat kan worden gevoerd. Nu werkt het pingpongspel van de regering om het ondernemersklimaat te verbeteren contraproductief. De bedrijfsleiders zien door de bomen het bos niet meer en stellen in de huidige laagconjunctuur belangrijke beslissingen nog verder uit, wat nefast is voor het mogelijke herstel van onze economie. Hopelijk staan er in het Actieplan Ondernemen, dat de Vlaamse regering eind januari bekendmaakt, beter gefundeerde maatregelen. Anders zijn we nog verder van huis dan nu al het geval is. Eric Pompen