De Belgische gemeenten en provincies geven in 1999 samen gemiddeld 48.800 frank per inwoner uit voor het dagelijks bestuur. Dat levert een totaal uitgavenbedrag op van 489,1 miljard frank of 5,3% van het bruto binnenlands product (BBP). Het gewicht van de gewone uitgaven van de gemeenten en provincies in het BBP is de jongste tien jaar wel langzaam teruggelopen (van 5,6% naar 5,3%). Dat blijkt uit de financiebarometer van de lokale besturen, opgesteld door de Dexia Groep.
...

De Belgische gemeenten en provincies geven in 1999 samen gemiddeld 48.800 frank per inwoner uit voor het dagelijks bestuur. Dat levert een totaal uitgavenbedrag op van 489,1 miljard frank of 5,3% van het bruto binnenlands product (BBP). Het gewicht van de gewone uitgaven van de gemeenten en provincies in het BBP is de jongste tien jaar wel langzaam teruggelopen (van 5,6% naar 5,3%). Dat blijkt uit de financiebarometer van de lokale besturen, opgesteld door de Dexia Groep. De barometer toont ook aan dat de financiën van gemeenten en provincies over het algemeen gezond zijn. Voor het dienstjaar 1999 is er slechts een licht tekort van 1,1 miljard frank voor de gewone uitgaven. Voor het algemeen totaal (rekening houdend met het dienstjaar 1999, de vorige dienstjaren en overboekingen) laten de gemeenten en provincies zelfs een overschot optekenen van 24 miljard frank. Deze prestaties staan in schril contrast met de jaren tachtig, toen de tekorten werden opgestapeld. De gemeenten konden hun schuldpositie nog versneld afbouwen door de verkoop van Dexia-aandelen op de beurs (wat hen 54 miljard frank opleverde). De totale schuld bedroeg eind 1998 nog 608 miljard frank (waarvan 91% langetermijnschulden).Samen met de dalende rentevoeten zorgt de schuldafbouw voor fors lagere schulduitgaven: in 1989 slorpten schulduitgaven nog bijna 30% op van de gemeentebegroting, in 1999 nog 15,7%. Minder goed nieuws is dat het overwicht van de personeelsuitgaven steeds duidelijker wordt. De personeelsuitgaven vertegenwoordigen in 1999 53% van de begrote gemeente- en provincie-uitgaven. De personeelsuitgaven stegen sinds 1989 elk jaar met 4,6%. Dat komt omdat de belangrijkste uitgavenfuncties - algemeen bestuur, onderwijs, veiligheid en verkeer - vrij arbeidsintensief zijn.Opmerkelijk is ook het belang van de gemeenten in de investeringsuitgaven van de gezamenlijke overheid. De lokale sector (gemeenten, provincies en OCMW's) neemt al meer dan 50% van de totale overheidsinvesteringen voor zijn rekening (65,3 miljard frank investeringskredieten en 16,3 miljard frank kapitaalsubsidies van vooral gemeenschappen en gewesten), tegenover slechts 25% halverwege de jaren tachtig. Dit was mogelijk dankzij de grotere financiële draagkracht. De openbare overheden werden wel geconfronteerd met structurele investeringsbeperkingen door de strikte begrotingsnormen. De gezondmaking van de financiën heeft onevenredig gewogen op de openbare investeringen, die de voorbije tien jaar slechts 1,5% van het BBP bedroegen. Ook de gemeenten ontsnapten daar niet aan. Dexia had bijvoorbeeld in 1998, rekening houdend met de traditioneel electorale cyclus (de volgende gemeenteraadsverkiezingen vinden plaats in oktober 2000), een sterkere stijging van de investeringen door de gemeenten verwacht."De financiën van de lokale besturen - de barometer", Dexia Groep, april 1999, Tel. (02)222.46.81.