Het verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven voorzag voor de periode 2005-2006 in een loonruimte van 5,3 %. De sociale partners hebben daarvan slechts 4,5 % in overweging genomen als loonnorm. Het akkoord (zie blz. 14) betekent dat België zich langzaam herstelt. De door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) voorziene productiviteitsstijging bedraagt voor België immers 3,45 %. Dat resulteert in een stijging van de loonkosten per eenhe...

Het verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven voorzag voor de periode 2005-2006 in een loonruimte van 5,3 %. De sociale partners hebben daarvan slechts 4,5 % in overweging genomen als loonnorm. Het akkoord (zie blz. 14) betekent dat België zich langzaam herstelt. De door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) voorziene productiviteitsstijging bedraagt voor België immers 3,45 %. Dat resulteert in een stijging van de loonkosten per eenheid product van zo'n 1 %. In de drie buurlanden bedraagt die stijging 1,4 %. België haalt dus 0,4 % in, al is dat geen reden om hoog van de toren te blazen. Op basis van de nieuwste Oeso-cijfers berekende de VKW Denktank dat in 2004 de loonkosten per eenheid product stegen met 0,5 % tegenover een daling met 0,2 % bij onze buurlanden. De VKW Denktank herberekende ook de loonkostenhandicap uit het verleden. Er werd gerekend met drie verschillende basisjaren: 1990 (een economisch topjaar voor België), 1996 (het jaar van de invoering van de wet op het concurrentievermogen) en 2000 (het eerste volledige regeringsjaar van Guy Verhofstadt). De Belgische bedrijven kennen sinds 1990 een handicap (per werknemer) van 9,7 % van de loonmassa. Indien we dit bedrag corrigeren voor productiviteit, dan daalt die handicap tot 7,5 % (of 8,25 miljard euro). De handicap kost België 204.750 jobs (berekend op basis van de studie van professor Jozef Konings, die stelt dat elke stijging van de loonkosten met 1 % aanleiding geeft tot een vernietiging van de werkgelegenheid met ook 1 %). In 1996 werd de huidige wet op het concurrentievermogen ingevoerd. Die mag onze loonevolutie niet laten ontsporen in vergelijking met die van Nederland, Frankrijk en Duitsland. Uit de VKW-cijfers blijkt dat dit maar matig is gelukt. De handicap sinds 1996 bedraagt 5,4 % (per werknemer) of 1,8 % per eenheid product. Ook de regering-Verhofstadt kon weinig soelaas brengen. De handicap sinds 2000 zakte per werknemer wel met 2 procentpunten naar 3,5 %, maar per eenheid product steeg ze naar 2,1 %. Kortom, in de jongste vijf jaar is de productiviteit minder snel gestegen. De doorgevoerde loonlastenverlagingen zijn volstrekt onvoldoende om de loonkostenhandicap weg te werken. De 250 miljoen euro die de regering vandaag op tafel legt om de overuren en ploegenarbeid minder te belasten, is slechts een druppel op een hete plaat. G.M.De loonlastenverlagingen zijn volstrekt onvoldoende om de loonkostenhandicap weg te werken.