Onder Europese druk is op het gebied van de verlaagde btw-tarieven in de woningbouwsector de voorwaarde geschrapt dat de werken uitgevoerd moeten worden door een geregistreerde aannemer. Dezelfde voorwaarde geldt daarentegen in bepaalde gevallen nog wel op het gebied van de inkomstenbelasting, zij het in aangepaste vorm.
...

Onder Europese druk is op het gebied van de verlaagde btw-tarieven in de woningbouwsector de voorwaarde geschrapt dat de werken uitgevoerd moeten worden door een geregistreerde aannemer. Dezelfde voorwaarde geldt daarentegen in bepaalde gevallen nog wel op het gebied van de inkomstenbelasting, zij het in aangepaste vorm. Voor bepaalde werken in onroerende staat geldt een verlaagd btw-tarief. Dit is vandaag bijvoorbeeld het geval voor renovatiewerken aan woningen die minstens vijftien jaar oud zijn. Tot eind dit jaar geldt dezelfde verlaging (op enkele uitzonderingen na) ook bij woningen die minstens vijf jaar oud zijn. Daarnaast is er bijvoorbeeld ook de tijdelijke verlaging van het btw-tarief naar 6 procent op een schijf van 50.000 euro bij de aankoop of bouw van een nieuwe woning. Oorspronkelijk gold deze regeling uitsluitend voor 2009. Zij werd met een jaar verlengd; maar dit slechts op voorwaarde dat vóór 1 april 2010 een bouwvergunning was aangevraagd. De kans dat zij nogmaals verlengd wordt, is zo goed als onbestaande. De Europese Commissie heeft immers laten verstaan dat deze regeling op verschillende punten strijdig is met de Europese btw-voorschriften. Daarnaast zijn er nog enkele andere specifieke verlagingen van het btw-tarief in de woningbouwsector. Al deze verlagingen hadden tot nog toe als gemeenschappelijk kenmerk, dat zij afhankelijk waren van de voorwaarde dat de werken uitgevoerd werden door een geregis-treerde aannemer. Dit is een aannemer die door de bevoegde registratiecommissies in orde bevonden is met zijn sociale en fiscale verplichtingen. Deze voorwaarde ligt al geruime tijd onder vuur. Zo is onder meer opgemerkt, dat zij in strijd is met het neutraliteitsbeginsel van de btw. Zij heeft immers tot gevolg dat dezelfde werkzaamheden aan een verschillend btw-tarief onderworpen kunnen zijn, al naargelang zij wel of niet uitgevoerd worden door een geregistreerde aannemer. Volgens Europa kan dit niet. Minstens één rechtbank heeft ook al in die zin geoordeeld. De regering zag de bui hangen, en heeft inmiddels beslist het probleem bij de wortel aan te pakken: de voorwaarde inzake aannemersregistratie wordt - wat de toepassing van de verlaagde btw-tarieven betreft - kort en goed geschrapt. De schrapping geldt sinds 17 juni. Op het gebied van de btw is er, minstens wat de toekomst betreft, dus geen probleem meer. Maar daarmee zijn niet alle moeilijkheden van de baan. Op het gebied van de inkomstenbelastingen zijn sommige voordelen ook afhankelijk van de voorwaarde dat de werken uitgevoerd worden door een geregistreerde aannemer. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de belastingvermindering waarop men in de personenbelasting recht heeft bij het doen van energiebesparende investeringen. De voorwaarde dat men een beroep moet doen op een geregistreerde aannemer, ligt ook hier onder Europees vuur. Zij belemmert immers een van de fundamentele Europese vrijheden: het vrijedienstenverkeer. Voor een buitenlandse aannemer vormt de voorwaarde dat hij in België geregistreerd moet zijn, een ernstige belemmering om hier te lande in concurrentie te treden met Belgische aannemers. Voor deze laatsten is het immers, minstens op administratief vlak, veel eenvoudiger om geregistreerd te worden. Hoe lost de regering dit op? Anders dan bij de btw, niet door de voorwaarde inzake aannemersregistratie te schrappen; maar wel door de voorwaarde alleen maar te versoepelen: het volstaat voortaan dat de buitenlandse aannemer in zijn lidstaat van vestiging op een gelijkaardige manier geregis-treerd is. Maar ten gronde blijft de voorwaarde dus gelden: de aannemer moet nog altijd, ofwel in België ofwel in het buitenland geregistreerd zijn. Dat de voorwaarde inzake aannemersregistratie op het gebied van de btw wel gewoon geschrapt is, maar op het gebied van de inkomstenbelastingen niet, heeft een merkwaardig gevolg: de werken die voor de belastingvermindering wegens energiebesparende investeringen in aanmerking komen, geven in veel gevallen ook recht op een verlaging van het btw-tarief naar 6 procent. Voor de btw-verlaging is het niet meer nodig dat men voor het uitvoeren van deze werken een beroep doet op een geregistreerd aannemer; maar om in aanmerking te komen voor de belastingvermindering op het gebied van de personenbelasting, geldt dezelfde vereiste - in haar enigszins versoepelde vorm - nog altijd wel. Dat maakt de regeling ingewikkeld, verwarrend en volstrekt onlogisch: want waarom op het gebied van de personenbelasting nog een voorwaarde stellen, die men op het gebied van de btw zonder meer heeft afgeschaft? DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG.Jan Van DyckOp het gebied van de personenbelasting is de voorwaarde alleen maar versoepeld, niet afgeschaft.